RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 4080627 CV EXPL 15-3441 datum: 1 april 2016 vonnis van de kantonrechter, zittinghoudende te Dordrecht, in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidO. SLOKKERS MARITIEM B.V., gevestigd te Zwijndrecht, eiseres in de hoofdzaak,verweerster in het bevoegdheidsincident,gemachtigde: mr. J.C. van Zuethem, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PROVAART LOGISTICS B.V., gevestigd te Hendrik-Ido-Ambacht,gedaagde in de hoofdzaak,eiseres in het bevoegdheidsincident, gemachtigde: mr. R.A. Klaassen. Eiseres in de hoofdzaak/verweerster in het bevoegdheidsincident zal hierna Slokkers genoemd worden en gedaagde in de hoofdzaak/eiseres in het bevoegdheidsincident Provaart. 1Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennis genomen: het exploot van dagvaarding van 14 april 2015, met producties; de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid, met producties; de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident, met producties. Ten slotte is vonnis bepaald in het bevoegdheidsincident. 2Het geschil in de hoofdzaak 2.1. Slokkers heeft gevorderd Provaart bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 421.432,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van de algehele voldoening, met veroordeling van Provaart in de proceskosten. 2.2. Slokkers heeft hieraan de volgende stellingen ten grondslag gelegd - samengevat weergegeven: - Slokkers is eigenaar van de duwbak “Espera 117”; - bij mondeling gesloten overeenkomst in de periode van 1 tot en met 15 oktober 2014 heeft Slokkers de “Espera 117” verhuurd aan Provaart voor een huurprijs van € 180,00 per dag; - buiten medeweten van Slokkers heeft Provaart de “Espera 117” doorverhuurd, waarna deze duwbak nog twee keer is doorverhuurd buiten medeweten van Slokkers; - zoals in de dagvaarding onder 4-8 nader uiteen is gezet, is de “Espera 117” op 14 oktober 2014 [in de dagvaarding staat abusievelijk “2015”; kantonrechter] zwaar beschadigd geraakt en gezonken als gevolg van onvakkundige belading door de bemanning; - de schade die Slokkers hierdoor heeft geleden bedraagt in totaal € 421.432,00; - partijen hebben een rompbevrachtingsovereenkomst gesloten, waarop blijkens artikel 8:900 juncto artikel 8:893 BW de voorschriften van huur van toepassing zijn; de “Espera 117” is namelijk door Slokkers aan Provaart ter beschikking gesteld waarbij Slokkers iedere zeggenschap over de duwbak uit handen heeft gegeven; - op grond van artikel 7:213 BW was Provaart als verhuurder verplicht als een goed huisvader voor de “Espera 117” te zorgen, terwijl Provaart op grond van artikel 7:219 BW aansprakelijk is voor de gedragingen van de bemanning van de “Espera 117”; - door vorenbedoelde onvakkundige belading van de “Espera 117” is de bemanning van deze duwbak tekortgeschoten in de door haar in acht te nemen behoorlijke zorg voor de “Espera 117”, zodat Provaart aansprakelijk is jegens Slokkers voor genoemde schade ten bedrage van in totaal € 421.432,00; - voor zover subrogatie heeft plaatsgevonden, hebben cascoverzekeraars van de “Espera 117” Slokkers de last verstrekt om de vordering tegen Provaart op eigen naam in te stellen; - de kantonrechter is bevoegd op grond van artikel 93 sub c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), aangezien, als gezegd, sprake is van rompbevrachting, waarop de voorschriften van huur toepasselijk zijn. in het bevoegdheidsincident 2.3. Provaart heeft gevorderd dat de kantonrechter zich bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad onbevoegd verklaart kennis te nemen van de vordering van Slokkers, met veroordeling van Slokkers in de proceskosten van de incidenten. 2.4. Bij wijze van, zoals zij het noemt, “eerste exceptie van onbevoegdheid” beroept Provaart zich op de onbevoegdheid van de kantonrechter, omdat volgens haar geen sprake is van rompbevrachting. Bij wijze van, zoals zij het noemt, “tweede exceptie van onbevoegdheid” beroept Provaart zich op de onbevoegdheid van de Nederlandse rechter vanwege de forumkeuze voor de rechtbank in Duisburg, Duitsland in artikel 11 van de door haar als productie 6 in het geding gebrachte schriftelijke huurovereenkomst inzake de “Espera 117” van 5 juli 2013. 2.5. Slokkers heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vordering van Provaart, met veroordeling van Provaart in de proceskosten van het incident. Op de argumenten die Slokkers hiertoe heeft aangevoerd zal hieronder bij de beoordeling, voor zover van belang, nader worden ingegaan. 3De beoordeling van de incidentele vordering inleiding 3.1. Proveert betwist achtereenvolgens de bevoegdheid van de kantonrechter van deze rechtbank en de internationale bevoegdheid van deze rechtbank. Deze rechtbank, waarvan de kantonrechter is aangezocht, dient eerst haar internationale bevoegdheid te beoordelen. Uitsluitend voor zover zij internationaal bevoegd is, dient zij vervolgens te beoordelen of de zaak tot de competentie van kantonrechter van deze rechtbank behoort dan wel tot de competentie van een kamer voor civiele zaken van deze rechtbank. internationale bevoegdheid van deze rechtbank, waarvan de kantonrechter is aangezocht 3.2. De onderhavige zaak is een burgerlijke- of handelszaak in de zin van artikel 1 van de Herschikte EEX-Verordening, de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX II-Vo). De EEX II-Vo is van toepassing op zaken die aanhangig zijn gemaakt voorafgaande aan 10 januari 2015, de dag waarop (de bevoegdheidsregels van) deze verordening van toepassing is (zijn) geworden. In de onderhavige zaak is temporeel bezien derhalve de EEX II-Vo van toepassing. 3.3. Voor de toepasselijkheid van de EEX II-Vo is tevens vereist dat de zaak, waar het de rechterlijke bevoegdheid betreft, voldoende internationaal van aard is - het zogenaamde ‘internationaliteitsvereiste’. Indien een zaak bijvoorbeeld uitsluitend met het land van de aangezochte rechter - in deze zaak Nederland - verbonden is, dan mist de EEX II-Vo toepassing. De vraag is dus of de onderhavige zaak aan dit internationaliteitsvereiste voldoet. 3.4. Beide partijen in deze zaak, Slokkers en Provaart, hebben hun woonplaats in Nederland, waar zij beide gevestigd zijn. Zij houden bovendien beide kantoor in Nederland. Vergelijk artikel 63 EEX II-Vo. In de onderhavige zaak is echter aan het internationaliteitsvereiste voldaan, in ieder geval omdat door de onderhavige forumkeuze aan de EEX II-Vo-bevoegdheid van een EEX II-Vo-gerecht wordt gederogeerd, in de onderhavige zaak de EEX II-Vo-bevoegdheid van de Nederlandse rechter (vgl. Hof Den Haag 28 juni 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BR1381). 3.5. In de onderhavige zaak is ook aan de overige vereisten voor toepasselijkheid van de EEX II-Vo voldaan, omdat beide partijen gevestigd zijn op het grondgebied van een EEX II-Vo-lidstaat (vgl. artt. 4 en 25 EEX-Vo) en de forumkeuze waar het geschil in dit bevoegdheidsincident betrekking op heeft is uitgebracht voor een rechter van een EEX II-Vo-lidstaat (vgl. art. 25 EEX II-Vo). 3.6. Aangezien Provaart, de gedaagde, woonplaats heeft binnen het rechtsgebied van deze rechtbank, is deze rechtbank in beginsel bevoegd kennis te nemen van de vordering van Lievaart (art. 4 lid 1 EEX II-Vo jo. art. 99 lid 1 Rv). Komt echter vast te staan, zoals Provaart stelt en Slokkers betwist, dat partijen de bevoegdheid van de Nederlandse rechter hebben uitgesloten door te kiezen voor de rechtbank te Duisburg, dan leidt dat tot de onbevoegdheid van deze rechtbank. 3.7. Niet in geschil is dat de forumkeuze voor de rechtbank te Duisburg waar Provaart een beroep op doet een exclusieve forumkeuze is in de zin van artikel 25 EEX II-Vo. Toepasselijkheid van deze forumkeuze zou dus betekenen dat deze rechtbank, waarvan de kantonrechter is aangezocht, onbevoegd is. 3.8. Slokkers betwist echter - samengevat - dat deze schriftelijke huurovereenkomst inzake de “Espera 117” van toepassing is op de vordering van Slokkers. Over dit geschilpunt overweegt de kantonrechter als volgt. 3.9. Slokkers baseert haar vordering tegen Provaart op een met Provaart gesloten overeenkomst tot verhuur van de “Espera 117” voor de periode van 1 tot en met 15 oktober 2014. Volgens Slokkers gaat het hier niet om een op schrift gestelde overeenkomst maar om een mondelinge overeenkomst. 3.10. Uit bovengenoemde incidentele conclusie van Provaart leidt de kantonrechter af dat Provaart haar stelling inzake de toepasselijkheid van de door partijen op 5 juli 2013 schriftelijk gesloten huurovereenkomst inzake de “Espera 117” (hierna: de Huurovereenkomst van 5 juli 2013) baseert op twee (alternatieve) argumenten. Het ene argument van Provaart houdt het volgende in. In Box 3 van de Huurovereenkomst van 5 juli 2013, die betrekking heeft op de “Huurperiode”, is ingevuld “17-06-2013 t/m 30-06-2014” maar is voor het overige niets bepaald. In artikel 1.1 van de Huurovereenkomst van 5 juli 2013 is bepaald dat aan het einde van de in box 3 bepaalde periode de huur voor onbepaalde tijd wordt verlengd, tenzij één van de partijen de huur voordien heeft opgezegd. Opzegging van de Huurovereenkomst van 5 juli 2013 heeft niet plaatsgehad, zodat deze overeenkomst heeft voortgeduurd na 30 juni 2014. Gezien het feit dat Slokkers de “Espera 117” ook voor de periode van 1 tot en met 15 oktober 2014, derhalve ruim na 30 juni 2014, weer heeft verhuurd aan Provaart, kan het dan ook niet anders zijn dan dat de Huurovereenkomst van 5 juli 2013 ook van toepassing is op deze verhuur van de “Espera 117” in de periode van 1 tot en met 15 oktober 2014. Als ander argument voert Provaart het volgende aan. Slokkers en Provaart doen al zaken sinds de oprichting van Provaart medio 2002/2003. Zij gaan steeds gelijkluidende schriftelijke huurovereenkomsten aan. Gezien deze lengte van de periode waarin Provaart en Slokkers al zaken met elkaar doen en gezien de hoeveelheid duwbakken die door Provaart op een dagelijkse basis werden gehuurd van Slokkers onder het regime van deze gelijkluidende huurovereenkomsten kan de stelling van Slokkers dat de onderhavige mondelinge huurovereenkomst inzake de “Espera 117” niet onder dit regime valt geen stand houden. Deze huurovereenkomsten moeten namelijk worden beschouwd als een bestendig gebruikelijk beding “in de relatie tussen Slokkers en Provaart als het gaat om de huur van duwbakken”, aldus Provaart. 3.11. Slokkers betwist deze argumenten van Provaart voor de toepasselijkheid van het forumkeuzebeding in de Huurovereenkomst van 5 juli 2013 op het onderhavige geval. 3.12. Een forumkeuze dient volgens het eerste lid van artikel 25 EEX II-Vo aan ten minste één van de volgende drie vormvereisten te voldoen: [De overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten:] a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.