vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team haven en handel Vonnis van 8 juli 2015 (bij vervroeging) in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/10/459510 / HA ZA 14-949 van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser] , gevestigd te Rotterdam, eiseres, advocaat mr. J. van Londen, tegen [gedaagde] , wonende te Heerjansdam, gedaagde, advocaat mr. J.G.M. Roijers. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:- de dagvaarding, tevens houdende de incidentele vordering tot verwijzing ex artikel 220 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering (Rv) alsmede voeging ex artikel 222 Rv, met producties;- de incidentele conclusie van antwoord van 29 oktober 2014;- een vonnis in het incident van 21 januari 2015 waarin de onderhavige zaak is gevoegd met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met zaaknummer/ rolnummer C/10/453984/HA ZA 14-664, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding;- de aantekening van de rolrechter dat laatstbedoelde zaak wegens faillissement van gedaagde krachtens artikel 29 Faillissementswet (FW) van rechtswege is geschorst en naar de parkeerrol is verwezen;- een akte houdende overlegging producties zijdens [eiser] ;- een conclusie van antwoord, met producties; het tussenvonnis van 1 april 2015; het proces-verbaal van comparitie van 1 april 2015; een brief zijdens [gedaagde] van 16 juni 2015 houdende opmerkingen op het proces-verbaal;- een brief zijdens [eiser] van 23 juni 2015 houdende opmerkingen op het proces-verbaal. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] , een transportbedrijf, heeft in de periode van 2012 tot in mei 2014 in opdracht en voor rekening van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Beaver Ships Agents B.V. (hierna: Beaver) diensten verricht en transporten verricht. Op de door [eiser] aan Beaver daarvoor verstuurde facturen staat vermeld dat deze binnen 30 dagen dienen te zijn voldaan. 2.2. [gedaagde] was in de hiervoor bedoelde periode tot in augustus 2014 blijkens uittreksels uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel - via Inside Holding B.V. en de stichting Stichting Administratiekantoor [gedaagde] - indirect bestuurder en enig aandeelhouder alsmede volledig gevolmachtigde van Beaver. 2.3. Op 5 mei 2013 is een aantal ondernemingen waarvan [gedaagde] (indirect) bestuurder was gefailleerd.[gedaagde] heeft met zijn echtgenote bij akte van 4 juli 2013 met ingang van 5 juli 2013 hun huwelijksgoederenregime gewijzigd van een wettelijke gemeenschap van goederen in huwelijksvoorwaarden “ter bescherming voor de toekomst van een eventueel faillissement van een van de partijen, staande hun huwelijk”. 2.4. [gedaagde] heeft op 11 december 2013, namens Beaver aan [eiser] toegezegd de toen ontstane betalingsachterstand van Beaver terzake van de onder 2.1. bedoelde facturen in termijnen af te lossen. [gedaagde] heeft voorts naar aanleiding van aanmaningen zijdens [eiser] , bij mails van 8 april 2014, 14 april 2014, 17 april 2014 en 6 mei 2014 in verschillende bewoordingen aangegeven dat Beaver in een positie verkeert waarin niet “alles in een keer kan worden opgelost” en namens Beaver toegezegd tot betaling in termijnen te zullen overgaan. 2.5. Beaver heeft in totaal een bedrag van meer dan € 263.000,- aan [eiser] betaald, waarvan in januari 2014 € 20.000,- , februari 2014 € 17.000,- , maart 2014 € 24.000,- en april 2014 € 25.000,- . 2.6. Beaver heeft op facturen van [eiser] d.d. 26 februari 2014 tot en met 5 mei 2014, in totaal een bedrag van € 85.218,19 onbetaald gelaten. 2.7. Per 5 augustus 2014 heeft [gedaagde] namens Inside Holding B.V. en de Stichting Administratiekantoor [gedaagde] , de aandelen in Beaver overgedragen aan Carnet B.V. gevestigd in België. Voorts is [gedaagde] per 29 juli 2014 algemeen directeur geworden van de op diezelfde datum opgerichte besloten vennootschap RTM2 GO Management en Investment Company B.V. 2.8. [eiser] heeft Beaver tot voldoening van het door Beaver op de facturen d.d. 26 februari 2014 tot en met 5 mei 2014 onbetaald gelaten bedrag van € 85.218,19, gedagvaard bij exploot dd. 5 juni 2014. Deze zaak, bij de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, aanhangig onder zaak-/rolnummer 453984 HA ZA 11-664, is van rechtswege geschorst als gevolg van het bij vonnis van deze rechtbank in december 2014 uitgesproken faillissement van Beaver. 2.9. [eiser] heeft krachtens een beschikking van de voorzieningenrechter in deze rechtbank van 15 augustus 2014 conservatoir (derden)beslag gelegd - op 18 augustus 2014 onder de ABN AMRO Bank - op 19 augustus 2014 op de door de stichting Administratiekantoor Van Grevenboek uitgegeven certificaten van de aandelen in het kapitaal van Inside Holding B.V.;- op 19 augustus 2014 op de door [gedaagde] gehouden aandelen in het kapitaal van de besloten vennootschap RTM2GO Management and Investment Company B.V., met overbetekening van de beslagen bij exploit van 19 augustus 2014. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert bij vonnis, voorzover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad: hoofdzaak: A. te verklaren voor recht dat [gedaagde] in zijn hoedanigheid van indirect bestuurder doch feitelijk leidinggevende van Beaver onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld door opdrachten aan [eiser] te verstrekken en toezeggingen te doen dat de desbetreffende facturen zouden worden betaald en hoofdelijk aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade; B. [gedaagde] hoofdelijk, naast de reeds gevraagde veroordeling van Beaver, te veroordelen, des dat de één zal betalen de ander zal zijn bevrijd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag aan schadevergoeding ter hoogte van € 85.218,19, te vermeerderen met de opeisbare wettelijke rente vanaf de onderscheiden vervaldata der facturen tot en met 5 juni 2014 ten belope van € 280,33, te vermeerderen met de opeisbare wettelijke rente vanaf 6 juni 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, te vermeerderen met de (buiten)gerechtelijke incassokosten ten belope van € 1.627,18, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag; C. [gedaagde] hoofdelijk, naast de reeds gevraagde veroordeling van Beaver, te veroordelen, des dat de één zal betalen de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van onderhavige procedure, een bedrag aan kosten voor juridische bijstand verleend door de advocaat en tevens de kosten voor het leggen van conservatoir (derden)beslag ten belope van € 1.422,05 daaronder begrepen, alsmede met veroordeling van [gedaagde] in de nakosten conform artikel 237 lid 4 Rv indien en voor zover [gedaagde] niet binnen de wettelijke vereiste termijn van twee dagen, althans binnen een door de rechtbank redelijk geachte termijn, na betekening van het ten deze te wijzen vonnis, heeft voldaan. 3.2. [eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat Beaver de facturen van [eiser] ten onrechte tot het in de dagvaarding vermelde bedrag onbetaald heeft gelaten en dat [gedaagde] , als bestuurder van Beaver, onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] omdat hij i. namens Beaver verplichtingen is aangegaan, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest begrijpen dat Beaver niet of niet binnen een redelijke termijn aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de schade die [eiser] op grond daarvan zou lijden en hem daarvan een ernstig verwijt treft;ii. heeft bewerkstelligd of toegelaten dat Beaver haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt en hem daarvan een ernstig verwijt treft.[eiser] stelt dat [gedaagde] als bestuurder aansprakelijk is voor betaling van het door Beaver op de facturen van [eiser] onbetaald gelaten bedrag van € 85.218,19, de wettelijke rente daarover vanaf de factuurdata en voor door [eiser] gemaakte buitengerechtelijke incassokosten op grond van de Wet Normering Buitengerechtelijke Incassokosten (WIK) en het bijbehorende besluit tot een een bedrag van € 1.627,18. 3.3. [gedaagde] voert verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling4.1. [gedaagde] betwist voor alles de stelling dat [eiser] in opdracht van Beaver diensten en transporten heeft uitgevoerd ter hoogte van het door haar gefactureerde bedrag en dat Beaver deze facturen zonder protest heeft behouden.De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] , nu [eiser] haar stelling nader heeft geadstrueerd door overlegging van een zeer groot aantal daarop betrekking hebbende facturen en mails tussen partijen, niet kon volstaan met een enkele betwisting van deze stelling. De rechtbank gaat aan dit verweer dan ook als onvoldoende gemotiveerd voorbij, zodat dat het ervoor moet worden gehouden dat Beaver op de facturen van [eiser] ten onrechte een bedrag van € 85.218,19 onbetaald heeft gelaten.4.2. Hiermee komt de vraag aan de orde of [gedaagde] voor betaling van dit bedrag aansprakelijk is omdat hij als bestuurder van Beaver onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] .De rechtbank stelt voorop dat naast de aansprakelijkheid van de vennootschap ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond kan zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.