beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/497926 / JE RK 16-830 datum uitspraak: 19 april 2016 beschikking in de zaak van [Naam van de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats] , tegen de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam, betreffende de minderjarigen: [Naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [roepnaam] , [Naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [roepnaam] en [Naam minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [roepnaam] . Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoekschrift met bijlagen van de moeder van 22 maart 2016, ingekomen bij de griffie op 22 maart 2016; - de aanvullende stukken van de GI van 5 april 2016, ingekomen bij de griffie op 5 april 2016; - de aanvullende stukken van de moeder van 8 april 2016, ingekomen bij de griffie op 8 april 2016. Op 5 april 2016 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de moeder, bijgestaan door mr. M.N.R. Nasrullah, - dhr. [naam] , vertegenwoordiger van de GI. Aan de vader en mevrouw [naam] , de grootmoeder van de minderjarigen, heeft de kinderrechter bijzondere toegang tot de zitting verleend. De feiten Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt uitgeoefend door de ouders. Bij beschikking van 25 september 2015 zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 3 oktober 2016. De kinderrechter heeft bij deze beschikking tevens de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een voorziening voor pleegzorg verlengd voor de duur van de ondertoezichtstelling. Bij beschikking van 17 februari 2016 heeft het Gerechtshof Den Haag bepaald dat de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen eindigt op 3 juli 2016. De GI heeft op 10 maart 2016 de moeder een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Hierin is het volgende opgenomen: “De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond geeft de volgende aanwijzing: De data voor de bezoeken tussen moeder en kinderen zullen zijn: - Maandag 7 maart: van 10.30 tot 11.15 uur begeleid Delftseplein 29 (Ouders hebben aangegeven op deze datum verhinderd te zijn) Dinsdag 24 mei: van 10.30 tot 11.15 uur begeleid Delftseplein 29 Dinsdag 28 juni: van 10.30 tot 11.15 uur begeleid Delftseplein 29 - We gaan respectvol met elkaar om. Dat wil zeggen dat er op een rustige manier gecommuniceerd wordt. Ook wordt er niet gescholden en geschreeuwd; - Er wordt niet in Surinaams (Sranan Tongo) gepraat met de kinderen; wij willen horen wat er gezegd wordt; - Ouders mogen aan pleegouders dingen over de zorg voor de kinderen vragen. Andere zaken worden besproken met de casemanager en/of pleegzorgbegeleidster; - Ongenoegen wordt niet geuit waar de kinderen bij zijn. En niet rechtstreeks naar pleegouders toe, maar aan de jeugdbeschermer en/of pleegzorgbegeleidster; - Wanneer een bezoek niet goed verloopt (respectloos/agressie) wordt het bezoek stopgezet en volgt er een afspraak voor een gesprek, alvorens de bezoeken worden voortgezet. Omdat [minderjarige 1] heeft aangegeven dat hij zijn moeder (voorlopig) niet wil zien, is er voor gekozen dat hij in eerste instantie niet bij de afgesproken bezoeken zal zijn” Het verzoek De moeder heeft verzocht de schriftelijke aanwijzing van de GI geheel vervallen te verklaren. Tevens verzoekt de moeder om een omgangsregeling vast te stellen welke ertoe strekt dat de ouders én de grootmoeder moederszijde elke dinsdag ten minste twee uur omgang hebben met [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , dat er gedurende de omgangsmomenten Sranan Tongo tegen de kinderen mag worden gesproken, dat de ouders en de grootmoeder moederszijde wordt toegestaan om cadeaus aan de kinderen te geven en dat er tevens omgang zal plaatsvinden op de verjaardagen van de kinderen, dan wel om een omgangsregeling in goede justitie vast te stellen. Daarnaast verzoekt de moeder om de GI te veroordelen in de kosten van deze procedure. Het standpunt van verzoekster Ter zitting heeft de moeder haar verzoek gehandhaafd. Het verzoek is door en namens de moeder als volgt toegelicht. Volgens de moeder lijkt de GI met haar handelen niet te werken aan een thuisplaatsing bij de ouders. De hulpverlening lijkt stil te liggen en er lijkt geen onderzoek plaats te vinden naar het perspectief van de kinderen of naar eventuele mogelijkheden tot uitbreiding van de omgang. De moeder wil graag concrete aanwijzingen van de GI over de voorwaarden die worden gesteld voor een thuisplaatsing, zodat zij weet waar zij aan moet werken. Volgens de moeder wordt haar hierin geen duidelijkheid geboden. De huidige bezoekregeling verloopt moeizaam. De moeder ervaart de begeleide bezoeken als belemmerend. De moeder kan niet instemmen met de voorwaarden die door de GI aan de bezoeken zijn gesteld. De moeder is van mening dat het toekomstperspectief van de kinderen nog altijd bij de ouders ligt en dat het daarom van belang is om te voorkomen dat er onthechting tussen de moeder en de kinderen plaatsvindt. Naar de mening van de moeder dient de GI zich actief in te spannen om de mogelijkheden en onmogelijkheden van een thuisplaatsing te onderzoeken. De moeder wil met de GI kijken hoe een thuisplaatsing tot stand kan komen. De voorwaarde dat er geen Sranan Tongo mag worden gesproken met de kinderen krenkt de moeder ten diepste. Zij wil haar kinderen graag de taal en cultuur van haar land van herkomst bijbrengen. In reactie op de door de GI nagezonden Checklist Oudercontacten in de Pleegzorg (hierna: de CHOP-lijst) heeft de moeder bij brief van 8 april 2016 gesteld dat de CHOP-lijst niet in overleg met de ouders zijn opgemaakt. Bovendien betwist de moeder dat de bezoekmomenten spanningsvol verlopen. De kinderen genieten juist zichtbaar van het bezoek van hun ouders. Het standpunt van de GITer zitting is door de GI gesteld dat de schriftelijke aanwijzing voldoende duidelijk is gemotiveerd. De bezoekfrequentie van de omgangsregeling is tot stand gekomen door het gebruik van de CHOP-lijst. De GI heeft nagelaten deze CHOP-list bij de schriftelijke aanwijzing te voegen. Deze zullen nog aan de belanghebbenden en aan de kinderrechter worden overgelegd. Volgens de GI stellen de ouders zich zelfbepalend op en geven zij onvoldoende openheid over hun situatie. De GI maakt zich zorgen over het feit dat de moeder last lijkt te hebben van psychoses. De begeleide bezoeken zijn belastend voor de kinderen. De ouders stellen zich zeer eisend op met betrekking tot de wijze waarop de GI met de kinderen moet omgaan. Het lukt de GI tot op heden onvoldoende om met de ouders een samenwerkingsrelatie aan te gaan. Tot op heden zijn er nog geen concrete voorwaarden voor thuisplaatsing opgesteld. Volgens de GI dienen op dit vlak eerst stappen gezet worden met betrekking tot het verbeteren van de communicatie en het openheid geven van zaken. De beoordeling Ter bepaling van de omgangsregeling heeft de GI gebruik gemaakt van een CHOP-lijst. Bij de vraag in de CHOP-lijst of er in de praktijk duidelijkheid is voor alle betrokkenen (pleegkind, ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.