← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2014:8550

Rechtbank Rotterdam Team Insolventie tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling insolventienummer: [nummer] uitspraakdatum: 20 juni 2014 Bij vonnis van deze kamer van 8 februari 2013 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van: [naam] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres], [woonplaats], schuldenaar, bewindvoerder: J. Lagendaal. 1De procedure De rechter-commissaris heeft op 26 februari 2014 een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. Op 10 juni 2014 heeft mr. I.D.C.J. van Driel namens schuldenaar een verweerschrift toegezonden. Schuldenaar, bijgestaan door zijn advocaat, en de bewindvoerder zijn gehoord ter terechtzitting van 13 juni

  1. De uitspraak is bepaald op heden. 2De standpunten Als gronden voor de voordracht tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zijn door de rechter-commissaris aangevoerd dat schuldenaar zijn informatieverplichting niet (naar behoren) nakomt, nalaat zijn inkomen boven het vastgestelde vrij te laten bedrag (volledig) af te dragen aan de boedelrekening en dat schuldenaar heeft getracht zijn schuld- eisers te benadelen. Schuldenaar heeft namelijk getracht een aan hem uitbetaalde pensioen- uitkering te verzwijgen. Schuldenaar heeft de bewindvoerder per email van 3 februari 2014 kopieën van bankafschriften toegestuurd, met daaruit verwijderd een bijschrijving van een pensioenuitkering van € 1.947,51 en een daarop volgende pintransactie van € 1.500,
  2. Dit is de bewindvoerder gebleken na vergelijking van de bankafschriften met de later, op verzoek van de bewindvoerder, door schuldenaar in PDF-formaat toegestuurde bank-afschriften. De advocaat van schuldenaar heeft in zijn verweerschrift aangevoerd dat schuldenaar boetes zijn opgelegd wegens overtredingen van verkeersvoorschriften. Met de aan schuldenaar uitbetaalde pensioenuitkering heeft schuldenaar deze nieuwe schulden voldaan. Schuldenaar heeft niet begrepen dat hij de pensioenuitkering naar de boedelrekening had moeten over- maken. Op de derdenrekening van de advocaat van schuldenaar is een gift ontvangen van € 1.681,22, waarmee de boedelachterstand, die wegens het niet afdragen van de pensioen-uitkering is ontstaan, kan worden ingelopen. De heer [naam], vrijwilliger bij Humanitas, zal schuldenaar in het vervolg begeleiden, onder meer bij het nakomen van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. De advocaat van schuldenaar verzoekt de voordracht van de rechter-commissaris af te wijzen. Schuldenaar heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de bijschrijving van de pensioen-uitkering en de daarop volgende pinopname bewust uit zijn bankafschriften heeft verwijderd en dat hij de bewindvoerder hierover niet eerder heeft geïnformeerd. Schuldenaar is in paniek geraakt na het laten ontstaan van nieuwe schulden. Schuldenaar heeft de opgelegde boetes door zijn broer laten betalen en hiervoor de pinopname van € 1.500,00 aangewend, zodat de bewindvoerder niet van de nieuwe schulden op de hoogte zou raken. Schuldenaar heeft ter terechtzitting zijn excuses aangeboden. De bewindvoerder heeft ter terechtzitting voorgesteld schuldenaar nog een kans te bieden om de schuldsaneringsregeling tot een goed einde te brengen, nu schuldenaar zijn excuses heeft aangeboden en de boedelachterstand middels de gift kan worden ingelopen. 3De beoordeling De rechtbank stelt vast dat schuldenaar bewust een bijschrijving van een pensioenuitkering van € 1.947,51 en een daarop volgende pinopname van € 1.500,00 uit zijn aan de bewind-voerder toegestuurde bankafschriften heeft verwijderd. Hiernaast stelt de rechtbank vast dat schuldenaar de bewindvoerder hierover niet uit eigen beweging heeft geïnformeerd. Ook heeft schuldenaar de bewindvoerder niet tijdig geïnformeerd over het ontstaan van boven- matige nieuwe schulden. Schuldenaar heeft zelfs verklaard dat hij de nieuwe schulden voor de bewindvoerder verborgen wilde houden. Hiermee is komen vast te staan dat schuldenaar heeft getracht zijn schuldeisers te benadelen, door baten voor de boedel te verzwijgen. Ook is schuldenaar zijn informatieverplichting niet naar behoren nagekomen. De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar een schone lei te krijgen, waardoor zijn schuldeisers de resterende schuldenlast niet langer kunnen opeisen. In dit kader acht de rechtbank het onaanvaardbaar dat schuldenaar op genoemde wijze heeft getracht zijn schuldeisers baten te onthouden en de bewindvoerder niet tijdig volledige openheid van zaken heeft gegeven. Dat de boedelachterstand, die is ontstaan wegens het niet afdragen van de pensioenuitkering, middels een gift kan worden ingelopen, maakt dit niet anders. De toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt daarom beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c en e van de Faillissementswet. De rechtbank stelt vast dat er geen baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Er is daarom geen sprake van een faillissement van rechtswege, zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat. De rechtbank stelt het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vast conform het bepaalde in het Besluit salaris bewindvoerder schuldsanering. 4De beslissing De rechtbank: beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling; stelt het salaris van de bewindvoerder vast op € 717,81 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting). Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout, rechter, en in aanwezigheid van mr. M. van der Veer, griffier, in het openbaar uitgesproken op 20 juni
  3. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.