vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team haven en handel zaaknummer / rolnummer: C/10/451960 / HA ZA 14-578 Vonnis van 19 november 2014 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats], eiser in conventie, verweerder in reconventie, advocaat mr. D.M.S. van der Wulp, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NICE2DO B.V., gevestigd te Hoogvliet, gemeente Rotterdam, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. L.R.G.M. Spronken. Partijen zullen hierna [eiser] en Nice2Do genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 30 juli 2014 de ten behoeve van de comparitie door [eiser] overgelegde producties 19 tot en met 21 de ten behoeve van de comparitie door Nice2Do overgelegde productie 13, die gelijk is aan de reeds bij conclusie van antwoord in conventie overgelegde productie 4 de conclusie van antwoord in reconventie, met producties het proces-verbaal van comparitie van 27 oktober 2014, met de daaraan gehechte reacties van partijen bij faxbrieven van 10, 11 en 12 november 2014. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Tussen [eiser] en Nice2Do is op of omstreeks 8 april 2013 overeenstemming bereikt over het door [eiser] uitlenen en door Nice2Do inlenen van een werknemer. Meer in het bijzonder hebben zij afgesproken dat de heer [persoon1] als uitzendkracht werkzaamheden als applicatieontwikkelaar zou gaan verrichten voor Nice2Do met ingang van 8 april 2013, tegen een basisuurtarief van € 45,00. 2.2. De schriftelijke overeenkomst terzake is door partijen getekend op 17 april 2013. Deze bepaalt onder meer: “Daarnaast wordt aan de heer [persoon1] een lease auto in gebruik gegeven met een km maximum van 3500 kilometer per maand. De auto wordt aan de heer [persoon1] aangeboden door Hetuitzendbureau.nl, voor de periode van uitzending Overige/meer kilometers dan de afgesproken 3500 per maand, ivm bijvoorbeeld werk gerelateerde kilometers (zoals werk/klant bezoeken etc.) worden a 0,07 per kilometer aan Nice2Do BV gefactureerd. Natuurlijk worden privé gereden kilometers door de heer [persoon1] zelf betaald.” 2.3. [persoon1] heeft voor Nice2Do onder meer gewerkt bij Imtech, aan het product Workflow. 2.4. Voor de werkzaamheden van [persoon1] heeft [eiser] aan Nice2Do tussen 23 april 2013 en 18 november 2013 facturen verzonden, waarvan Nice2Do een bedrag van € 42.730,43 onbetaald heeft gelaten. De betalingstermijn voor deze facturen was 45 dagen. 2.5. Partijen hebben verschillende keren overlegd over de betalingsachterstanden, en na verloop van tijd heeft Nice2Do daarbij ook klachten geuit over [persoon1]. 2.6. Op 16 oktober 2013 heeft Nice2Do aan [eiser] bericht dat zij de inlening van [persoon1] per direct wilde staken. 2.7. Op 3 maart 2014 heeft een door [eiser] ingeschakelde gemachtigde Nice2Do aangeschreven. 3Het geschil in conventie 3.1. [eiser] vordert samengevat - veroordeling van Nice2Do, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 42.730,43, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 10 juni 2013, met de buitengerechtelijke kosten groot € 1.430,74 en voorts met de proceskosten, met inbegrip van de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten van veertien dagen na vonnisdatum. 3.2. Nice2Do voert verweer en concludeert primair tot afwijzing van de vordering en subsidiair tot toewijzing van niet meer dan € 31.859,90, en tot veroordeling van [eiser] in de proceskosten, met inbegrip van de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover indien niet binnen veertien dagen na vonnisdatum wordt voldaan aan de proceskostenveroordeling. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.4. Nice2Do vordert samengevat - veroordeling van [eiser], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van: de door Nice2Do geleden schade ontstaan door [persoon1], de door Nice2Do geleden en nog te lijden schade in verband met de door Nice2Do gepleegde wanprestatie, groot € 42.500,00 althans een in goede justitie te bepalen bedrag, althans nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, de proceskosten, met inbegrip van de nakosten, te voldoen binnen veertien dagen na vonnisdatum, en bij gebreke van tijdige voldoening te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten. 3.5. [eiser] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Nice2Do, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten, met inbegrip van de nakosten. 3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie 4.1. [eiser] vordert betaling van de door hem verzonden facturen voor de werkzaamheden van [persoon1]. Een lijst van de openstaande facturen is door [eiser] overgelegd als productie 3. 4.2. Nice2Do betwist op zichzelf niet dat [eiser] op grond van de overeenkomst tussen partijen gerechtigd was om een vergoeding voor de door [persoon1] gewerkte uren in rekening te brengen. Nice2Do betwist echter de hoogte van de vordering, om de volgende redenen. Ten eerste zijn (brandstofkosten voor) privékilometers van [persoon1] in rekening gebracht terwijl de overeenkomst dit niet toelaat, dit betreft € 1.178,43. Ten tweede zijn teveel uren in rekening gebracht omdat [persoon1] structureel ongeveer een uur te laat aan zijn werkdag begon, terwijl hij niet later ophield, dit betreft € 7.024,05. Ten derde zijn thuiswerkuren in rekening gebracht terwijl thuiswerk niet was toegestaan, dit betreft € 2.668,05. Na aftrek van deze bedragen blijkt dat terecht is gefactureerd € 31.859,43. Toch moet de vordering worden afgewezen, omdat Nice2Do een tegenvordering heeft die zij met de vordering van [eiser] wil verrekenen. Zij heeft namelijk recht op schadevergoeding tot € 42.500,00 wegens wanprestatie van [eiser] en omdat [persoon1] schade heeft veroorzaakt. Door verrekening van dit bedrag gaat de vordering van [eiser] teniet, aldus nog steeds Nice2Do. 4.3. Nu [eiser] als eiser aanspraak maakt op betaling, rust in beginsel - op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv - op hem de stelplicht en de bewijslast. Hij moet voldoende uitgewerkte en gemotiveerde stellingen innemen die, indien de juistheid daarvan komt vast te staan, zijn vorderingen kunnen dragen. Deze verdeling van stelplicht en bewijslast brengt mee dat [eiser] moet kunnen toelichten en onderbouwen waarom de door hem verzonden facturen, voor zover deze zijn betwist, terecht zijn verstuurd. Waar Nice2Do echter niet zozeer de vordering van [eiser] betwist maar een bevrijdend verweer opwerpt - bijvoorbeeld door een beroep te doen op verrekening met een tegenvordering - rust op haar de stelplicht en bewijslast. Dit betekent dat van haar mag worden verwacht dat zij voldoende uitgewerkte en gemotiveerde stellingen inneemt die, indien de juistheid daarvan komt vast te staan, leiden tot de conclusie dat aan haar inderdaad de gestelde tegenvordering toekomt. 4.4. Over het verweer dat ten onrechte brandstofkosten in rekening zijn gebracht, oordeelt de rechtbank als volgt. 4.4.1. Met partijen is ter comparitie besproken op welke facturen deze klacht betrekking heeft. Beide partijen hebben vervolgens aangegeven dat deze klacht van Nice2Do ziet op de in productie 3 genoemde facturen met nummers 23012524 (groot € 241,18), 23012835 (groot € 178,60), 23013076 (groot € 247,77), 23013331 (groot € 124,10), 23013716 (groot € 143,66), 23013999 (groot € 181,06) en 23014120 (groot € 62,06). In totaal belopen deze facturen € 1.178,43. 4.4.2. Nadat Nice2Do had aangegeven dat voor deze facturen geen grond bestond in de overeenkomst, heeft de rechtbank aan [eiser] de onder 2.2 geciteerde bepaling uit de overeenkomst voorgehouden en gevraagd waarom in zijn visie recht bestond op vergoeding van de daarmee gefactureerde kosten. [eiser] heeft daarop aangegeven dat Nice2Do altijd brandstofkosten vergoedde, althans eerder zulke kosten had vergoed, en daarbij verwezen naar zijn productie 20. Daarop heeft mevrouw [persoon2] van Nice2Do gereageerd met de mededeling dat zij weliswaar de facturen van productie 20 had betaald maar vervolgens had ontdekt dat [persoon1] brandstofbonnen had ingeleverd van adressen waar hij onmogelijk voor zijn werk kon zijn geweest, terwijl Nice2Do volgens de overeenkomst alleen hoeft te betalen voor werkgerelateerde kilometers boven de drempel van 3.500 km per maand. Vervolgens heeft [eiser] verklaard dat, op basis van de kilometerstanden van de auto, de afstand tussen woon- en werkadres van [persoon1], en het aantal werkdagen, het aantal gereden kilometers hoofdzakelijk woon-werkverkeer moest betreffen en geen sprake kon zijn van substantiële privékilometers van [persoon1]. Op de vraag van de rechtbank of voor de relevante facturen is voldaan aan de in de overeenkomst gestelde voorwaarde dat het ging om werkgerelateerde kilometers in een maand waarin reeds meer dan 3.500 werkgerelateerde kilometers zijn gereden, en zo ja, waaruit dit blijkt, moest [eiser] echter het antwoord schuldig blijven. Bij deze stand van zaken is niet voldoende gemotiveerd dat en waarom [eiser] op grond van de overeenkomst recht zou hebben om de hier bedoelde brandstofkosten aan Nice2Do in rekening te brengen. Hoewel in de dagvaarding onder 14 nog is aangegeven dat eerdere crediteringen hebben plaatsgevonden in verband met de brandstofkosten, heeft [eiser] ter zitting uitdrukkelijk verklaard dat de crediteringen verwerkt in de lijst met openstaande posten niet op de brandstofkosten betrekking hadden maar op gewerkte uren. 4.4.3. Dit leidt tot de conclusie dat de vordering moet worden verminderd met het totaalbedrag van de in 4.4.1 genoemde facturen, € 1.178,43. 4.5. Over het verweer dat teveel uren in rekening zijn gebracht omdat [persoon1] altijd laat begon maar dat niet aan het einde van de dag compenseerde, oordeelt de rechtbank als volgt. 4.5.1. Ter comparitie is gebleken dat partijen niet hebben gewerkt met afgetekende tijdbriefjes (zoals Nice2Do wenste), een elektronisch urenregistratiesysteem (zoals [eiser] wenste) of enig ander systeem waarmee de gewerkte uren van [persoon1] werden vastgelegd. Uiteindelijk is het zo gelopen dat [persoon1] aan [eiser] zijn uren opgaf, dat [eiser] deze verwerkte in de facturen voor Nice2Do en dat Nice2Do deze facturen zou controleren. Dit betekent echter niet dat Nice2Do hiermee de verantwoordelijkheid voor eventueel onjuiste facturen heeft aanvaard. Uitgangspunt blijft dat [eiser] slechts de uren in rekening mag brengen die door [persoon1] daadwerkelijk voor Nice2Do zijn gewerkt. 4.5.2. Nice2Do heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat [persoon1] structureel later begon dan bij Nice2Do gebruikelijk was. Hiervoor is bijvoorbeeld steun te vinden in door Nice2Do overgelegde verklaringen van toenmalige collega’s van [persoon1], en [eiser] heeft ook dit ook eigenlijk niet tegengesproken. In de dagvaarding heeft [eiser] (onder 11) al gesteld dat eind september 2013 over de werkhouding van [persoon1] is geklaagd en dat er al eerder was geklaagd over zijn niet tijdig op het werk verschijnen. [eiser] heeft gesteld dat [persoon1] ter compensatie van de ontbrekende uren langer heeft doorgewerkt, door langer op kantoor te blijven of ’s avonds thuis te werken. Hij wijst erop dat één van de collega’s in voornoemde verklaringen heeft vermeld dat zij niet wist hoe laat [persoon1] naar huis ging, omdat haar werkdag om 17.00 uur afliep. Mevrouw [persoon2] heeft ter comparitie betwist dat [persoon1] langer bleef, ondanks zijn toezegging dit te doen, en verklaard dat zij hem niet zag wanneer zij iets na vijf uur op kantoor kwam en dit ook niet merkte aan de tijdstippen waarop het alarmsysteem was ingeschakeld. [eiser] heeft dit niet gemotiveerd weersproken, en ook geen verdere feitelijke stellingen ingenomen die ondersteunen dat [persoon1] langer doorwerkte. Bij deze stand van zaken zal de rechtbank als vaststaand aannemen dat [persoon1] ongeveer een uur minder per dag werkte dan hij aan [eiser] opgaf en [eiser] aan Nice2Do factureerde. 4.5.3. Dat tot in september dan wel oktober 2013 geen klachten over de gefactureerde uren zijn ontvangen, zoals [eiser] stelt, kan niet leiden tot het oordeel dat Nice2Do haar rechten heeft verwerkt omdat zij niet tijdig heeft geklaagd als bedoeld in artikel 6:89 BW (vgl. HR 11 mei 2011, NJ 2001, 410), voor zover [eiser] al beoogt dit artikel in te roepen. 4.5.4. Nice2Do heeft voorgerekend dat een uur minder werken per dag, vermenigvuldigd met 129 gewerkte dagen, moet leiden tot een aftrek van € 7.024,05 inclusief BTW. Nu [eiser] deze rekensom niet heeft betwist zal ook de rechtbank deze voor juist houden. Tussen partijen is echter al eerder een correctie op de uren toegepast, zoals [eiser] ter comparitie onbetwist heeft verklaard. Deze aftrek blijkt ook uit het facturenoverzicht waarin twee creditnota’s van oktober en november 2013 zijn verwerkt tot een totaal bedrag van € 341,83. Met dit reeds van het factuurtotaal afgehaalde bedrag zal het bedrag van € 7.024,05 worden verminderd, zodat per saldo een toe te passen aftrek van € 6.682,22 overblijft. 4.5.5. De conclusie van dit onderdeel is dat de vordering (verder) moet worden verminderd met een bedrag van € 6.682,22. 4.6. Over het verweer dat ten onrechte 49 thuiswerkuren in rekening zijn gebracht, oordeelt de rechtbank als volgt. 4.6.1. Het standpunt dat thuiswerken niet was toegestaan, heeft Nice2Do niet met stukken onderbouwd en voorts ter zitting genuanceerd. Mevrouw [persoon2] heeft verklaard dat [persoon1] na de geboorte van zijn baby heeft gevraagd of hij thuis mocht werken, en dat zij dit heeft goedgevonden. Uit de stukken (productie 8 bij antwoord) valt af te leiden dat dit speelde vanaf begin mei 2013. Mevrouw [persoon2] heeft verklaard dat het thuiswerken niet goed werkte, dat [persoon1] desgevraagd ook aangaf privézaken onder werktijd te hebben geregeld, en dat op een gegeven moment is aangegeven dat thuiswerken geen optie meer was. 4.6.2. Onduidelijk is of de 49 door Nice2Do gestelde thuiswerkuren zijn gemaakt voor, tijdens of na de periode dat thuiswerken expliciet was toegestaan. Ook is niet duidelijk dat voordien aan [persoon1] te kennen was gegeven dat hij niet thuis mocht werken en dat daarvoor niet zou worden betaald. Per saldo is alleen duidelijk dat ‘op enig moment’ uitdrukkelijk is gezegd dat thuiswerken niet meer mocht. Gelet op deze onduidelijkheid heeft de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om te bepalen of, en zo ja, hoeveel nadien nog is thuisgewerkt. 4.6.3. De conclusie is dat dit verweer als onvoldoende gemotiveerd wordt verworpen. 4.7. Uit al het voorgaande volgt dat de vordering van [eiser] in beginsel toewijsbaar is tot een bedrag van € 34.869,78 (€ 42.730,43 -/- € 1.178,43 -/- € 6.682,22). 4.8. Vervolgens moet het verrekeningsverweer van Nice2Do worden beoordeeld. De vordering die Nice2Do wenst te verrekenen, is dezelfde vordering die zij in reconventie naar voren brengt. De rechtbank zal daarom ook de in reconventie aangevoerde gronden bij de beoordeling betrekken. Nice2Do verwijt [eiser] dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting om ‘een deugdelijke ICT-er’ uit te lenen, op de grond dat [persoon1] ‘niet over de vereiste skills beschikt’ terwijl [eiser] wist of kon weten dat deze ‘skills’ wel werden verlangd. Doordat [persoon1] zijn werkzaamheden - met name voor Imtech, voor welke klant Nice2Do hem onder meer had ingezet - niet naar behoren verrichtte, heeft Nice2Do de heer [persoon3] moeten inhuren om [persoon1] fouten te herstellen en zijn werk opnieuw te doen, en heeft Nice2Do een claim van Imtech ontvangen. De daarmee gemoeide schade beloopt € 42.500,00, zo stelt Nice2Do. [eiser] acht de vordering onvoldoende onderbouwd en ongegrond. Hij betwist dat hij is tekortgeschoten, dat [persoon1] niet de juiste vaardigheden bezat, betwist het bestaan en de omvang van de gestelde schade, betwist dat deze aan het optreden van [persoon1] zou zijn te wijten, en wijst erop dat hij niet in gebreke is gesteld. 4.9. Nice2Do motiveert in haar conclusie van antwoord nauwelijks waarom zij [eiser] verwijt dat hij met [persoon1] niet een deugdelijke ICT-er heeft uitgeleend. Voor het slagen van dat verwijt is onvoldoende dat - naar op zichzelf uit de stukken aannemelijk wordt - (in ieder geval) Imtech ontevreden was over het resultaat van de door [persoon1] daar namens Nice2Do verrichte werkzaamheden. Ook preciseert Nice2Do in haar conclusie van antwoord niet over welke vaardigheden [persoon1] in haar visie niet - althans niet in voldoende mate - beschikte, en legt zij niet uit waarom [eiser] wist of kon weten dat deze vaardigheden wel van de in te lenen ICT-er werden verlangd. Ook het meer algemene verwijt dat [persoon1] fouten heeft gemaakt waardoor Nice2Do schade heeft geleden waarvoor [eiser] aansprakelijk is, moet deugdelijk feitelijk worden uitgewerkt, omdat sterk van de omstandigheden van het geval afhangt wat als een fout van [persoon1] kan worden beschouwd. Relevant is bijvoorbeeld wat in het algemeen van een redelijk bekwaam applicatieontwikkelaar mag worden verwacht en wat Nice2Do in het onderhavige geval - gelet op hetgeen zij met [eiser] en [persoon1] had besproken - redelijkerwijs van [persoon1] mocht verwachten, waartoe Nice2Do zich jegens (in het bijzonder) haar klant Imtech had verbonden, en welke verwachtingen Imtech in dit verband redelijkerwijs van Nice2Do mocht hebben, in hoeverre [persoon1] over een en ander is geïnformeerd, welke instructies, toelichting en begeleiding aan [persoon1] zijn gegeven, onder welke omstandigheden hij zijn werk verrichtte, wat [persoon1] precies heeft gedaan en nagelaten, en waarom dit gelet op al voornoemde omstandigheden als een fout moet worden beschouwd. Voor zover Nice2Do de aansprakelijkheid van [persoon1] terugredenerend vanuit de schade benadert, in die zin dat zij stelt dat de schade uitsluitend door een fout van [persoon1] kan zijn ontstaan, ligt op haar weg om uit te leggen waarom deze schade niet (mede) aan andere factoren kan worden toegeschreven. Zeker nu het hier gaat om programmeerwerk in een bestaande ICT-omgeving, ligt voor de hand dat ook (bijvoorbeeld) fouten in reeds bestaande (al dan niet van derden aangekochte) software, onvoldoende systeemintegratie, of verkeerd gebruik door de eindgebruiker(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.