vonnis RECHTBANK ROTTERDAM team handel zaaknummer / rolnummer: C/10/475386 / KG ZA 15-481 Vonnis in kort geding van 13 mei 2015 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BELCENTRALE B.V., gevestigd te Rotterdam, eiseres, advocaat mr. E.H.A. Sandberg te Rotterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRETIUM B.V., gevestigd te Haarlem, gedaagde, advocaat mr. E.M. Tjon-En-Fa te Den Haag. Partijen zullen hierna Belcentrale en Pretium genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de door beide partijen overgelegde producties de mondelinge behandeling de dato 8 mei 2015 de pleitnota van Belcentrale de pleitnota van Pretium. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Pretium en Belcentrale zijn beide aanbieders van telecommunicatiediensten op het vaste net van KPN. 2.2. Bij vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 20 januari 2015 (hierna ook te noemen: het eerste vonnis) is Belcentrale, samengevat, veroordeeld om: -zich te onthouden van het overnemen van klanten van Pretium zonder wilsovereenstemming tussen Belcentrale en die klanten (welk overnemen in de praktijk ook wel wordt aangeduid als “slamming”) en -om de contracten/ aansluitingen van een zeker aantal door Belcentrale geslamde klanten terug te zetten op naam van Pretium, behoudens voor zover Belcentrale ten aanzien van deze klanten alsnog tijdig kon aantonen dat sprake was van wilsovereenstemming met deze klanten -een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Beide partijen hebben hoger beroep aangetekend tegen het eerste vonnis. 2.3. Belcentrale heeft een executiegeschil geëntameerd naar aanleiding van het eerste vonnis. De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam heeft daarin bij vonnis van 15 april 2015, samengevat, geoordeeld: -in conventie, met Belcentrale als eiseres: de vordering van Belcentrale tot staking van executie van het eerste vonnis en/ of matiging en/ schorsing van de in dat vonnis opgelegde dwangsommen is afgewezen; -in reconventie, met Pretium als eiseres: de in het eerste vonnis aan Belcentrale opgelegde dwangsommen zijn verhoogd omdat aannemelijk was dat Belcentrale niet gestopt was met slamming. Ook is in reconventie aan Belcentrale het gebod opgelegd om van de nieuw geslamde klanten de overeenkomsten/aansluitingen terug te doen zetten op naam van Pretium, een en ander op straffe van verbeurte van dwangsom. Niet toegewezen in reconventie is de vordering van Pretium tot betaling door Belcentrale van verbeurde dwangsommen. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard (hierna ook te noemen: het tweede vonnis). 2.4. Tussen partijen is een derde kort gedingprocedure aanhangig bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam, ter zake van, kort gezegd, de vraag of Pretium klanten van Belcentrale mag benaderen. De zitting in die procedure heeft plaatsgevonden op 20 april 2015. Die zaak staat net als onderhavige zaak voor vonnis op 13 mei 2015. 2.5. Pretium heeft bij brief van 1 mei 2015 aan Belcentrale gesteld dat Belcentrale een bedrag van € 185.000,- aan dwangsommen heeft verbeurd, waarvan € 100.000,- wegens overtreding van het verbod om door te gaan met slammen (hierna ook te noemen: het verbod) en € 85.000,- vanwege overtreding van het gebod om van een aantal geslamde klanten de contracten weer op naam van Pretium te zetten (hierna ook te noemen: het gebod). Pretium heeft Belcentrale gesommeerd dit bedrag binnen drie werkdagen te betalen, bij gebreke waarvan volgens Pretium zonder nadere aankondiging executiemaatregelen zullen worden genomen. Belcentrale heeft niet aan deze sommatie voldaan. 3Het geschil 3.1. Belcentrale vordert, uitvoerbaar bij voorraad, de verbeurte van alle dwangsommen op te schorten totdat in het appel is beslist, met veroordeling van Pretium in de proceskosten, althans zodanige andere maatregelen te treffen die de voorzieningenrechter passend acht en in de geest van het gevorderde zijn. Belcentrale stelt daartoe het volgende. 3.2. Pretium wil dwangsommen incasseren omdat Belcentrale het eerste vonnis niet goed zou zijn nagekomen. Belcentrale betwist dwangsommen verbeurd te hebben. In het tweede vonnis heeft de voorzieningenrechter bovendien geoordeeld "dat thans niet valt vast te stellen of en zo ja in hoeverre Belcentrale op dit moment dwangsommen heeft verbeurd.” Belcentrale stelt dat zij het eerste vonnis correct is nagekomen. 3.3. Pretium voert verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Belcentrale vordert “de verbeurte van alle dwangsommen op te schorten totdat in het appel is beslist.” De voorzieningenrechter onderschrijft het verweer van Pretium dat “verbeurte” zich niet leent voor schorsing, omdat de vraag naar verbeurte van een dwangsom een puur feitelijke vraag is. De voorzieningenrechter begrijpt, in goede justitie, dat bedoeld wordt te vorderen om Pretium te verbieden executiemaatregelen te treffen. Pretium zal redelijkerwijs hebben moeten begrijpen dat dit de bedoeling is. 4.2. In een executiegeschil als het onderhavige, waarbij het erom gaat of dwangsommen zijn verbeurd omdat een verbod of gebod niet of onvoldoende is nageleefd, dient de rechter zich ertoe te beperken de ter uitvoering van het veroordelend vonnis verrichte handelingen te toetsen aan de inhoud van de veroordeling, zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld. Daarbij dient de rechter het doel en de strekking van de veroordeling tot richtsnoer te nemen in dier voege dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel. Wanneer de omschrijving van een verbod of gebod in algemene termen is geschied moet de draagwijdte van het gebod beperkt worden geacht tot handelingen waarvan in ernst niet kan worden betwijfeld dat zij inbreuken opleveren op datgene wat de rechter heeft geboden. 4.3. Ter zake van de gestelde overtreding van het verbod wordt als volgt geoordeeld. 4.4. Ter zitting heeft Belcentrale verklaard dat zij als volgt handelt bij haar klantenwerving: Belcentrale benadert potentiële klanten telefonisch. Deze potentiële klanten kunnen thans een contract hebben bij Pretium of bij een andere telefoonmaatschappij, zoals KPN. Belcentrale weet niet met welke andere telefoonmaatschappij deze potentiële klant op dat moment een contract heeft. Belcentrale deelt tijdens deze gesprekken mede dat deze potentiële klanten hun abonnement bij hun huidige telefoonmaatschappij kunnen behouden, maar dat zij voor (alleen) de gesprekskosten kunnen overstappen naar Belcentrale en dat zij dan (veel) goedkoper uit zijn. 4.5. Deze handelwijze van Belcentrale is naar voorlopig oordeel misleidend. Het is immers, zo bleek ter zitting, niet in alle gevallen mogelijk dat een klant overstapt naar Belcentrale voor alleen de gesprekskosten. Op het vaste net bestaat alleen bij KPN de mogelijkheid om aparte overeenkomsten te hebben voor het gebruik van het vaste net en voor de gesprekskosten. Bij andere telefoonmaatschappijen dan KPN, waaronder Pretium, is het niet mogelijk om een splitsing aan te brengen tussen abonnement en gesprekskosten. Bij Pretium is het alles of niets: de klant heeft ofwel een overeenkomst voor zowel abonnement als gesprekskosten, ofwel geen overeenkomst, maar geen overeenkomst voor slechts één van de twee. 4.6. Dit heeft de navolgende consequentie: als een klant van Pretium instemt met het overstappen naar Belcentrale voor alleen de gesprekskosten, dan geeft Belcentrale dit overstappen door aan KPN die dit overstappen vervolgens technisch gaat realiseren. Maar omdat het bij een klant van Pretium niet mogelijk is om een splitsing aan te brengen tussen het abonnement en de gesprekskosten, wordt de gehele overeenkomst van deze klant omgezet naar Belcentrale, in plaats van alleen de gesprekskosten. 4.7. Belcentrale wéét, zulks bleek ter zitting, dat zij alleen bij klanten van KPN een contract voor (niet meer dan) de gesprekskosten kan overnemen. Belcentrale vraagt in haar contacten met potentiële klanten echter niet of deze klant thans een overeenkomst met KPN heeft. Belcentrale laat van álle potentiële klanten die instemmen met overstappen naar Belcentrale voor alleen de gesprekskosten, de (gehéle) overeenkomsten door KPN overzetten op naam van Belcentrale. Kennelijk neemt Belcentrale het risico dat zij klanten van Pretium geheel overneemt inclusief het deel waaromtrent geen wilsovereenstemming bestaat, op de koop toe. Belcentrale heeft ter zitting verklaard dat zij na het omzetten op haar naam van een contract van een (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.