Rechtbank Rotterdam Team Insolventie Insolventienummer [nummer] VONNIS op het verzoekschrift van: [naam] , wonende te [adres 1], [woonplaats], voorheen handelend onder de naam: [handelsnaam], gevestigd te [adres 2], [vestigingsplaats], advocaat mr. M.P.V. den Engelsman opposant, strekkende tot vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van 12 april 2016, waarbij opposant op verzoek van ESSENT ENERGIE VERKOOP NEDERLAND B.V., hierna: geopposeerde, in staat van faillissement is verklaard. 1De procedure Het verzoekschrift is ter terechtzitting behandeld waarbij zijn verschenen en gehoord: Mr. M.P.V. den Engelsman, advocaat opposant; Mw. Mr. J.M.A. Zandvoort, namens mw. Mr. M.M.H. de Ruijter –van den Brand, advocaat geopposeerde; Mr. O.E. de Witt Wijnen, curator. De uitspraak is bepaald op heden. 2De standpunten De curator heeft op 21 april 2016 verslag uitgebracht en daarin vermeld dat twee crediteuren zich bij hem hebben gemeld; ING-bank, ter zake van een debetstand, en SNS-bank. ING-bank heeft de curator schriftelijk bevestigd dat de debetstand inmiddels is ingelopen. Daarnaast is de curator gebleken van een hypothecaire schuld van opposant aan ING-bank. De curator is niet bekend met de heden ter zitting aangevoerde steunvordering van de gemeente Rotterdam. Mr. Den Engelsman heeft aangevoerd dat wellicht sprake is geweest van pluraliteit van schuldeisers maar dat daar nu geen sprake meer van is omdat de vordering van ING-bank ter zake van de debetstand is voldaan en dat voor het voldoen van de vordering van SNS-bank, alsmede de faillissementskosten, door opposant een bedrag van € 4.000,00 op de derdengeldrekening van zijn kantoor is gestort. Verder heeft mr. Den Engelsman aangevoerd dat opposant niet voor de zitting van 12 april 2016 is opgeroepen en niet vooraf van die zitting op de hoogte was. De ter zitting aangevoerde steunvordering van de gemeente Rotterdam wordt betwist. Mw. mr. Zandvoort heeft gesteld dat voor de behandeling van dit verzet de status van opposant op 12 april 2016 van belang is. Op 12 april 2016 had opposant meerdere schuldeisers zodat het faillissement terecht is uitgesproken. Opposant handelt onrechtmatig door de vordering van geopposeerde niet te voldoen. Verder is namens geopposeerde ter zitting mondeling het bestaan van een andere steunvordering gesteld, te weten een vordering van de gemeente Rotterdam ter zake van gemeentelijke belastingen van € 676,67 welke in november 2016 opeisbaar zal worden. De curator heeft zich op het standpunt gesteld dat het faillissement voor vernietiging in aanmerking komt. 3De beoordeling Bij vonnis van 12 april 2016 is opposant in staat van faillissement verklaard. Het verzet tegen voornoemd vonnis is tijdig ingesteld. Opposant is ontvankelijk in zijn verzoek. Ten aanzien van de stelling van opposant dat hij niet voor de zitting van 12 april 2016 is opgeroepen en niet van die zitting af wist, overweegt de rechtbank het volgende. Uit het griffiedossier is gebleken dat opposant door de griffier van deze rechtbank zowel bij aangetekende als gewone brief van 1 februari 2016 is opgeroepen voor de zitting van 1 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.