vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team haven en handel zaaknummer / rolnummer: C/10/458555 / HA ZA 14-903 Vonnis in incident van 21 januari 2015 in de zaak van 1 [eiser1], wonende te [woonplaats], 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser2] , gevestigd te [woonplaats], eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident, advocaat mr. J.J. Splinter, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats], gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident, advocaat mr. Q.F.B.W. Kendall. Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 19 augustus 2014, met producties; de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring van 22 oktober 2014, met productie; de incidentele conclusie van antwoord van 5 november 2014. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2Het geschil in het incident 2.1. [gedaagde] vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart omdat het geschil eerst voorgelegd dient te worden aan een mediator. [gedaagde] verwijst hierbij naar artikel 16 van de overeenkomst tussen [eiser1] en [gedaagde]. 2.2. [eisers] vordert afwijzing van de vordering, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het incident. Zij voeren hiertoe – kort gezegd - het volgende aan. De clausule inzake mediation moet zo worden gelezen dat het mediationtraject uitsluitend een voortraject is van daaropvolgende arbitrage. Uit het zesde lid van artikel 16 van de overeenkomst blijkt de partijbedoeling, namelijk dat naast arbitrage ook de mogelijkheid bestaat om het geschil voor te leggen aan de bevoegde rechter. Partijen zijn twee routes overeengekomen om een geschil te beslechten. De ene route ziet op mediation in combinatie met arbitrage en de andere route ziet op het aanhangig maken van een procedure bij de bevoegde rechter. [eisers] hebben ervoor gekozen om het geschil aan de bevoegde rechter voor te leggen. Dit leidt niet tot onbevoegdheid van de rechter, aldus [eisers] Voorts voert [eisers] aan dat zij steeds in de geest van de mediationbepaling heeft gehandeld door te proberen in onderling overleg tot een oplossing te komen en ook dat eventueel niet handelen in overeenstemming met een mediationclausule niet leidt tot onbevoegdheid van de rechter. 3De beoordeling in het incident 3.1. De incidentele conclusie is tijdig en voor alle weren genomen. [gedaagde] is daarom ontvankelijk in het incident. 3.2. [gedaagde] beroept zich op artikel 16 van de tussen[eiser1] en [gedaagde] gesloten overeenkomst “contract vennootschap onder firma” van 4 januari 2010. 3.3. In artikel 16 van deze overeenkomst staat, voor zover van belang, vermeld: Artikel 16: Geschillenregeling Lid 1: Alle geschillen die tussen de vennoten mochten ontstaan naar aanleiding van of in verband met de uitvoering van deze overeenkomst of van andere overeenkomsten, zullen vennoten trachten in eerste instantie op te lossen met behulp van mediation conform het NMI Mediation Reglement van de Stichting Nederlands Mediation Instituut te Rotterdam, zoals dat luidt op de aanvangdatum van de mediation. Lid 2: Indien het onmogelijk gebleken is een geschil als hiervoor bedoel op te lossen met behulp van mediation, zullen alle geschillen die tussen de vennoten mochten ontstaan naar aanleiding van of in verband met de uitvoering van deze overeenkomst of andere overeenkomsten door een onafhankelijk arbiter worden beslecht overeenkomstig het Arbitragereglement van de Kamer van Koophandel in welk gebied de onderneming is gevestigd. Lid 3: Indien de te stellen eis een financieel belang van € 70.000,- te boven gaat, zal het scheidsgerecht bestaan uit drie arbiters waarvan de voorzitter de titel meester in de rechten bezit. De plaats van arbitrage zal zijn de plaats van vestiging van het hoofdkantoor van de Kamer van Koophandel, binnen welk gebied de vennootschap is gevestigd. Lid 4: Een geschil is aanwezig als één der vennoten verklaart dat dit het geval is. De vennoot die arbitrage verlangt, zal daarvan schriftelijk mededeling doen aan de andere vennoot. Lid 5: De benoeming van de arbiter(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.