← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2015:1979

beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/470212 / JE RK 15-422 datum uitspraak: 4 maart 2015 beschikking machtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (GI), gevestigd te Rotterdam, betreffende [Naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats], hierna te noemen [de minderjarige]. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [Naam moeder], hierna te noemen de moeder, wonende te [adres]. Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 13 februari 2015, ingekomen bij de griffie op 16 februari 2015; - de verklaring, vervat in het verzoekschrift, van 13 februari 2015 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp; - de instemmende verklaring d.d. 3 maart 2015 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper. Op 4 maart 2015 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de minderjarige [Naam minderjarige], bijgestaan door haar raadsvrouw mr. J.A. van Gemeren, - de moeder, -[naam], vertegenwoordigster van de GI. De feiten Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. [de minderjarige] woont bij de moeder. Bij beschikking van 2 juni 2014 is - onder meer - de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 9 juni

  1. Het verzoek De GI heeft een machtiging verzocht om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van de ondertoezichtstelling. Het standpunt van verzoeker [de minderjarige] heeft op verschillende woonplekken verbleven, ook binnen de gesloten jeugdhulp. Laatstelijk is haar verblijf op een leefgroep van Prokino niet verlengd, omdat [de minderjarige] hiervoor niet gemotiveerd was. [de minderjarige] heeft ondanks de vele wisselingen in haar leven een groei doorgemaakt en woont sinds drie weken weer bij haar moeder en broer [naam] thuis. De psychische klachten van zowel de moeder als de broer maken dat de situatie thuis kan escaleren. Nu [de minderjarige] niet gemotiveerd is om te verblijven op de leefgroep van Prokino is volgens de GI een plaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie de enige manier om haar veiligheid te waarborgen en om vanuit een dergelijke gesloten setting gefaseerd te werken aan haar zelfstandigheid. Het standpunt van belanghebbenden Namens [de minderjarige] heeft haar raadsvrouw de kinderrechter verzocht het verzoek van de GI af te wijzen, nu niet voldaan is aan de vereisten van artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet. Het verzoek van de GI is oneigenlijk, nu de problemen thuis niet door [de minderjarige] worden veroorzaakt, maar door de psychische problemen van haar moeder en haar broer [naam]. De moeder heeft te kennen gegeven niet in te stemmen met het verzoek van de GI. De beoordeling Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Hiervan is thans geen sprake. Integendeel, [de minderjarige] heeft een groei doorgemaakt en accepteert de hulpverlening. Dat de moeder en de broer van [de minderjarige] te kampen hebben met psychische problematiek is niet voldoende redengevend om [de minderjarige] opnieuw uit huis te plaatsen zonder alternatieven, zoals een familiegroepsplan, te overwegen. De kinderrechter heeft de mogelijkheid geboden een familiegroepsplan op te stellen, voor het geval de thuissituatie escaleert. De moeder heeft te kennen gegeven dat zij gebruik wenst te maken van deze mogelijkheid. De kinderrechter zal het verzoek van de GI afwijzen. De beslissing De kinderrechter: wijst af het verzoek tot verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp. Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. van den Broek-Prins, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.K. van Dijk als griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 maart
  2. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.