vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team haven en handel zaaknummer / rolnummer: C/10/474567 / HA ZA 15-380 Vonnis in incident van 30 september 2015 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid IMTECH MARINE NETHERLANDS B.V., gevestigd te Rotterdam, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat mr. F.J.M.C.L. Langelaar, tegen de rechtspersoon naar vreemd recht OAKLEIGH COMMERCIAL CORPORATION, gevestigd te Tortola, Britse Maagdeneilanden, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat mr. J.W.L.M. ten Braak. Partijen zullen hierna Imtech en Oakleigh genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 20 januari 2015, met producties 1-15c; de conclusie van antwoord met exceptie van onbevoegdheid, met producties 1-5; de conclusie van antwoord in het incident houdende exceptie van onbevoegdheid voor alle weren. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2Het geschil in de hoofdzaak en in het incident 2.1. Imtech vordert - samengevat - dat de rechtbank Oakleigh bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad veroordeelt tot betaling aan Imtech van een totaalbedrag van € 118.160,74 ter zake van verzonden facturen en daarover reeds verschuldigde rente, te vermeerderen met rente en kosten. 2.2. Aan deze vordering legt Imtech - samengevat - de volgende stellingen ten grondslag: tussen Radio Holland Netherlands B.V. (hierna: Radio Holland) en Oakleigh is op 24 augustus 2010 een overeenkomst tot stand gekomen inzake het door Radio Holland aan Oakleigh wereldwijd verschaffen van ‘airtime’ via drie satellieten, de zogenaamde ‘Inmarsat Fleet Broadband Services’, ten behoeve van motorjacht ‘PACIFIC’; het gaat daarbij onder meer om het contract met simcardnummer 89870991041440593; de ‘PACIFIC’ behoort in eigendom toe aan Oakleigh; bij het sluiten van de overeenkomst trad het bedrijf Yco S.A.M. (hierna: Yco SAM), dat gevestigd is in Monaco, op als vertegenwoordiger van Oakleigh; hoewel zij tot betaling hiervan gehouden was, heeft Oakleigh de op deze overeenkomst betrekking hebbende facturen van Radio Holland voor wat betreft een totaalbedrag van€ 99.066,79 onbetaald gelaten; om een discussie in rechte te voorkomen wie vorderingsgerechtigd is, wordt hierbij een akte van cessie aan Oakleigh betekend en tevens voor zover nodig een overeenkomst van lastgeving en volmacht tussen Radio Holland en Imtech (prod. 6 van Imtech), waaruit blijkt dat Imtech in deze zaak vorderingsgerechtigd is; van toepassing zijn de algemene voorwaarden van Radio Holland (prod. 9 van Imtech); Oakleigh, al dan niet via Yco SAM, is namelijk bekend, althans behoort dat te zijn, met het feit dat bedrijven als Radio Holland/Imtech dergelijke algemene voorwaarden hanteren; hierbij komt nog dat Yco SAM alleen al waar het gaat om de ‘PACIFIC’ reeds een 19-tal facturen van Radio Holland in ontvangst heeft genomen waarop een verwijzing naar de algemene voorwaarden van Radio Holland is opgenomen; een herhaalde verwijzing op opeenvolgende facturen die betrekking hebben op verscheidene, tussen dezelfde twee ondernemingen gesloten, overeenkomsten - zodat er sprake is van een meer dan incidentele handelsrelatie - wordt opgevat als een aanbod om in een opvolgende transactie de algemene voorwaarden van toepassing te laten zijn; indien in een voorkomend geval geen protest wordt aangetekend tegen de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, worden zij onderdeel van de nieuwe overeenkomsten; nu in artikel 17 van deze algemene voorwaarden van Radio Holland een forumkeuze voor deze rechtbank is opgenomen, is zij derhalve bevoegd; maar zelfs wanneer de rechtbank mocht oordelen dat deze algemene voorwaarden niet van toepassing zijn, is deze rechtbank bevoegd, namelijk op grond van artikel 5, aanhef en onder 1, van Verordening (EG) Nr. 44/2001, de EEX-Verordening (EEX-Vo). 2.3. Oakleigh vordert in het incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart van de vordering van Imtech kennis te nemen, met veroordeling van Imtech in de proceskosten in het incident. 2.4. Hieraan legt Oakleigh - samengevat - de volgende stellingen ten grondslag: partijen bij de oorspronkelijke overeenkomst waar Imtech haar vordering op baseert, zijn Oakleigh en Inmarsat; Radio Holland en Imtech zijn hier geen partij bij; op geen enkele wijze is Radio Holland uit eigen hoofde gerechtigd enige vordering jegens Oakleigh in te stellen; Inmarsat heeft weliswaar het verzenden van facturen kennelijk uitbesteed aan Radio Holland, maar dient zelf nog steeds te worden aangemerkt als de contractuele wederpartij van Oakleigh; Oakleigh betwist de rechtsgeldigheid van de door Imtech gestelde cessie; eveneens wordt de rechtsgeldigheid van de gestelde last en volmacht betwist; aangezien de algemene voorwaarden van Radio Holland niet van toepassing zijn, kan de bevoegdheid van deze rechtbank niet volgen uit artikel 17 van deze voorwaarden; in de genoemde overeenkomst van 24 augustus 2010 wordt namelijk nergens verwezen naar deze algemene voorwaarden van Radio Holland; wél wordt hierin verwezen naar de ‘Terms and Conditions for the use of Inmarsat space segment’; een eventuele verwijzing in naderhand verzonden facturen kan niet de reeds gesloten overeenkomst wijzigen in die zin dat alsnog de algemene voorwaarden van Radio Holland van toepassing worden op een overeenkomst tussen Inmarsat en Oakleigh; dit geldt ook voor zover Radio Holland als contractspartij van Oakleigh moet worden aangemerkt; bovendien voldoet de inhoud van de verwijzing op de facturen naar de algemene voorwaarden van Radio Holland niet aan de daaraan door de rechtspraak gestelde vereisten; zo ontbreken voor de wederpartij begrijpelijke teksten en is er geen sprake van een tijdige overhandiging dan wel toezending daarvan; deze rechtbank kan geen bevoegdheid ontlenen aan artikel 5, aanhef en onder 1, EEX-Vo, aangezien er geen sprake is van diensten die zijn uitgevoerd in Rotterdam. 2.5. Imtech voert verweer en concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering van Oakleigh, met veroordeling van Oakleigh bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de proceskosten in het incident. 2.6. Op de argumenten die Imtech hiertoe aanvoert zal, voor zover van belang, worden ingegaan bij de beoordeling. 3De beoordeling in het incident 3.1. De rechtbank gaat bij de beoordeling van dit incident van de volgende feiten uit, die enerzijds zijn gesteld en anderzijds niet of onvoldoende zijn weersproken dan wel blijkend uit de in zoverre niet bestreden producties: naar aanleiding van contacten tussen Yco SAM en Radio Holland is een overeenkomst tot stand gekomen; Yco SAM vertegenwoordigde de eigenaar van de ‘PACIFIC’, te weten Oakleigh; de overeenkomst strekte ertoe dat de bemanning van en andere aanwezigen op de ‘PACIFIC’ vanaf dit schip gebruik konden maken van internet-, telefoon- en (andere) telecommunicatieverbindingen; deze verbindingen kwamen tot stand via drie satellieten van Inmarsat; Radio Holland factureerde aan Yco SAM voor de terbeschikkingstelling en het gebruik van deze verbindingen; veel van die facturen zijn vervolgens (door Yco SAM namens Oakleigh of rechtstreeks door Oakleigh) betaald; bij problemen richtte Yco SAM of Oakleigh zich tot Radio Holland; bij de overeenkomst bevonden zich de ‘Terms and Conditions for the use of the Inmarsat space segment’ van Inmarsat; noch in het lichaam van de overeenkomst noch in voornoemde Inmarsat Terms and Conditions was een forumkeuzebeding opgenomen; op de facturen van Radio Holland van 11 oktober 2012 en 12 november 2012 (prod. 3 respectievelijk 4 van Radio Holland) stond onderaan een verwijzing in het Engels naar de algemene voorwaarden van Radio Holland; op de factuur van Radio Holland van 20 december 2012 (prod. 5 van Radio Holland) stond zowel in het Nederlands als in het Engels een verwijzing naar deze algemene voorwaarden en een forumkeuze voor de rechtbank Rotterdam; ook andere door Radio Holland vanaf 13 december 2012 aan Yco SAM/Oakleigh gezonden facturen bevatten gelijke vermeldingen als de factuur van 20 december 2012; de algemene voorwaarden van Radio Holland bevatten in artikel 17.3 een exclusieve forumkeuze voor de rechtbank Rotterdam; Oakleigh heeft voornoemde drie facturen onbetaald gelaten, in welk verband zij met Radio Holland een discussie heeft gevoerd in verband met vermoed misbruik van de voor haar gerealiseerde communicatieverbindingen door derden. 3.2. Uit deze feiten leidt de rechtbank af dat een overeenkomst is tot stand gekomen tussen Oakleigh en Radio Holland. Daarop wijst immers de manier waarop partijen uitvoering aan de overeenkomst hebben gegeven. Daartegenover heeft Oakleigh, op wiens weg dit lag, onvoldoende feiten naar voren gebracht waaruit zou kunnen volgen dat niet Radio Holland maar Inmarsat de contractuele wederpartij van Oakleigh is geweest. Dit verweer van Oakleigh wordt dus verworpen. 3.3. Imtech stelt maar Oakleigh betwist dat aan deze rechtbank internationale bevoegdheid toekomt om over dit internationale geschil te oordelen. 3.4. Hier is sprake van een burgerlijke- of handelszaak in de zin van artikel 1 EEX II-Vo (Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken). De vordering is ingesteld na 10 januari 2015 (art. 66 lid 1 EEX II-Vo). Bijgevolg is de EEX II-Vo materieel respectievelijk temporeel van toepassing. Vereist is echter ook dat de EEX II-Vo formeel, dat wil zeggen, in territoriaal opzicht, toepasselijk is. 3.5. Oakleigh is gevestigd op de Britse Maagdeneilanden. De Britse Maagdeneilanden behoren tot de groep van landen en gebieden die in het recht van de Europese Unie de status hebben van ‘landen en gebieden overzee’ (LGO). Dit volgt uit de in het tweede lid van artikel 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) genoemde Bijlage II, welke bijlage een lijst bevat van LGO’s (Pb EU C 83/334). De EEX II-Vo, evenals haar ‘voorgangster’, de EEX-Vo, is gebaseerd op de artikelen 67 lid 4 en 81 lid 2, onder a, c en e, VWEU. Deze artikelen maken deel uit van het derde deel van de VWEU, inzake ‘Het beleid en intern optreden van de Unie’. Op LGO’s is dit derde deel van de VWEU niet van toepassing. 3.6. Dit betekent dat de Nederlandse rechter jegens een verweerder uit een LGO - zoals de Britse Maagdeneilanden - geen rechtsmacht kan ontlenen aan enige bevoegdheidsregel in de EEX II-Vo. Dit is slechts anders indien sprake is - zoals Imtech stelt maar Oakleigh betwist - van een forumkeuze als bedoeld in artikel 25 EEX II-Vo. Deze bepaling geldt immers ongeacht de woonplaats van partijen. 3.7. Indien geen forumkeuze die voldoet aan de vereisten van artikel 25 EEX II-Vo komt vast te staan, dient de internationale bevoegdheid van deze rechtbank beoordeeld te worden aan de hand van de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) neergelegde regels van Nederlands commuun internationaal bevoegdheidsrecht, zoals de artikelen 1-13 Rv. Andere internationale regelingen op het gebied van de rechterlijke bevoegdheid missen namelijk toepassing. bevoegdheid van deze rechtbank op grond van het forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden van Radio Holland 3.8. Volgens Imtech zijn op de airtime overeenkomst tussen Radio Holland en Oakleigh niet alleen de Inmarsat Terms and Conditions maar ook de algemene voorwaarden van Radio Holland van toepassing, dat wil zeggen, de ‘General Conditions of Sale Radio Netherlands B.V.’ Volgens Imtech is Oakleigh daarmee gebonden aan de in artikel 17.3 van deze algemene voorwaarden neergelegde exclusieve forumkeuze voor deze rechtbank. Voor zover deze algemene voorwaarden niet tussen partijen zouden gelden, is in ieder geval een geldige forumkeuze gedaan via de vermelding van het bevoegde gerecht onderaan een reeks van facturen van Radio Holland, aldus Imtech. Oakleigh bestrijdt dat de algemene voorwaarden van Radio Holland van toepassing zijn en dat daarmee of anderszins een geldige forumkeuze is overeengekomen. Oakleigh wijst in dit verband onder meer op de toepasselijkheid van de Terms and Conditions van Inmarsat. 3.9. Artikel 25 EEX II-Vo bevat de vereisten waaraan een exclusieve forumkeuze moet voldoen. Het eerste lid van dit artikel luidt als volgt - aangehaald voor zover relevant: Indien de partijen, ongeacht hun woonplaats, een gerecht of de gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, is dit gerecht of zijn de gerechten van die lidstaat bevoegd, tenzij de overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft. (...) Deze overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten: hetzij bij een schriftelijke overeenkomst of bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst; hetzij in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden; hetzij, in de internationale handel, in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen. 3.10. Dat door artikel 25 lid 1 EEX II-Vo ‘een overeenkomst’ wordt verlangd, betekent volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie EU(EG) dat de forumkeuzeclausule het voorwerp moet zijn geweest van een wilsovereenstemming tussen partijen, die duidelijk en nauwkeurig tot uitdrukking komt. Dat Radio Holland en Oakleigh op enig moment over de door Radio Holland beoogde toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden en meer in het bijzonder over de daarin opgenomen forumkeuze hebben gecommuniceerd, is gesteld noch gebleken. Dat de gestelde forumkeuze is gemaakt blijkt niet uit de schriftelijke overeenkomst en evenmin uit enig ander document dat als vastlegging van een mondeling bereikte overeenkomst moet worden aangemerkt. Geconcludeerd moet dan ook worden dat het bestaan van een forumkeuze voor deze rechtbank die voldoet aan de vormvereisten onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.