vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team haven en handel zaaknummer / rolnummer: C/10/473105 / HA ZA 15-314 Vonnis in incident van 22 juli 2015 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] , gevestigd te Rotterdam, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat mr. P. van der Velden, tegen 1. de vennootschap naar vreemd recht [gedaagde1] , gevestigd te Bergen, Noorwegen, 2. de vennootschap naar vreemd recht [gedaagde2] , gevestigd te Bergen, Noorwegen, 3. de vennootschap naar vreemd recht [gedaagde3] , gevestigd te Bergen, Noorwegen, 4. de vennootschap naar vreemd recht PARTREDERIET FÖR MINI STAR, gevestigd te Bergen, Noorwegen, gedaagden in de hoofdzaak, eiseressen in het incident, advocaat mr. M. Wattel. Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagden] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 27 februari 2015, met 38 producties; de incidentele conclusie inhoudende een exceptie van onbevoegdheid, met producties 1a-1e; de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2Het geschil in de hoofdzaak en in het incident 2.1. [eiseres] vordert - samengevat - veroordeling van ieder van de gedaagden tot betaling van een bepaald bedrag aan schadevergoeding als genoemd in 18.1-18.4 van het petitum van de dagvaarding, een verklaring voor recht dat [eiseres] “aanspraak kan maken althans recht heeft op althans gerechtigd is tot een (maritime) lien naar Engels recht op de zeeschepen “ [zeeschip1] ”, “ [zeeschip2] ” en “ [zeeschip3] ”, althans de schepen die ten tijde van de leveranties die naam voerden” alsmede een verklaring voor recht dat [gedaagden] de in 18.1-18.4 van het petitum van de dagvaarding genoemde bedragen aan [eiseres] verschuldigd zijn “als bedoeld in de garantietekst”. 2.2. Aan deze vorderingen legt [eiseres] - samengevat - de volgende stellingen ten grondslag:- in de periode oktober-november 2014 heeft [eiseres] een aantal bunkerleveranties uitgevoerd op in de Rotterdamse haven gelegen schepen die eigendom zijn van [gedaagden] , althans eigendom van hen waren ten tijde van deze bunkerleveranties;- er is voor deze bunkerleveranties niet betaald;- de aankooporders voor deze bunkerleveranties zijn afkomstig van O.W. Bunker (Netherlands) B.V. (hierna: OW Bunker), dat inmiddels failliet is verklaard; voor haar vordering uit genoemde bunkerleveranties zoekt [eiseres] thans verhaal op [gedaagden] ;- [eiseres] heeft zowel contractuele als buitencontractuele grondslagen voor haar vordering op [gedaagden] ;- om de navolgende redenen is [eiseres] op basis van een of meer contractuele rechtsverhoudingen gerechtigd verhaal te zoeken op [gedaagden] :- in de eerste plaats kan gezegd worden dat [eiseres] met ieder van de vier rederijen die zij gedagvaard heeft een koopovereenkomst heeft gesloten; OW Bunker moet namelijk geacht worden de bunkers mede namens althans mede voor rekening van de rederijen te hebben besteld; bovendien is namens iedere rederij de op de desbetreffende bunkerleverantie betrekking hebbende ‘bunker delivery note’ (BDN) voor akkoord getekend en is op elk van deze BDN’s vermeld “on credit of the vessel”;- in de tweede plaats volgt uit de definitie van “Buyer” in artikel 4 van de toepasselijke algemene voorwaarden van [eiseres] , de “ [eiseres] Bunkering Group General Terms and Conditions for sales and supply of marine fuels” (hierna: de GTC), dat (ook) de rederijen als koper (“Buyer”) moeten worden beschouwd; de GTC zijn van toepassing op de relatie tussen [eiseres] en OW Bunker; - in de derde plaats wijzen genoemde woorden “on credit of the vessel” in de BDN’s op borgtocht in de zin van artikel 7:850 BW; immers, de rederijen hebben zich tegenover [eiseres] verbonden tot nakoming van de verbintenis van OW Bunker jegens [eiseres] voor het zich nu voordoende geval dat OW Bunker tekortschiet in de nakoming van haar betalingsverplichting jegens [eiseres] ; [gedaagde1] , operator of manager van de [vloot] , heeft in het kader van minnelijk overleg verzocht om op haar naam gestelde facturen en deze zonder protest behouden; om de navolgende redenen is [eiseres] op grond van buitencontractuele rechtsverhoudingen gerechtigd verhaal te zoeken op [gedaagden] : de vorderingen van [eiseres] kwalificeren als bedrijfsvorderingen in de zin van artikel 8:217 BW en [eiseres] heeft dus op basis van dat artikel een verhaalsrecht op de beleverde schepen en daarmee een vordering op de rederijen; [eiseres] heeft jegens ieder van de vier rederijen een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking als bedoeld in artikel 6:212 BW; de rederijen zijn immers verrijkt met de bunkers van [eiseres] , waarvoor zij niet hebben betaald; voor deze verrijking bestaat geen grond; voor zover Engels recht van toepassing is, gaat het hierbij om een vordering op grond van conversion dan wel unjust enrichment; - [eiseres] heeft naar het hierop toepasselijke Engelse recht een maritime lien op de schepen waaraan de bunkers zijn geleverd, de receiving vessels, waardoor zij een verhaalsrecht op deze schepen heeft; deze maritime lien komt erop neer, althans heeft tot gevolg, dat de vorderingen verhaald kunnen worden op de rederijen, althans dat [eiseres] in ieder geval gerechtigd is beslag te leggen op deze schepen;- op grond van de forumkeuze in artikel 22.2 van de GTC is deze rechtbank bevoegd; voor zover de vorderingen van [eiseres] een contractuele grondslag hebben, is deze rechtbank daarnaast bevoegd op grond van artikel 7 sub 1 onder b tweede gedachtestreepje EEX II-Vo; voor zover deze vorderingen een buitencontractuele grondslag hebben, is deze rechtbank daarnaast bevoegd op grond van artikel 7 sub 2 EEX II-Vo; ten slotte is deze rechtbank ook bevoegd op grond van artikel 8 sub 1 EEX II-Vo (pluraliteit van verweerders);- nu [eiseres] in deze procedure tracht haar right of lien geldend te maken en de onderhavige garantie is gesteld ter vermijding van beslagen in (met name) Rotterdam, vloeit de bevoegdheid van deze rechtbank in zoverre ook voort uit de forumkeuze voor deze rechtbank in deze garantie. 2.3. [gedaagden] vorderen in het incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart kennis te nemen van de vorderingen van [eiseres] , met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad.2.4. Hieraan leggen [gedaagden] de volgende stellingen ten grondslag - samengevat:- de Nederlandse rechter is niet bevoegd kennis te nemen van de vorderingen van [eiseres] ;- het forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden van [eiseres] is niet van toepassing, omdat deze voorwaarden en dit beding niet tussen partijen zijn overeengekomen; bovendien is dit beding niet rechtsgeldig, omdat het niet voldoende objectief bepaalbaar is;- ook het beroep van [eiseres] op het forumkeuzebeding in de garantie faalt; dit beding kan immers niet leiden tot bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van vorderingen in de hoofdzaak, aangezien in de garantie alleen is overeengekomen dat deze rechtbank bevoegd is wanneer partijen twisten over de bepalingen van de garantie of de tenuitvoerlegging van deze garantie; daar is in het onderhavige geval geen sprake van; partijen twisten namelijk over de eenzijdig opgestelde facturen van [eiseres] , niet over de inhoud van de garantie;- [eiseres] doet ten onrechte een beroep op de EEX II-Verordening; nu alle gedaagden in Noorwegen wonen, is deze verordening niet toepassing maar het Verdrag van Lugano;- de alternatieve-bevoegdheidsregelingen inzake contractuele geschillen van EEX II-Vo en het Verdrag van Lugano mist in het onderhavige geval toepassing, nu er geen contractuele verhoudingen tussen partijen bestaan, mede gelet op de omstandigheid dat [gedaagden] de bunkers niet van OW Bunker maar van Bergen Bunkers hebben gekocht;- evenmin is van toepassing de bevoegdheidsregeling van artikel 7 sub 2 EEX II-Vo/artikel 5 sub 3 Verdrag van Lugano, nu [eiseres] geen onrechtmatige daad aan haar vorderingen ten grondslag legt;- nu alle gedaagden in hetzelfde land gevestigd zijn, mist ook de bevoegdheidsregel van artikel 8 sub 1 EEX II-Vo/artikel 6 sub 1 Verdrag van Lugano toepassing. 2.5. [eiseres] voert verweer en concludeert tot afwijzing van deze incidentele vordering, met veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten in het incident.2.6. Op de argumenten die [eiseres] aanvoert tot haar verweer in dit incident zal hieronder bij de beoordeling, voor zover van belang, nader worden ingegaan. 3. De beoordeling in het incident 3.1. Hier is sprake van een burgerlijke- of handelszaak in de zin van artikel 1 van de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX II-Vo) en van vorderingen die zijn ingesteld na 10 januari 2015 (art. 66 lid 1 EEX II-Vo), maar niet van een gedaagde die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat (zie artt. 4 en 5 EEX II-Vo). [gedaagden] hebben immers woonplaats in Noorwegen. Bijgevolg is de EEX II-Vo wel materieel en temporeel maar niet formeel van toepassing. De EEX-II Vo is echter wel van toepassing indien sprake is van een forumkeuze als bedoeld in artikel 25 EEX-II Vo (zie hierna onder 3.5 e.v.). 3.2. Noorwegen is, net zoals Nederland, partij bij het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken van 30 oktober 2007 (hierna: EVEX 2007), dat voor Nederland en Noorwegen in werking is getreden op 1 januari 2010. Aangezien in het onderhavige geval sprake is van een burgerlijke- of handelszaak, is dit verdrag materieel van toepassing (art. 1 EVEX 2007). Formeel is dit verdrag van toepassing, nu gedaagden woonplaats hebben in Noorwegen (zie artt. 2, 3 en 64 EVEX 2007). Temporeel is dit verdrag van toepassing, nu de onderhavige zaak aanhangig is gemaakt na 1 januari 2010 (art. 63 lid 1 EVEX 2007). 3.3. De Nederlandse rechter kan in deze zaak geen rechtsmacht ontlenen aan de in artikel 2 lid 1 EVEX 2007 neergelegde hoofdbevoegdheidsregel van de EVEX 2007, omdat de gedaagden, [gedaagden] , niet woonachtig zijn in Nederland. 3.4. Nu geen van de gedaagden woonplaats heeft in het rechtsgebied van deze rechtbank kan, anders dan [eiseres] betoogt, de bevoegdheid van deze rechtbank ook niet volgen uit het bepaalde in artikel 6 sub 1 EVEX 2007, welk artikel - kort gezegd - bepaalt dat de rechtbank van de plaats waar één gedaagde woonplaats heeft in bepaalde gevallen tevens bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen tegen de andere gedaagden. bevoegdheid van deze rechtbank op grond van het forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden van [eiseres] 3.5. [eiseres] betoogt dat een forumkeuze voor de rechtbank Rotterdam is gedaan. Bevoegdheid op grond van een forumkeuze is geregeld in artikel 25 EEX-II Vo en artikel 23 EVEX 2007. Artikel 25 EEX-II Vo luidt voor zover relevant als volgt: Indien de partijen, ongeacht hun woonplaats, een gerecht of de gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, is dit gerecht of zijn de gerechten van die lidstaat bevoegd, tenzij de overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft. Deze bevoegdheid is exclusief, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. In artikel 23 EVEX 2007 ontbreekt de passage “, ongeacht hun woonplaats,” maar dit artikel is verder identiek. 3.6. Artikel 22.2 van haar algemene voorwaarden, de GTC, waarin het forumkeuzebeding is opgenomen waarop [eiseres] de bevoegdheid van deze rechtbank (primair) baseert, luidt als volgt: “Nothing in an agreement on sale of Marine Fuels shall prevent the Seller, in the event of a breach of the agreement by the Buyer, from taking any legal action as the Seller, in its absolute discretion, considers necessary to enforce of secure the Seller’s rights under the agreement in any court or tribunal of any country or state, including, but not limited to the action to enforce right of lien against a vessel, the existence and procedure of enforcement of such right of lien being determined by the local law of the place where enforcement is sought, or to otherwise obtain security by seizure, attachment of arrest of assets for any amount due to Seller.” Hoewel in een forumkeuzebeding volstaan kan worden met een verwijzing naar een forum zonder geografische aanduiding, moet dit forum op het moment van het instellen van de procedure bepaalbaar zijn. Zie HvJ EG 9 november 2000, zaak C-387/98, ECLI:EU:C:2000:606 (Coreck Maritime/Handelsveem), welke jurisprudentie ook van belang is voor de EEX-II Vo en EVEX 2007. Omdat in het hier aan de orde gestelde forumkeuzebeding het geheel en al aan [eiseres] , de verkoper, is overgelaten bij welk gerecht zij de zaak aanhangig maakt zonder dat sprake is van enig objectief element aan de hand waarvan bepaling van het bevoegde gerecht mogelijk is, is niet voldaan aan dit bepaaldheidsvereiste. Ook kan hierdoor niet worden vastgesteld dat het gaat om een gerecht in een lidstaat zoals bedoeld in en vereist door zowel artikel 25 EEX-II VO als artikel 23 EVEX 2007. Dit brengt mee dat deze rechtbank geen bevoegdheid kan ontlenen aan het in artikel 22.2 van de GTC opgenomen forumkeuzebeding. Reeds hierom faalt het beroep op dit beding, zodat in het midden kan blijven in hoeverre [gedaagden] aan dit beding gebonden zijn. bevoegdheid van deze rechtbank op grond van het forumkeuzebeding in de garantie 3.7. [eiseres] heeft bij dagvaarding (randnr. 17.2) een beroep gedaan op de bevoegdheid van deze rechtbank op grond van de forumkeuze voor de rechtbank Rotterdam in de garantie die op verzoek van [gedaagden] door de bank van [gedaagden] is gesteld ten gunste van [eiseres] ter voorkoming van beslaglegging door [eiseres] op schepen van [gedaagden] hebben bevoegdheid van deze rechtbank op grond van deze forumkeuze in de garantie gemotiveerd weersproken. [eiseres] heeft vervolgens in haar incidentele conclusie van antwoord volhard in haar standpunt. 3.8. De garantie, die door [eiseres] als productie 1 bij dagvaarding in het geding is gebracht, bevat het volgende forumkeuzebeding: “The undersigned and the Creditor submit to the non-exclusive jurisdiction of the competent court of law in Rotterdam for disputes and claims in respect of this guarantee.” Het gaat hier om een garantie op basis van het Rotterdams Garantieformulier 2008. In de onderhavige bankgarantie stelt de bank, in dit geval “DNB ASA of Oslo, Norway” (‘the Undersigned’), zich jegens [eiseres] , de schuldeiser in de zin van deze garantie (‘the Creditor’), garant voor de schuld van [gedaagden] , de schuldenaar in de zin van deze garantie (‘the principal Debtor’). Bovengenoemd forumkeuzebeding in deze garantie is blijkens haar bewoordingen en blijkens de verdere inhoud van de garantietekst aangegaan in de rechtsverhouding tussen de bank en [eiseres] . Er zijn geen redenen gesteld of gebleken waarom dit beding ook van toepassing zou zijn in de rechtsverhouding tussen [eiseres] en [gedaagden] , de partijen in de onderhavige zaak. Ook dit forumkeuzebeding kan derhalve niet leiden tot bevoegdheid van deze rechtbank. bevoegdheid van deze rechtbank op grond van artikel 5 sub 1 EVEX 2007 3.9. [eiseres] betoogt - na aanpassing van haar stellingen in haar incidentele conclusie van antwoord - dat aan deze rechtbank bevoegdheid toekomt op grond van artikel 5 sub 1 EVEX 2007. Deze bepaling voorziet voor verbintenissen uit overeenkomst, ingeval geen geldige exclusieve forumkeuze is gedaan, in een bevoegdheid van bepaalde gerechten (naast die van het gerecht van de woonplaats van de gedaagde). [eiseres] stelt op uiteenlopende gronden dat op [gedaagden] verbintenissen tot betaling rusten uit hoofde van een contractuele rechtsverhouding. [gedaagden] betwisten het bestaan van een contractuele rechtsverhouding tussen (een van) hen en [eiseres] . 3.10. Artikel 5, aanhef en sub 1, EVEX 2007 luidt als volgt: Een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, kan in een andere lidstaat voor de volgende gerechten worden opgeroepen: 1.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.