vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Zaaknummers: 2259226/CV EXPL 13-37691 en 2417339/CV EXPL 13-48545 uitspraak: 27 november 2015 vonnis van de kantonrechter, zittinghoudende te Rotterdam in de zaak van: De stichting Stichting Havensteder gevestigd te Rotterdam eiseres in conventie gedaagde in reconventie nader te noemen Havensteder gemachtigde: mr. E. de Ruiter tegen [huurster] wonende te Rotterdam gedaagde in conventie eiseres in reconventie nader te noemen [huurster] gemachtigde: mr. A. Rhijnsburger en: [huurster] wonende te Rotterdam eiseres nader te noemen [huurster] gemachtigde: mr. A. Rhijnsburger tegen De stichting Stichting Havensteder gevestigd te Rotterdam gedaagde nader te noemen Havensteder gemachtigde: mr. E. de Ruiter Het verloop van de procedures In beide zaken Bij vonnis van 6 juni 2014, bij welk vonnis de kantonrechter blijft, heeft de kantonrechter een onderzoek door een deskundige gelast. De benoemde deskundige heeft zijn rapport op 14 november 2014 gedeponeerd. Naar aanleiding van opmerkingen van Havensteder heeft de kantonrechter de deskundige om nadere inlichtingen verzocht bij rolbeschikking van 20 maart
- De deskundige heeft een aanvullend rapport uitgebracht. Partijen hebben vervolgens ieder een akte genomen. Tenslotte is vonnis bepaald op heden. De beoordeling In beide zaken
- In zijn tussenvonnis heeft de kantonrechter vastgesteld dat de woning op tenminste 108,55 punten moet worden gewaardeerd. Ter discussie stond nog slechts de vraag welk energielabel aan de woning moest worden toegekend. Ter beantwoording van deze vraag is een deskundige benoemd. In zijn eerste rapport heeft de deskundige vastgesteld dat aan de woning het energielabel E moet worden toegekend. In zijn nadere rapportage is hij bij deze stellingname gebleven.
- Mede gelet op de reacties van partijen, zal de kantonrechter de deskundige volgen. Het energielabel wordt dus vastgesteld op E. Daarbij behoren onbetwist vijf punten zodat het totaal per aantal punten van de woning moet worden gesteld op
- De daarbij behorende maximale huurprijs was per 1 augustus 2012 EUR 538,04, per 1 juli 2013 EUR 551,50 en per 1 juli 2014 EUR 565,
- Wat betreft de gebreken welke door [huurster] aan de orde zijn gesteld, wordt als volgt geoordeeld.
- Aan de orde is nog de vraag of de tegels in de badruimte los zitten. De kantonrechter heeft zelf geconstateerd dat de tegels nog steeds los zitten. Een door Havensteder ingeschakelde aannemer heeft op 16 januari 2015 geconstateerd dat tegels niet los zitten, maar wel hol klinken. Dat laatste hoeft niet te betekenen volgens Havensteder dat de tegels los zitten. De kantonrechter heeft geen reden om aan het oordeel van de aannemer te twijfelen. Hij zal derhalve dit oordeel volgen.
- Dan zijn thans aan de orde de vorderingen van partijen. De vorderingen in de zaak 13-37691 In conventie
- Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen moet de verzochte verklaring voor recht inhoudende dat de woning moet worden gewaardeerd op 130 punten worden afgewezen. De verklaring voor recht dat er geen sprake is van een gebrek aan het voegwerk en het tegelwerk in de doucheruimte is toewijsbaar. Eveneens is toewijsbaar de verklaring voor recht dat de huurprijs vanaf 1 augustus 2012 EUR 420,76 bedraagt en vanaf 1 juli 2013 EUR 437,
- Dat betekent dat de vorderingen zullen worden toegewezen als hieronder zal worden bepaald. In reconventie
- Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de vordering in reconventie moet worden afgewezen. In conventie en reconventie
- [huurster] zal in de kosten worden veroordeeld welke zullen worden beperkt tot de kosten van de dagvaarding en het griffierecht, terwijl de kosten voor het overige worden gecompenseerd.
- De kosten van de deskundige dienen voor rekening van Havensteder te blijven nu zij ter zake het geschilpunt ter beslechting waarvan het deskundigenrapport is gevraagd, in het ongelijk is gesteld. In de zaak met rolnummer 13-48545
- Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, moet de vordering worden afgewezen.
- Als de in het ongelijk gestelde partij zal [huurster] in de kosten worden veroordeeld. In de beide zaken
- Dat betekent dat wordt beslist als volgt. De beslissing De kantonrechter: In de zaak met rolnummer 13-37691 In conventie verklaart voor recht dat er geen sprake is van een gebrek aan het voegwerk en het tegelwerk van de doucheruimte alsmede dat de doucheruimte waterdicht is; verklaart voor recht dat de huurprijs vanaf 1 augustus 2012 tot en met juni 2013 EUR 420,76 per maand bedraagt en vanaf 1 juli 2013 EUR 437,59 per maand; In reconventie wijst de vordering af; In conventie en reconventie veroordeelt [huurster] in de kosten van het geding te weten EUR 112,00 voor griffierecht en EUR 92,82 voor het uitbrengen van de dagvaarding, en compenseert de kosten voor het overige; wijst af het meer of anders gevorderde; In de zaak met rolnummer 13-48545 wijst de vordering af; veroordeelt [huurster] in de kosten van het geding te bepalen op EUR 350,00 voor salaris van de gemachtigde van Havensteder; In de beide zaken verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. Aldus gewezen door mr. M.P.A.M. Fruytier, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 november 2015 in tegenwoordigheid van de griffier. De griffier de kantonrechter