vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team haven en handel zaaknummer / rolnummer: C/10/490650 / HA ZA 15-1233 Vonnis van 25 mei 2016 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. M. Oudriss te Breda, tegen
(3)ons aangeleverde sleutels van het merk Paddock -zijnde de sleutels waarvan was opgegeven dat deze bij de motorfiets waren gebruikt met gebruikmaking van een microscoop onderzocht. Tevens werden de Paddock sleutels van het nieuwe slot onderzocht. Onderzoek heeft uitgewezen dat de sleutels (beide sleutelsets) geen zichtbare gebruikssporen vertonen. Ook bevatten de sleutels geen beschadigingen of krassen die moedwillig zijn aangebracht. [persoon 5] gaf ons aan dat het niet de sleutels waren die hij destijds heeft onderzocht en dat hij inzake zijn bevindingen een aanvullend verslag zou maken. 3. RESUME / SLOTOPMERKINGEN Aan de door ons onderzochte sleutels van het merk Paddock zijn geen onregelmatigheden aangetroffen. 4. CONTRA-EXPERTISE Conform uw aanvullende verzoek hebben wij een afzonderlijke rapportage inzake de waardebepaling opgemaakt. Alkmaar, 14 september 2015 DEKRA Automotive B.V. Bijlagen: 5 foto's van de ontvangen sleutel 6 foto's van de onderzochte sleutels Waardebepaling' 2.17. In aan de dossierbehandelaar van Allianz gerichte e-mails van respectievelijk 18 juni 2015 en 6 oktober 2015 en in een verklaring van 7 januari 2016 heeft schade-expert Bos van ITEB (thans: 'Allianz Claims Services') zich als volgt uitgelaten over het onderzoek door DEKRA: 18 juni 2015: Ik ben telefonisch benaderd door de Dekra om aanwezig te zijn bij het sleutelonderzoek waarvoor de ARAG opdracht heeft gegeven. Op 11-6-2015 ben ik bij een keuringstation van de Dekra te Uden geweest en heb daar gesproken met [persoon 6] . Gezamenlijk hebben we daar de sleutel (nogmaals) met behulp van een microscoop bekeken. Microscopisch onderzoek heeft ook bij ITEB te Rotterdam plaatsgevonden tijdens mijn onderzoek. Zowel [persoon 6] (Dekra) als ikzelf kwam tot dezelfde conclusie. Op de door ons onderzochte sleutels bevinden zich geen sporen van manipulatie. Tevens ontbreken ook sporen van (regelmatig) gebruik. Wel zijn op alle drie de sleutels lichte sporen aanwezig, afkomstig van het vervaardigen van de sleutel. Kortom, het betrof een nieuwe set sleutels. Zoals ik in mijn vorige aanvullende rapport heb aangegeven is er sprake van twee sets sleutels. De sleutels met daarop de aangebracht (gemanipuleerde) sporen heb ik niet aangetroffen bij de Dekra. Mijn bezoek aan de Dekra, evenals de contra-expertise heeft hierdoor geen toegevoegde waarde. Ik zie geen noodzaak om het door mij ingenomen standpunt te herzien.' 6 oktober 2015: 'In reactie op de rapportage van de Dekra wil ik u het volgende melden. Ik ben inderdaad bij het sleutelonderzoek in Uden geweest. Er is daar 1 sleutelset microscopisch bekeken. Niet twee zoals in rapportage van de Dekra staat. Op de sleutels die microscopisch zijn beoordeeld zijn geen sporen waargenomen. Zoals u in mijn eerdere rapportage heeft kunnen lezen, zie ik geen noodzaak om mijn standpunt te herzien. Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.' 7 januari 2016: 'Verklaring [persoon 5] , Allianz Claims Services (voorheen ITEB Schadeservices) Ik ben werkzaam bij Allianz Claims Services, per 1 oktober 2015 is ITEB schadeservices hierin overgegaan. Ik werk bij de afdeling TME (Tele Management Expertise). Mijn werkzaamheden bestaan uit schadevaststelling en behandelen van diefstallen van voertuigen. De diefstalopdrachten krijg ik aangeleverd via Speciale Zaken en Onderzoek. Bij deze afdeling worden alle diefstalschades behandeld. Dit is niet hetzelfde als bijvoorbeeld het Team Speciale Zaken van Allianz, waar (potentiële) fraudegevallen worden onderzocht. Onze afdeling Speciale Zaken onderzoekt alles wat van invloed kan zijn bij de vaststelling van de waarde van het gestolen object. Op 5 december 2013 heb ik van Allianz de opdracht gekregen om de door verzekerde de heer [eiser] gemelde diefstal van zijn Kawasaki motor te beoordelen. Middels een standaardbrief is op 21 oktober 2013 de benodigde informatie opgevraagd, waaronder alle bij het voertuig behorende sleutels. Ik heb daarop een set van 2 Kawasaki contactsleutels en 3 Paddock slotsleutels ontvangen. Verzekerde heeft mij, tot tweemaal toe, verklaard slechts 1 van die sleutels te gebruiken (1 Kawasaki contactsleutel en 1 Paddockslot sleutel). De reservesleutel van de Kawasaki was inderdaad ongebruikt. Op de Paddocksleutels zaten echter op alle drie de sleutels gebruikssporen, die niet afkomstig waren van normaal gebruik. Ik heb deze sleutels onderzocht onder een microscoop. Ik heb geconstateerd dat op alle sleutels dezelfde horizontale sporen zichtbaar waren, die niet door normaal gebruik worden toegebracht. Van het slot was geen aankoopbewijs beschikbaar. Ik heb geconstateerd dat de sleutels waren gemanipuleerd en heb daarom mijn twijfels gekregen bij de opgave van verzekerde. Verzekerde stelt dat ik daarbij opmerkingen heb gemaakt over zijn afkomst, de afkomst van zijn vrienden en de afkomst van de verbalisant. Dat is pertinent onwaar. Ik neem afstand van deze aantijgingen. Op 19 december 2013, dus na mijn rapportage en na afwijzing van de claim, ontving ik een brief van de tussenpersoon van verzekerde, waarin werd aangegeven dat verzekerde per abuis de verkeerde sleutels had opgestuurd. De tussenpersoon berichtte voorts dat zij verzekerde een nieuw slot had laten kopen, omdat uit die sleutels zou blijken dat ook op nieuwe sleutels krasjes zaten. Bij deze brief zat een andere set sleutels. Ik heb hierover gerapporteerd op 4 januari 2014, ik verwijs u naar de bijgevoegde brief. De opgestuurde sleutels waren hagelnieuw. Dit vond ik opvallend en dat heb ik ook gerapporteerd (ik verwijs u wederom naar de bijgevoegde brief). Mijn twijfels waren niet weggenomen en ik heb mijn standpunt niet herzien. Op 16 juni 2015 ben ik aanwezig geweest bij het sleutelonderzoek dat door Dekra te Uden werd uitgevoerd. Dekra heeft 1 set Paddocksleutels onderzocht onder eenzelfde microscoop als waaronder ik destijds de sleutels heb onderzocht. Waar Dekra in haar rapport schrijft dat zij 2 sets Paddocksleutels heeft onderzocht, is dat onjuist. Er waren wel 2 sets Paddocksleutels aanwezig, maar Dekra heeft, in mijn bijzijn, slechts 1 set (zonder gebruikssporen) onderzocht. Dit was niet dezelfde set als ik in 2013 heb onderzocht. Dit heb ik destijds ook gemeld aan Allianz. Ik wijs op de aangehechte e-mail van 6 oktober 2015. Ik ben bereid het bovenstaande onder ede te herhalen.' 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert dat de rechtbank, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: 'a. voor recht verklaart dat gedaagden (hoofdelijk) aansprakelijk zijn voor schade die eiser lijdt of zal lijden door de onterechte CIS-registratie en/of de onterechte registratie in de Gebeurtenissenadministratrie van Allianz Nederland Groep N.V.; b. gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot het (doen laten) verwijderen en verwijderd houden van de persoonsgegevens van eiser uit de CIS-registratie en uit de Gebeurtenissenadministratie van Allianz Nederland Groep N.V. alsmede uit de interne registraties van de persoonsgegevens van eiser bij gedaagden, tegen behoorlijk bewijs, binnen 2 dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van EUR 1.000,- per dag dat gedaagden dit gebod niet nakomen, zulks tot een maximum van EUR 50.000,-; c. gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot het - met opgave van reden - in kennis stellen het Centrum Bestrijding Verzekeringsfraude van de verwijdering van de persoonsgegevens van eiser, tegen behoorlijk bewijs, binnen 2 dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van EUR 1.000,- per dag dat gedaagden dit gebod niet nakomen, zulks tot een maximum van EUR 50.000,-. d. gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot het (doen laten) verwijderen en verwijderd houden van de persoonsgegevens van eiser uit de interne frauderegistratie van eiser, tegen behoorlijk bewijs, binnen 2 dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van EUR 1.000,- per dag dat gedaagden dit gebod niet nakomen, zulks tot een maximum van EUR 50.000,-. & gedaagden sub I en sub II hoofdelijk - des dat door betaling door de één de ander zal zijn bevrijd - veroordeelt tot betaling van: e. de hoofdsom van EUR 8.500,00 f. de buitengerechtelijke kosten van EUR 800,00 g. de expertisekosten van EUR 608,63 h. de wettelijke rente over het sub e, sub f en sub g gevorderde vanaf 26januari 2014 (datum verzuim), danwel vanaf datum dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening, i. de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, en eveneens vermeerderd met nakosten voor een bedrag van € 131,00 dan wel, indien betekening plaatsvindt, van € 199,00.' 3.2. VSP en Allianz voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van [eiser] in de kosten van het geding, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. Nu VSP en Allianz in hun conclusie van antwoord VSP en Allianz gezamenlijk aanduiden als Allianz, en voor wat betreft het gevoerde verweer geen onderscheid maken tussen die rechtspersonen, zal de rechtbank hierna onder de beoordeling evenmin onderscheid maken tussen VSP en Allianz. Beide worden hierna gezamenlijk in het enkelvoud aangeduid als Allianz. 4De beoordeling 4.1. [eiser] grondt zijn vorderingen op de verzekeringsovereenkomst. Daartoe stelt hij - zakelijk weergegeven - het volgende. Uit hoofde van de verzekeringsovereenkomst is Allianz gehouden om tot vergoeding over te gaan van de vastgestelde schade ad € 8.500,00 (verminderd met het eigen risico ad € 113,00), vermeerderd met de wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. Door niet over te gaan tot vergoeding van de schade schiet Allianz toerekenbaar tekort en verkeert zij sinds 26 januari 2014 in verzuim. Voorts schiet Allianz toerekenbaar tekort, althans handelt zij jegens [eiser] onrechtmatig door hem te registreren in het register van Stichting CIS en in het interne register van Allianz. [eiser] heeft niet gefraudeerd. [eiser] grondt zijn vordering ter zake van buitengerechtelijke kosten op de stelling dat zijn raadsman in zijn opdracht buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht welke niet onder de dekking van de rechtsbijstandsverzekering vallen. Zijn vordering ter zake van expertisekosten grondt [eiser] op de stelling dat hij als gevolg van de ondeugdelijke claimbehandeling door Allianz genoodzaakt is geweest om expertisekosten te maken. Deze bedragen € 608,63 en vallen evenmin onder de dekking van de rechtsbijstandsverzekering. 4.2. Allianz baseert haar weigering om schade onder de verzekeringsovereenkomst te vergoeden op twee gronden. Zij voert aan dat zij niet tot uitkering is gehouden omdat: A. [eiser] niet heeft voldaan aan de op het polisblad opgenomen slotenclausule ('ART klasse 4'); B. [eiser] het opzet heeft gehad om Allianz te misleiden. De visie van Allianz dat [eiser] de opzet heeft gehad om haar te misleiden, ligt tevens ten grondslag aan de beslissingen van Allianz om [eiser] - zakelijk weergegeven - als verzekeringsfraudeur te registreren in het incidentenregister van Allianz en in het extern verwijzingsregister. Ad A. 4.3. Op grond van de op het polisblad vermelde clausule 'ART klasse 4' is het aan [eiser] om aannemelijk te maken dat de motor ten tijde van de diefstal door middel van een ART-goedgekeurd motorfietsslot, klasse 4, was afgesloten (zie hiervoor onder 2.2). 4.4. [eiser] heeft verklaard dat hij de motor op de betreffende avond met een dergelijk slot heeft afgesloten. Hij heeft - uiteindelijk - twee sleutels van dat slot overgelegd. Dat [eiser] die sleutels niet direct aan de door Allianz ingeschakelde schade-expert heeft overgelegd, roept uiteraard vragen op. Ter comparitie heeft [eiser] hierover desgevraagd het volgende verklaard: '(…) Als ik de motor op slot zet, dan doe ik dat altijd en overal met het stuurslot en met het schijfremslot. Soms gebruik ik daarbij ook nog een kettingslot. Het schijfremslot is van het merk Abus en het kettingslot is van het merk Paddock. Het schijfremslot is een eigen slot. Ik heb dat overgenomen toen ik de motor kocht. Ik heb het slot steeds gebruikt. Bij het schijfremslot zaten twee sleutels. De reservesleutel bewaarde ik standaard in de sleutelkluis. De andere sleutel zal aan een sleutelhanger samen met de sleutel van het kettingslot. De contactsleutel zat samen met de afstandsbediening [van het alarm; toevoeging rb] aan een andere sleutelhanger. Daar zat geen andere sleutel bij, omdat er anders krassen zouden komen op de motor. Ik ben garagehouder en de motor stond altijd op het werk gestald. De sleutels bewaarde ik dan in de sleutelkluis op het werk. Toen ik de motor op 19 oktober 2013 bij vrienden in de tuin heb gestald, dit was omstreeks 22.00 uur, heb ik de motor op slot gezet met het stuurslot en het schijfremslot. Ik had toen mijn eigen kettingslot niet bij mij. Mijn vriend is rijschoolhouder en die had nog een kettingslot beschikbaar. We hebben samen de motor op slot gezet met ook dat kettingslot. (…) Nadat ik de schade heb gemeld bij de verzekeraar, moest ik alle sleutels en de papieren naar de expert van de verzekeraar zenden. Dat heb ik gedaan. Daarna heeft de deskundige telefonisch contact met mij opgenomen. Hij hield mij voor dat er moedwillig krassen waren aangebracht op de set sleutels die ik had toegezonden. Hij vroeg mij of ik dit kon verklaren. Dat kon ik op dat moment niet. Ik had geen idee waardoor dat veroorzaakt zou kunnen zijn. Ik heb toen nog maar eens naar de sleutels die ik zelf nog had gekeken. Toen kwam ik erachter dat ik per abuis de sleutels van mijn eigen kettingslot aan de expert had toegestuurd. Dat kon gebeuren, omdat de motor niet met mijn kettingslot op slot was gezet, maar met het kettingslot van mijn vriend. Toen ik het verzoek kreeg om sleutels op te sturen naar de expert, heb ik de sleutel van het schijfremslot losgemaakt van mijn sleutel van het kettingslot. Het was mijn bedoeling om de sleutels van het schijfremslot te sturen, maar ik heb per ongeluk de sleutels van het kettingslot opgestuurd. Zoals gezegd, stond de motor niet met mijn eigen kettingslot op slot. De motor stond wel op slot met het schijfremslot en het kettingslot van mijn vriend. Toen ik dit heb ontdekt, heb ik in overleg met mijn tussenpersoon een nieuw kettingslot gekocht van dezelfde soort (Paddock) en dat met de nieuwe set sleutels aan de expert opgestuurd. Ik heb tevens de sleutels van het schijfremslot aan hem opgestuurd. Mijn tussenpersoon heeft daarover contact gehad met de expert. Daar heeft de expert bij mijn weten vervolgens niets mee gedaan. (…)' 4.5. Zijn stelling dat de motor ten tijde van de diefstal door middel van een ART-goedgekeurd motorfietsslot, klasse 4, was afgesloten, heeft [eiser] voorts onderbouwd met twee door hem overgelegde getuigenverklaringen (zie hiervoor onder 2.11 en 2.12). Merkwaardig lijkt dat beide getuigen zouden weten dat het bij het afsluiten van de motor gebruikte slot een zogenoemd ART klasse 4 goedgekeurd schijfremslot betrof. Nu die beide getuigen samen een motorrijschool hebben en bovendien een van hen kennelijk de motor inclusief het bewuste slot aan [eiser] heeft verkocht (zie hiervoor onder 2.6), is dat echter minder merkwaardig dan het op het eerste gezicht lijkt. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het kennelijk gebruikelijk is dat bij dit soort verzekeringen het gebruik van een dergelijk slot wordt voorgeschreven. 4.6. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat [eiser] in beginsel voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de motor ten tijde van de diefstal door middel van een ART-goedgekeurd motorfietsslot, klasse 4, was afgesloten. De door [eiser] ter comparitie afgelegde verklaring ten aanzien van het aanvankelijk aan ITEB toezenden van een onjuiste set sleutels acht de rechtbank alle omstandigheden in aanmerking genomen niet ongeloofwaardig. Ad B. 4.7. Dat [eiser] in beginsel voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de motor ten tijde van de diefstal polisconform was afgesloten, neemt niet weg dat [eiser] geen aanspraak kan maken op dekking onder de polis indien komt vast te staan dat hij - zoals Allianz heeft aangevoerd - met het opzet om Allianz te misleiden een set van drie gemanipuleerde sleutels aan de door Allianz ingeschakelde schade-expert heeft doen toekomen. Dienaangaande rusten de stelplicht, de bewijslast en het bewijsrisico echter op Allianz. 4.8. Voor wat betreft de eisen waaraan dient te zijn voldaan om [eiser] als verzekeringsfraudeur te mogen registreren in het incidentenregister van Allianz en in het extern verwijzingsregister, heeft [eiser] verwezen naar hetgeen het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft overwogen in een arrest van 27 mei 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:4259. De in dit verband relevante overwegingen zal de rechtbank hierna weergeven: '5.4 Het hof stelt voorop dat opname in, met name, het externe verwijzingsregister van de Stichting CIS voor de betrokkene verstrekkende consequenties kan hebben. Alle deelnemende financiële instellingen kunnen immers door toetsing in het externe verwijzingsregister vaststellen dat er sprake is van opname in het incidentenregister van (een) andere deelnemer(s). Vervolgens is het mogelijk dat zij om nadere informatie omtrent opname kunnen vragen. Het gevolg hiervan kan zijn dat niet alleen de deelnemer die tot opname in het incidentenregister is overgegaan, maar ook andere deelnemers hun (financiële) diensten aan de opgenomen persoon zullen weigeren. Tegen deze achtergrond is het hof van oordeel dat hoge eisen dienen te worden gesteld aan de grond(
- en)van ABN AMRO voor opname van [appellant] in de registers. 5.5 De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft in een uitspraak van 20 februari 2006, nr. 2006/013 Re, het volgende overwogen: “Interne registratie bij een verzekeraar zelf en externe registratie bij de Stichting CIS zijn nuttige instrumenten bij het bestrijden van verzekeringsfraude. Omdat echter met name een frauderegistratie in het externe register bij de Stichting CIS grote gevolgen voor de geregistreerde kan hebben, mag deze laatste registratie slechts plaatsvinden indien van opzettelijke benadeling van de verzekeraar sprake is, althans van een poging daartoe. Een verzekeraar die tot externe registratie van fraude bij de Stichting CIS overgaat moet de gerechtvaardigde overtuiging hebben gekregen dat door de betrokkene is gefraudeerd. Een vermoeden van fraude is daartoe niet voldoende. Voorts moet de verzekeraar een afweging maken van het belang van de verzekeringsbranche bij een dergelijke registratie en het belang van de betrokkene om juist niet te worden geregistreerd. Daarbij kan als uitgangspunt gelden dat wie fraudeert, extern mag worden geregistreerd bij de Stichting CIS. Wel is de verzekeraar gehouden te onderzoeken of door de bijzondere omstandigheden van het concrete geval, zoals de geringe ernst van het bedrog of de betrekkelijk geringe gevolgen ervan, externe registratie bij de Stichting CIS onevenredig hard zou zijn”. 5.6 Deze uitgangspunten, die het hof onderschrijft, zijn terug te vinden in het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen met de daarbij behorende Annex (hierna: het Protocol). Artikel 5.2.1van het Protocol luidt: De Deelnemer dient de Verwijzingsgegevens van (rechts)personen die aan de hierna onder a en b vermelde criteria voldoen en na toepassing van het onder c genoemde proportionaliteitsbeginsel op te nemen in het Extern Verwijzingsregister. a.
- a)De gedraging(
- en)van de (rechts)persoon vormden, vormen of kunnen een bedreiging vormen voor (I) de (financiële) belangen van cliënten en/of medewerkers van een Financiële instelling, alsmede de (Organisatie van
- de)Financiële instelling(
- en)zelf of (II) de continuïteit en/of de integriteit van de financiële sector.
- b)In voldoende mate staat vast dat de betreffende (rechts)persoon betrokken is bij de onder a bedoelde gedraging(en). Deze vaststelling betekent dat van strafbare feiten in principe aangifte of klacht wordt gedaan bij een opsporingsambtenaar.
- c)Het proportionaliteitsbeginsel wordt in acht genomen. Dit houdt in dat Veiligheidszaken vaststelt, dat het belang van opname in het Externe Verwijzingsregister prevaleert boven de mogelijk nadelige gevolgen voor de Betrokkene als gevolg van opname van zijn Persoonsgegevens in het Extern Verwijzingsregister.' 4.9. De rechtbank onderschrijft de door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in voornoemd arrest aangehaalde en geformuleerde uitgangspunten. Aan de gronden van VSP en Allianz voor opname van [eiser] in de registers dienen hoge eisen te worden gesteld. 4.10. Van een professionele partij als Allianz mag tegen deze achtergrond worden verwacht dat zij in geval van verdenking van een poging tot misleiding door een particuliere verzekerde zorgvuldig onderzoek laat verrichten naar, en zorgvuldig laat rapporteren over, de feiten en omstandigheden die in haar visie de conclusie rechtvaardigen dat sprake is van een poging tot misleiding. Daarbij hoort de verzekerde een reële mogelijkheid te krijgen om zich over de bevindingen van de verzekeraar uit te laten en om een contra-expertise te doen verrichten voor zover de verzekeraar zich beroept op technische bevindingen van een door haar ingeschakelde expert. De verzekerde behoort er bovendien op te kunnen vertrouwen dat zijn uitleg serieuze aandacht krijgt van de verzekeraar en wordt betrokken bij de afweging of de conclusie dat sprake is van een poging tot misleiding gerechtvaardigd is. 4.11. De rechtbank is van oordeel dat Allianz jegens [eiser] niet voldoende zorgvuldigheid in acht heeft genomen. In het licht van hetgeen door [eiser] is aangevoerd, heeft Allianz ook niet voldaan aan de met betrekking tot de gestelde poging tot misleiding in deze procedure op haar rustende stelplicht. Ter toelichting wijst de rechtbank op het volgende. 4.12. De twijfels die de door Allianz ingeschakelde schade-expert kreeg over de claim van [eiser] kwamen voort uit zijn visie dat op de aan hem toegezonden set van drie Paddock kettingslotsleutels dezelfde horizontale sporen zichtbaar waren, die niet door normaal gebruik worden toegebracht. Daaruit heeft hij de conclusie getrokken dat de sleutels waren gemanipuleerd. 4.13. Allianz heeft alle door [eiser] aan de door Allianz aangewezen expert ter beschikking gestelde sleutels rechtstreeks toegezonden aan de advocaat van [eiser] . Deze heeft de sleutels op zijn kantoor laten ophalen door Dekra in verband met de door Dekra uit te voeren contra-expertise. Het rapport van Dekra vermeldt dat zij beide sets sleutels van de Paddock kettingsloten heeft onderzocht (zie hiervoor onder 2.16). De conclusie van Dekra luidt dat zij aan de onderzochte sleutels geen onregelmatigheden heeft aangetroffen. De door Allianz ingeschakelde schade-expert heeft vervolgens aangevoerd dat er bij Dekra wel twee sets Paddocksleutels aanwezig waren, maar dat Dekra, in zijn bijzijn, slechts één set (zonder gebruikssporen) heeft onderzocht en dat dit niet dezelfde set was als de set die hij in 2013 had onderzocht. Onverklaard is gebleven waarom de door Allianz ingeschakelde schade-expert die op locatie was bij Dekra niet aan Dekra heeft verzocht om ook die andere set sleutels even onder de microscoop te bekijken. Evenzeer is onduidelijk waarop die schade-expert zijn visie grondt dat Dekra slechts één set sleutels heeft bekeken. Dekra rapporteert immers dat zij beide sets heeft bekeken. De rechtbank heeft geen reden om daar aan te twijfelen. Het is immers zeer wel denkbaar dat Dekra in aanwezigheid van de door Allianz ingeschakelde expert slechts één set sleutels heeft bekeken, maar dat zij buiten diens aanwezigheid ook de andere set heeft bekeken voordat zij haar rapportage heeft opgesteld. 4.14. Opvallend aan de door Allianz ingenomen standpunten met betrekking tot het in haar visie gemanipuleerd zijn van de sleutels is voorts dat 'het bewijs' van die gestelde manipulatie op geen enkele wijze is vastgelegd of veilig gesteld. Uit het rapport en de nadere berichten van de door Allianz ingeschakelde schade-expert is niet af te leiden dat hij de vermeende manipulaties fotografisch heeft vastgelegd. Uit zijn rapport en zijn nadere berichten is zelfs niet af te leiden dat hij foto's van de sleutels heeft genomen en/of nummers heeft genoteerd. Ter comparitie is desgevraagd van de zijde van Allianz opgemerkt dat het zou kunnen dat de door haar ingeschakelde expert de door hem onderzochte sleutels heeft gefotografeerd, maar dat niet bekend is of hij dat in dit geval heeft gedaan. 4.15. De rechtbank is van oordeel dat uit de stellingen van Allianz niet is op te maken dat [eiser] een poging tot misleiding van Allianz heeft gedaan. Voor het opdragen van bewijs bestaat geen aanleiding. De rechtbank heeft geen behoefte aan nadere voorlichting door deskundigen. Allianz heeft specifiek aangeboden om de door haar ingeschakelde schade-expert als getuige te doen horen. Echter, zelfs indien zou komen vast te staan dat de eerste set Paddock kettingslotsleutels die aan die expert was toegezonden onregelmatigheden vertoonde die niet door normaal gebruik zouden kunnen zijn veroorzaakt, staat daarmee nog niet vast dat [eiser] die onregelmatigheden opzettelijk heeft aangebracht of doen aanbrengen met het doel om Allianz te misleiden. Het aangeboden bewijs is derhalve niet relevant voor de beslissing op de voorliggende geschilpunten. 4.16. Allianz heeft ten aanzien van de interne registratie nog aangevoerd dat zij mag registreren wat zij wenst (contractsvrijheid). Het door Allianz overgelegde Protocol Incidenten waarschuwingssysteem financiële Instellingen 2013 bepaalt echter in artikel 4.3.1 dat indien niet langer aan de voorwaarden van artikel 3.1.1 Protocol wordt voldaan de Deelnemer zorg draagt voor verwijdering van dit gegeven uit het Incidenten register. De deelnemer doet dit ook op basis van een gehonoreerd verzoek tot verwijdering van gegevens conform artikel 9.4 Protocol. Kortom, het door Allianz gehanteerde Protocol voorziet in het in het belang van de verzekerde doen verwijderen van gegevens die niet hadden behoren te worden opgenomen. Ook afgezien daarvan heeft Allianz niet het recht om [eiser] op diffamerende wijze in een intern register van de Allianz Groep op te nemen als verzekeringsfraudeur indien Allianz de juistheid van die registratie niet aannemelijk kan maken. Met contractsvrijheid heeft dat niets van doen. Het doen en handhaven van een dergelijke diffamerende registratie kan, ook al betreft het een interne registratie die niet voor alle medewerkers van de Allianz Groep rechtstreeks toegankelijk is, jegens [eiser] worden gekwalificeerd als een toerekenbare onrechtmatige daad. 4.17. Dat [eiser] de door hem gestelde buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt teneinde te trachten buiten rechte een oplossing te vinden voor de tussen hem enerzijds en VSP en Allianz anderzijds gerezen geschillen, heeft [eiser] voldoende aannemelijk gemaakt. Die kosten vallen niet onder het bereik van de proceskostenveroordeling. Allianz betwist bij gebrek aan wetenschap dat [eiser] voor die kosten niet verzekerd is. Uitgangspunt is echter dat dergelijke kosten voor rekening van [eiser] komen. Dat dit niet het geval is omdat [eiser] voor de kosten verzekerd is, hebben VSP en Allianz niet gesteld. Dat is ook niet aannemelijk op grond van het enkele feit dat [eiser] beschikte over een rechtsbijstandsverzekering. Rechtsbijstandsverzekeraars plegen ter zake van dergelijke op de wederpartij verhaalbare kosten een bepaling in de polisvoorwaarden op te nemen op grond waarvan verzekeringsdekking voor die kosten - voor zover verhaalbaar - ontbreekt. Nu de omvang van de gevorderde kosten voldoende aannemelijk is, en in overeenstemming is met de geldende normen, zullen de gevorderde buitengerechtelijke kosten worden toegewezen. 4.18. Allianz heeft aangevoerd dat voor het opleggen van een dwangsom met betrekking tot de verwijdering van [eiser] uit de relevante registers geen aanleiding is omdat van enige weigerachtigheid van Allianz niet is gebleken. [eiser] heeft er echter niet alleen belang bij dat hij wordt verwijderd uit de registers, maar ook dat dit zo spoedig mogelijk gebeurt. Ter comparitie heeft [eiser] zijn specifieke belang hierbij voldoende toegelicht. [eiser] is garagehouder en ondervindt thans reeds praktische problemen als gevolg van de registraties. De rechtbank zal ter zake van de veroordelingen van Allianz om die registraties ongedaan te maken aan Allianz een dwangsom van € 200,00 per dag opleggen die niet eerder ingaat dan 14 dagen na vonnisdatum en met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van in totaal, ter zake van alle opgelegde dwangsommen tezamen, € 25.000,00. 4.19. De slotsom is dat de vorderingen zullen worden toegewezen als onder de beslissing nader omschreven. Tegen de bewoordingen van de gevorderde verklaring voor recht en de gevorderde veroordelingen op straffe van verbeurte van dwangsommen heeft Allianz geen specifiek verweer gevoerd. Voor het geval over de betekenis en strekking van de toegewezen verklaring voor recht en de veroordelingen enige onduidelijkheid zou ontstaan, merkt de rechtbank daarover het volgende op. De strekking van de vorderingen van [eiser] is dat Allianz het daarheen dient te leiden dat registraties waaruit volgt dat [eiser] verzekeringsfraude zou hebben gepleegd ongedaan worden gemaakt. Met inachtneming van die strekking dienen de onder de beslissing geformuleerde verklaring voor recht en de veroordelingen te worden uitgelegd. 4.20. Allianz zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op: - dagvaarding € 107,76 - griffierecht 876,00 - salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00) Totaal € 1.887,76 5De beslissing De rechtbank 5.1. verklaart voor recht dat VSP en Allianz (hoofdelijk) aansprakelijk zijn voor schade die [eiser] lijdt of zal lijden door de onterechte CIS-registratie en/of de onterechte registratie in de Gebeurtenissenadministratrie van Allianz Nederland Groep N.V.; 5.2. veroordeelt VSP en Allianz hoofdelijk tot het (doen laten) verwijderen en (ter zake van de onderhavige schademelding) verwijderd houden van de persoonsgegevens van [eiser] uit de CIS-registratie en uit de Gebeurtenissenadministratie van Allianz Nederland Groep N.V. alsmede uit de interne registraties van de persoonsgegevens van [eiser] bij VSP en Allianz, tegen behoorlijk bewijs, binnen 14 dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 200,00 per dag dat VSP en Allianz dit gebod niet nakomen, zulks tot een maximum van in totaal € 25.000,00; 5.3. veroordeelt VSP en Allianz hoofdelijk tot het - met opgave van reden - in kennis stellen van het Centrum Bestrijding Verzekeringsfraude van de verwijdering van de persoonsgegevens van [eiser] , tegen behoorlijk bewijs, binnen 14 dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 200,00 per dag dat VSP en Allianz dit gebod niet nakomen, zulks tot een maximum van in totaal € 25.000,00; 5.4. veroordeelt VSP en Allianz hoofdelijk tot het (doen laten) verwijderen en (ter zake van de onderhavige schademelding) verwijderd houden van de persoonsgegevens van [eiser] uit de interne frauderegistratie, tegen behoorlijk bewijs, binnen 14 dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 200,00 per dag dat VSP en Allianz dit gebod niet nakomen, zulks tot een maximum van in totaal € 25.000,00; 5.5. veroordeelt VSP en Allianz hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, tot betaling van: de hoofdsom van € 8.387,00 (achtduizend driehonderdzevenentachtig euro); de buitengerechtelijke kosten van € 800,00; de expertisekosten van € 608,63; e wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het sub a, sub b en sub c gevorderde vanaf 26 januari 2014 (datum verzuim) tot aan de dag der algehele voldoening; 5.6. veroordeelt VSP en Allianz hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.887,76, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling; 5.7. veroordeelt VSP en Allianz hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat VSP en Allianz niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat; 5.8. verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.2 tot en met 5.7 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad; 5.9. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2016.[1729/2815]