vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team Handel zaaknummer / rolnummer: C/10/486147 / KG ZA 15-1096 Vonnis in kort geding van 29 oktober 2015 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ROESSEN & ROESSEN BEDRIJFSDIENSTEN B.V., gevestigd te Berkel en Rodenrijs, eiseres, advocaten: mr. E. van Engelen en mr. L.M. Zuydgeest,, tegen 1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid ALGEMEEN CHRISTELIJKE POLITIEBOND, zetelend te Leusden, 2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid NEDERLANDSE POLITIEBOND, zetelend te Woerden, 3. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid VERENIGING VAN MIDDELBARE EN HOGERE POLITIEAMBTENAREN, zetelend te Amsterdam, 4. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid ALGEMENE NEDERLANDSE POLITIE VERENIGING, zetelend te Utrecht, gedaagden, advocaat mr. A.W.H. Joosten. Partijen zullen hierna Roessen & Roessen en gedaagden genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding d.d. 9 oktober 2015 de producties van Roessen & Roessen; de pleitaantekeningen van mr. E. Van Engelen en mr. L.M. Zuydgeest; de pleitaantekeningen van mr. A.W.H. Joosten. 1.2. Partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 15 oktober 2015. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. Roessen & Roessen verleent in opdracht van woningcorporaties en deurwaarders haar diensten bij (ondermeer) het ontruimen en nadien schoon opleveren van woningen en bedrijfspanden. In totaal verrichten circa 40 werknemers arbeid voor Roessen & Roessen, waarvan 15 werknemers op basis van een contract voor bepaalde tijd. 2.2. In maart 2015 zijn de onderhandelingen tussen de Staat en gedaagden over een nieuwe cao voor de politie vastgelopen. 2.3. In augustus 2015 zijn gedaagden overgegaan tot het voeren van collectieve acties In het kader van de actie “geen spoed, geen politie” is politiemedewerkers gevraagd hun assistentie aan deurwaarders bij ontruimingen stop te zetten. Te beginnen met één dag per week en met iedere daarop volgende week een opbouw in het aantal dagen. 2.4. Sedert 14 september 2015 wordt er bij ontruimingen door politiemedewerkers geen assistentie meer verleend, tenzij er sprake is van een gevaarlijke situatie of van een calamiteit. 2.5. Op 23 september 2015 hebben gedaagden ingestemd met het door de minister van Veiligheid en Justitie gedane voorstel om een verkenner in te schakelen, teneinde te onderzoeken of de ontstane impasse rond de cao-onderhandelingen kan worden doorbroken. 3. Het geschil 3.1. Roessen & Roessen vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. gedaagden veroordeelt de oproep tot het voeren van actie, inhoudende het stopzetten van politieassistentie aan gerechtsdeurwaarders en hun medewerking aan het voeren van deze actie en hun bijdrage daaraan in wat voor vorm dan ook, te beëindigen, danwel te beperken op een zodanige wijze als de voor-zieningenrechter in de gegeven omstandigheden redelijk voorkomt, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 15.000,00 per dag of gedeelte van een dag, dat gedaagden niet aan deze veroordeling voldoen; II. gedaagden veroordeelt met onmiddellijke ingang, docht uiterlijk binnen twee uur na de uitspraak aan haar leden en/of de betrokken politieambtenaren bekend te maken dat de actie onrechtmatig is en dat het haar leden en/of de betrokken politieambtenaren niet is toegestaan op enigerlei wijze de acties doorgang te laten vinden en dat de acties onmiddellijk dienen te worden beëindigd en ook beëindigd dienen te blijven, danwel haar leden en/of de betrokken politie-ambtenaren, te instrueren aan enige door de voorzieningenrechter opgelegde beperking te voldoen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 15.000,00 per dag of gedeelte van een dag, dat gedaagden niet aan deze veroordeling voldoen; III. gedaagden hoofdelijk, des dat de één betaald hebbende, de ander voor dat deel zal zijn gekweten, veroordeelt in de kosten van deze procedure, met de bepaling dat er wettelijke rente ex artikel 6:119 BW verschuldigd zal zijn over de proces-kostenveroordeling vanaf de vijftiende dag na het wijzen van het vonnis. 3.2. Gedaagden voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling Toetsingskader 4.1. Het recht op het voeren van collectieve acties van werknemers of hun vertegen-woordigende vakbonden, waaronder begrepen het stakingsrecht, wordt in beginsel beheerst door de bepalingen van het Europees Sociaal Handvest (ESH), dat in Nederland van kracht is sedert mei 1980. In artikel 6 aanhef en onder lid 4 van het ESH wordt het recht van werknemers of hun vertegenwoordigende vakbonden op collectief optreden erkend in gevallen van belangengeschillen met werkgevers, behoudens verplichtingen uit hoofde van reeds eerder gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten. Wordt een collectieve actie gedekt door artikel 6 lid 4 ESH, dan brengt dat mee dat deze in beginsel moet worden geduld als een rechtmatige uitoefening van het in deze verdragsbepaling erkende grondrecht, ondanks de met haar beoogde en op de koop toe genomen schadelijke gevolgen voor de bestaakte werkgever en derden. Bij een onder de dekking van artikel 6 lid 4 ESH vallende staking moet de rechter er vanuit gaan dat voor de vakbond en haar leden de bij de uitoefening van het betreffende grondrecht betrokken belangen zwaarwegend zijn. Behoudens bijzondere omstandigheden heeft de rechter dan ook niet te treden in de beoordeling van de vraag of de ene dan wel de andere partij meer of minder gelijk heeft in het arbeidsconflict dat ten grondslag ligt aan de staking. 4.2. De uitoefening van het recht op collectief optreden kan slechts worden beperkt of verboden langs de weg van artikel G ESH. De werkgever of de derde die eist dat de uitoefening van het recht op collectieve actie in het concrete geval wordt beperkt of uitgesloten dient aannemelijk te maken dat deze beperking of uitsluiting naar de maatstaf van artikel G ESH gerechtvaardigd is. Dat is slechts het geval indien beperkingen aan het recht op collectieve actie maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk zijn. Bij de beoordeling óf een beperking of uitsluiting van de uitoefening van het recht op collectieve actie in het concrete geval, maatschappelijk gezien, dringend noodzakelijk is, dient de rechter alle omstandigheden mee te wegen. Daarbij kunnen onder meer van belang zijn de aard en duur van de actie, de verhouding tussen de actie en het daarmee nagestreefde doel, de daardoor veroorzaakte schade aan de belangen van de werkgever of derden, en de aard van die belangen en die schade. In dit verband kan ook (onder omstandigheden zelfs beslissende) betekenis toekomen aan de in eerdere rechtspraak ontwikkelde zwaarwegende procedureregels ("spelregels"), doch niet als zelfstandige maatstaf voor de beoordeling of een collectieve actie rechtmatig is of niet. Daarmee strookt dat in zijn algemeenheid evenmin als een zelfstandige voorwaarde voor toelaatbaarheid van een collectieve actie kan worden gesteld dat zij als “uiterst middel” wordt ingezet. Standpunt Roessen & Roessen 4.3. Roessen & Roessen stelt zich op het standpunt dat zij door de actie “geen spoed, geen politie” disproportioneel zwaar in haar bedrijfsvoering wordt getroffen, waardoor zij aanzienlijke schade lijdt. Door de politiestaking is de bedrijfsactiviteit van Roessen & Roessen die ziet op het ontruimen van woningen en bedrijfsruimte in aanwezigheid van de deurwaarder en de politie vrijwel geheel stil komen te liggen, waardoor Roessen & Roessen significante verliezen lijdt. Ten opzichte van september 2014 zijn de ontruimingen over september 2015 afgenomen met ruim 80%. Dit heeft geleid tot een verlies van € 45.724,00 over (alleen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.