Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10/731048-14 Datum uitspraak: 29 april 2015 Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in het PPC van de Penitentiaire Inrichting Haaglanden, locatie Scheveningen, raadsman mr. J.T.C.M. Crepin, advocaat te Rotterdam. ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 15 april
(10)maanden voor de bewezenverklaarde feiten 4 en 5; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; gelast dat de verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst voor een termijn van 1 (één) jaar voor de bewezenverklaarde feiten 1, 2 en 3; wijst af vordering van de benadeelde partij aangever 1; veroordeelt de benadeelde partij aangever 1 in de kosten door de verdachte partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; wijst de vordering van de benadeelde partij aangeefster 1, domicilie kiezende te Slachtoffer Hulp Nederland, toe tot een bedrag van € 400,--, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen; bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 januari 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening; veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 400,-- (hoofdsom), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 januari 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 400,-- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 8 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op; wijst de vordering van de benadeelde partij aangeefster 2, wonende te Rotterdam toe tot een bedrag van € 40,99, bestaande uit materiële schade en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen; wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af; veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 40,99 (hoofdsom); beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 40,99 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 1 dag; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op. Dit vonnis is gewezen door: mr. J.H. Janssen, voorzitter, en mrs. E. Fels en S.N. Abdoelkadir, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. van Puffelen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 april
- De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I bij vonnis van 29 april 2015: TEKST TENLASTELEGGING. Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
- hij op of omstreeks 06 januari 2014 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon genaamd aangeefster 1 en/of aangever 1 van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans éénmaal (telkens) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van het lichaam van die aangeefster 1 en/of aangever 1, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; (artikel 289/287/302 jo. 45 van het Wetboek van Strafrecht) art 289 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 06 januari 2014 te Rotterdam aangeefster 1 en/of aangever 1 heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde aangeefster 1 en/of aangever 1 een mes getoond en/of voorgehouden en/of met een mes zwaaiende en/of stekende bewegingen richting die aangever 1 en/of aangeefster 1 gemaakt en/of dreigend de woorden toegevoegd :"waar denk je dat je mee bezig bent en/of was het lekker", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht
- hij op of omstreeks 6 januari 2014 te Rotterdam aan een persoon genaamd aangever 1, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten blijvend letsel aan het gebit in de vorm van verlies van een tand), heeft toegebracht, door voornoemde aangever 1 opzettelijk op/tegen/in het gezicht een (zogenaamde) kopstoot te geven; (artikel 302 van het Wetboek van Strafrecht) art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 06 januari 2014 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd aangever 1, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet (op/tegen het gezicht van) die aangever 1 een (zogenaamde) kopstoot, heeft gegeven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 06 januari 2014 te Rotterdam opzettelijk mishandelend een persoon (te weten aangever 1), (op/tegen het gezicht van) die aangever 1 een (zogenaamde) kopstoot, heeft gegeven, waardoor deze aangever 1 letsel (te weten één of meer gebroken/ontzette en/of afgestorven tand(en)) heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht
- hij op of omstreeks 27 februari 2014 te Rotterdam opzettelijk mishandelend aangever 2, meermalen althans éénmaal (telkens), (met kracht) in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd, in elk geval tegen het lichaam van die aangever 2 heeft geslagen en/of gestompt en/of die aangever 2 een (zogenaamde) kopstoot heeft gegeven, waardoor deze aangever 2 letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; (artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht) art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht
- hij in of omstreeks de periode van 17 januari 2014 tot en met 18 januari 2014 te Rotterdam meermalen, althans eenmaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit - een bedrijfspand (bloemenzaak) genaamd [naam 1] gevestigd aan de [adres 1] en/of - een bedrijfspand (snackbar) genaamd [naam 2] gevestigd aan de [adres 2] en/of - een bedrijfspand (thuiszorg) genaamd [naam 3] gevestigd aan de [adres 3], weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3] en/of [naam 4] (naam 1) en/of [aangever 4] (naam 2) en/of [aangeefster 2] en/of [naam 5] (naam 3), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de genoemde panden te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren)/geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht
- hij op of omstreeks 11 december 2011 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een bedrijfspand (thuiszorg) genaamd [naam 3] gevestigd aan de [adres 3] heeft weggenomen een kistje en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 3] en/of [naam 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming; art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht