Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: [parketnummer] Datum uitspraak: 30 september 2015 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres], raadsman: mr. T. Sen, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 16 september 2015. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. M. Blom heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. 4Waardering van het bewijs 4.1. Bewezenverklaring zonder nadere motivering Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.2. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: hij op of omstreeks 21 november 2013 te [woonplaats verdachte], althans in Nederland, ontucht heeft gepleegd met een persoon, genaamd [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats]), die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en welke persoon de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt, bestaande die ontucht daarin, dat verdachte (meermalen) - zich door die [slachtoffer] heeft laten aftrekken, en/of - met zijn, verdachtes, handen de (ontblote) borsten van die [slachtoffer] heeft betast/gestreeld/aangeraakt; Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 5Strafbaarheid feit Het bewezen feit levert op: Ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien maar nog niet van achttien jaren heeft bereikt. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar. 6Strafbaarheid verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dus strafbaar. 7Motivering straf De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft op de website [website] gezocht naar een escort in de omgeving van zijn woonplaats. Hij is bij die zoektocht gestuit op de advertentie van de aangeefster, waarop stond vermeld dat zij 19 jaar was. Hij heeft telefonisch contact gehad en de aangeefster is op 21 november 2013 bij hem thuis gekomen. Hij is een uur samen met haar geweest. In die tijd hebben zij gepraat en daarna zijn zij naakt op zijn bed gaan liggen. De aangeefster heeft de verdachte afgetrokken, maar hij heeft geen erectie gekregen. Daarna hebben de verdachte en aangeefster, zoals de verdachte dat heeft uitgedrukt, ‘gekroeld’, waarbij hij haar borsten heeft betast. De verdachte heeft in totaal € 165,- aan aangeefster betaald. De aangeefster heeft op 9 december 2013 de leeftijd van achttien jaren bereikt. Anders dan de officier van justitie heeft gesteld en anders dan in de zogenoemde kelderboxzaken, acht de rechtbank een louter voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Zij overweegt daartoe als volgt. a. De verdachte heeft een escort besteld, waarvan hij heeft aangenomen dat zij meerderjarig was, daartoe op het verkeerde been gezet door de advertentie op de website. Weliswaar ontslaat hem dit niet van zijn strafrechtelijke aansprakelijkheid, maar het staat niet vast dat de verdachte ook op zoek is geweest naar een minderjarige prostituee. De verdachte heeft de aangeefster thuis ontvangen, waarbij geen ongebruikelijke zaken zijn voorgevallen en waarbij de verdachte, zoals ook uit de verklaring van de aangeefster valt af te leiden, de aangeefster op geen enkele wijze onheus heeft bejegend. Hij is niet bij haar binnengedrongen. Op 21 november 2013 was de aangeefster op drie weken na achttien jaren. Het feit is meer dan 22 maanden geleden gepleegd. De verdachte heeft geen strafblad. De verdachte heeft een woning, inkomen uit werk en hij functioneert maatschappelijk goed. De reclassering heeft het recidiverisico ingeschat als laag en geadviseerd een geheel voorwaardelijke straf op te leggen. Op zitting heeft de verdachte verklaard dat hij veel spijt heeft van zijn daad. Hij heeft eerder ook gehoor gegeven aan de oproep van de politie om een verklaring af te leggen omdat hij wilde meewerken aan het strafrechtelijke onderzoek. Hij realiseert zich dat hij naïef is geweest en heeft verklaard dat dit niet meer zal gebeuren. Uit het strafblad van de verdachte is gebleken dat hij sindsdien inderdaad niet meer met politie en justitie in aanraking is geweest. De man die de aangeefster tot prostitutie heeft gebracht, hierna te noemen: de souteneur, is in mei 2014 reeds voor de rechtbank vervolgd en (uiteindelijk) in januari 2015 door het hof veroordeeld (ECLI:NL:GHDHA:2015:80). Hij is vrijgesproken van de beschuldiging dat hij de aangeefster tot prostitutie heeft gedwongen en veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 10 maanden voor uitbuiting en het brengen van een minderjarige tot prostitutie. Op 16 september 2015 heeft ook de berechting plaatsgevonden van de man die geholpen heeft bij het prostitueren van de aangeefster. Deze man wist dat de aangeefster minderjarig was en dat zij tegen betaling seksuele diensten aanbood. Toch heeft de officier van justitie in die zaak primair geen onvoorwaardelijk gevangenisstraf geëist maar een taakstraf en subsidiair een gevangenisstraf gelijk aan de duur van de inverzekeringstelling om het taakstrafverbod van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht (Sr) te omzeilen, indien de rechtbank, anders dan de officier van justitie, van oordeel zou zijn dat dit verbod in die zaak van toepassing was. Gelet op (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.