beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens : C/10/515820 / JE RK 16-3739 en C/10/515821 / JE RK 16-3740 datum uitspraak: 1 december 2016 beschikking voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing in de zaak van Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam. betreffende [naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2013 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] , [naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2013 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] . Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit: - het mondelinge verzoek van de Raad van 1 december 2016, gevolgd door het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 2 december
- De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de moeder. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de moeder. Het verzoek De Raad heeft de ondertoezichtstelling verzocht van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , voorafgegaan door een voorlopige ondertoezichtstelling voor de duur van drie maanden. Tevens wordt de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verzocht voor de duur van vijf dagen in een voorziening voor pleegzorg. De beoordeling Uit het mondelinge verzoek en de overgelegde stukken blijkt dat een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek (BW). Een voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] weg te nemen. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zullen voorlopig onder toezicht worden gesteld voor een termijn van drie maanden (artikel 1: 257 BW). Ook is het dringend en onverwijld noodzakelijk dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] met spoed uit huis worden geplaatst. Het verhoor van de belanghebbende kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . De Raad en de belanghebbende worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde zitting. In afwachting van deze zitting zal de machtiging tot uithuisplaatsing tot 5 december 2016 12:00 uur worden verleend. Verdere beslissingen op het verzoekschrift zal de kinderrechter pas nemen nadat de zitting heeft plaatsgevonden. De beslissing De kinderrechter: stelt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voorlopig onder toezicht van de Gecertificeerde Instelling (GI) William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, met ingang van 1 december 2016 tot 1 maart 2017; verleent machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg, met ingang van 1 december 2016 tot 5 december 2016 12:00 uur en houdt de beslissing met betrekking tot de ondertoezichtstelling aan; verklaart de beslissing tot uithuisplaatsing uitvoerbaar bij voorraad; bepaalt dat de Raad, de GI en de belanghebbende zullen worden gehoord ter zitting van 9 december 2016 om 11:00 uur, welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Dordrecht, Steegoversloot
- De zaak zal op voornoemde zitting, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, kinderrechter. Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. F. Aukema-Hartog, kinderrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting. Mr. Aukema-Hartog is afwezig en daardoor buiten staat de schriftelijke bevestiging van deze beslissing mede te ondertekenen. Gezien door mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, kinderrechter, in bijzijn van J. Peters, griffier. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.