Rechtbank Rotterdam Team Bestuursrecht 1 zaaknummer: ROT 15/2809 uitspraak van de meervoudige kamer van 17 mei 2016 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, gemachtigde: mr. K. Bingöl, en CIZ, verweerder, gemachtigde: mr. L.M.R. Kater. Procesverloop Bij besluit van 7 oktober 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser van 8 juli 2014 om zorg op grond van de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) afgewezen. Eiser heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Tevens heeft eiser de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek bij uitspraak van 8 december 2014 (zaaknummer ROT 14/8031) afgewezen. Bij besluit van 19 maart 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 maart
- Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Overwegingen
- Eiser lijdt aan dissociatieve amnesie, depressieve stoornis, posttraumatische stressstoornis (PTSS) en het syndroom van Korsakov ten gevolge van martelingen waaraan hij is blootgesteld in de periode dat hij wegens zijn politieke overtuigingen in Turkse gevangenissen verbleef. Hij is vanaf januari 2014 onder (ambulante) behandeling geweest bij Esens GGZ (Esens). Esens heeft eiser doorverwezen naar Bavo Europoort (Bavo), omdat de ambulante behandeling bij Esens niet afdoende leek. Bij Bavo bestaat de mogelijkheid tot klinische opname voor onderzoek. Eiser is bij Bavo op een wachtlijst geplaatst. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor zorgzwaartepakket GGZ 04C en begeleiding groep.
- Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat behandeling vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) voorliggend is op het indiceren van AWBZ-zorg en dat er geen behandel- of begeleidingsplan van een behandelaar is waaruit blijkt dat naast behandeling en begeleiding vanuit de GGZ, zorg op grond van de AWBZ dient te worden geleverd. Verweerder heeft zich gebaseerd op het advies van medisch adviseur drs. I. Dammar (de medisch adviseur) van 9 februari
- Deze heeft na kennisneming van medische informatie over eiser, waaronder een nadere analyse door Bavo, geconcludeerd dat een klinische therapie of opname is geïndiceerd, dat behandeling van de PTSS met EMDR heeft geholpen en voortzetting daarvan mogelijk is binnen de GGZ en dat eiser verwezen kan worden naar een gespecialiseerd centrum zoals Centrum 40-45 of het Sinai centrum.
- Eiser voert in beroep aan dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan en er ten onrechte vanuit is gegaan dat hij niet onder psychiatrische behandeling stond. Na aanmelding bij Bavo is de behandeling bij Esens voortgezet. Verweerder had moeten onderzoeken of die behandeling aan de totale zorgbehoefte beantwoordde. Eiser is van mening dat dit niet het geval was en dat hij in aanvulling op de behandeling AWBZ-zorg nodig had voor het bevorderen, behouden en compenseren van zijn zelfredzaamheid. Het syndroom van Korsakov kenmerkt zich door desoriëntatie in tijd en plaats. Eiser is niet in staat zelf structuur aan te brengen in zijn leven. Dat hij op de wachtlijst stond bij Bavo betekende niet dat hij geen AWBZ-zorg nodig had. Eiser is van mening dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn omstandigheden. Hij is al jaren onder behandeling, maar de behandelingen hebben tot nu toe weinig resultaat gehad.
- De rechtbank komt tot de volgende beoordeling. 4.
- Het medisch onderzoek is voldoende zorgvuldig geweest. Verweerders medisch adviseur heeft kennis genomen van de inzichten van Esens, de huisarts en Bavo. De behandelaren van Esens zijn tot de conclusie gekomen dat de behandeling bij Esens niet in eisers totale zorgbehoefte voorzag. Nu verweerders medisch adviseur deze conclusie niet heeft betwist, bestond er voor verweerder geen aanleiding hier nader onderzoek naar te (laten) doen. 4.
- Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de Zvw voorliggend is op de inzet van AWBZ-zorg. Er bestaat geen aanleiding voor twijfel aan de conclusie van de medisch adviseur dat behandeling, bijvoorbeeld in een gespecialiseerd centrum, is aangewezen en dat eiser nog niet is uitbehandeld. Uit de informatie van Esens en Bavo blijkt voldoende duidelijk dat zij nog mogelijkheden zien voor nadere behandeling van eiser in het kader van de GGZ. 4.
- Uit de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep, bijvoorbeeld de uitspraak van 27 augustus 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:2946), volgt dat als een belanghebbende aanvoert dat hij naast behandeling op grond van de Zvw is aangewezen op zorg op grond van de AWBZ, het op zijn weg ligt om, onderbouwd met (medische) stukken, te motiveren op welke zorg hij in het kader van de AWBZ is aangewezen en waarom. De medische informatie over eiser en het zorgplan van Descartes Zorg bevatten een dergelijke onderbouwing niet. De door eiser op 18 maart 2016 ingezonden informatie van een psychiater en van de gemeente Rotterdam evenmin, terwijl deze informatie bovendien betrekking heeft op een latere periode dan de periode in geding.
- Het beroep is ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Bedee, voorzitter, en mr. J. Bergen en mr. S.E.C. Debets, leden, in aanwezigheid van mr. A.M.P. Meijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 mei
- griffier voorzitter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.