RECHTBANK ROTTERDAM Zaaknummer: 4985869VZ VERZ 16-7646 Uitspraak: 31 mei 2016 Beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker, tevens verweerder in het tegenverzoek, gemachtigde: mr. A.J.C. van Bemmel, advocaat te Rotterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, JOKOFRUIT B.V., gevestigd te Rotterdam, verweerster, tevens verzoekster in het tegenverzoek, gemachtigde: mr. K. van der Kooij, advocaat te Rotterdam. Partijen worden hierna “ [verzoeker] ” en “Jokofruit” genoemd. 1Het verloop van de procedure 1.1 Van de volgende processtukken is kennisgenomen: - het verzoekschrift, met bijlagen, ontvangen ter griffie op 7 april 2016; - het verweerschrift, met bijlagen, ontvangen ter griffie op 28 april 2016; - de zijdens beide partijen bij brief nagezonden producties. 1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 april 2016. [verzoeker] is daarbij in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Jokofruit is verschenen bij haar directeur, [directeur] en de [de belastingadviseur] (werkzaam bij Blok & Partners belastingadviseurs) eveneens bijgestaan door de gemachtigde. Partijen hebben ieder hun standpunten mondeling toegelicht, waarbij de gemachtigde van [verzoeker] gebruik heeft gemaakt van een schriftelijke pleitnota, die hij heeft overgelegd. Van hetgeen op de terechtzitting is besproken, heeft de griffier aantekening gehouden. De beschikking is nader bepaald op heden. 2De vaststaande feiten De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten. 2.1 Jokofruit exploiteert een onderneming die zich bezig houdt met de import en export van fruit. Zij heeft naast twee directieleden (de heer [directeur] en de heer [directeur] ), twee medewerkers in dienst, zijnde een administratief medewerker en een fruitinspecteur. 2.2 [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] , is op 1 oktober 1990 in dienst getreden van Jokofruit, laatstelijk werkzaam in de functie van fruitinspecteur tegen een bruto maandloon van € 3.350,-, excl. 8,33% vakantietoeslag en overige emolumenten. 2.3 Op 11 september 2015 heeft Jokofruit voor [verzoeker] bij het UWV een ontslagaanvraag op grond van bedrijfseconomische redenen ingediend. Zij heeft tegelijkertijd een aanvraag ingediend voor de toepassing van de tijdelijke Overbruggingsregeling Transitievergoeding voor kleine werkgevers ex artikel 7:673d BW, juncto artikel 24 Ontslagregeling (hierna: de Overbruggingsregeling). 2.4 Op 8 oktober 2015 heeft mr. Van Bemmel namens [verzoeker] verweer gevoerd tegen zowel de ontslagaanvraag als de toepassing van de Overbruggingsregeling. 2.5 Bij besluit van 16 oktober 2015 heeft het UWV de ontslagvergunning verleend, waarna Jokofruit op 20 oktober 2015 het dienstverband met [verzoeker] heeft opgezegd tegen 1 februari 2016, waarbij zij de geldende opzegtermijn in acht heeft genomen. 2.6 Het UWV heeft bij beslissing van diezelfde datum aangegeven dat Jokofruit niet in aanmerking komt voor de Overbruggingsregeling. In die beslissing is dit als volgt gemotiveerd: “(…) De waarde van de vlottende activa van uw onderneming is kleiner dan de schulden met een resterende looptijd van hooguit een jaar. Dit is gemeten aan het einde van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst van de werknemer eindigt of niet wordt voortgezet. U voldoet niet aan deze voorwaarde. In 2014 hadden de activa namelijk een waarde van € 1.132.410,- en de waarde van de schulden was € 77.600,-. De waarde van de activa is dus hoger dan de waarde van de schulden. (…)” 2.7 Jokofruit heeft aan [verzoeker] een transitievergoeding betaald van € 3.256,85, berekend volgens de Overbruggingsregeling. 3Het verzoek 3.1 [verzoeker] heeft verzocht -kort gezegd- Jokofruit te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding groot € 42.339,07 bruto (waarop in mindering strekt het reeds betaalde bedrag), met veroordeling van Jokofruit in de kosten van het geding. Aan dat verzoek heeft [verzoeker] ten grondslag gelegd (samengevat) dat Jokofruit gehouden is aan [verzoeker] de wettelijke transitievergoeding te betalen, op de voet van het bepaalde in artikel 7:673 BW lid 1 sub a BW. 4Het verweer en het tegenverzoek 4.1 Jokofruit heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek, met veroordeling van [verzoeker] in de kosten van het geding. Zij heeft voorts verzocht om een verklaring voor recht dat Jokofruit valt onder de Overbruggingsregeling en dat [verzoeker] slechts recht heeft op de transitievergoeding zoals zij die reeds aan hem heeft betaald. 4.2 Samengevat betoogt zij dat Jokofruit sinds 2012 kampt met negatieve bedrijfsresultaten, als gevolg waarvan zij noodgedwongen een ontslagaanvraag voor [verzoeker] heeft ingediend. De arbeidsovereenkomst van [verzoeker] liep tot en met 31 januari 2016. Overeenkomstig de regeling van art. 7:673d juncto art. 24 Ontslagregeling dient gekeken te worden naar de waarde van de vlottende activa aan het einde van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Dat is 2015. Ten tijde van de aanvraag waren de jaarstukken 2015 nog niet bekend en heeft Jokofruit de stukken over 2014, 2013 en 2012 aan het UWV doen toekomen. Het oordeel van het UWV is gebaseerd op een foutieve weergave van een schuld als langlopende schuld in het jaar 2014, bij de invulling van het aanvraagformulier voor de Overbruggingsregeling. Het gaat meer in het bijzonder om de lening van de “Stichting Pensioenfonds [naam directeur] ”. Omdat sinds 2014 (en ook in 2015) het eigen vermogen van Jokofruit negatief is en de onderneming als onderpand voor die lening diende, is die lening daarmee direct opeisbaar geworden. Dat maakt dat die lening een kortlopende schuld is geworden en Jokofruit (zowel indien gekeken wordt naar 2014 als 2015) zij aan de voorwaarden voldoet, aldus Jokofruit. 5De beoordeling van beide verzoeken 5.1 Tussen partijen is in geschil of aan [verzoeker] de wettelijke transitievergoeding ex artikel 7:673 lid 1 BW dient te worden toegekend, berekend op € 42.339,07 bruto, of, zoals door Jokofruit is betoogd, de reeds door Jokofruit betaalde (lagere) transitievergoeding ad € 3.256,85 conform de Overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers. In dit kader wordt vastgesteld dat Jokofruit de door [verzoeker] berekende transitievergoeding als zodanig niet heeft betwist. 5.2 Het wettelijk kader ter beantwoording van die vraag ligt besloten in de hiervoor reeds genoemde Overbruggingsregeling (artikel 7:673d BW juncto artikel 24 van de Ontslagregeling). Met deze regeling wordt voorzien in een overgangssituatie voor kleine werkgevers die met de invoering van de transitievergoeding in artikel 7:673 BW bij een ontslagprocedure via de UWV sinds de invoering van de WWZ een vergoeding verschuldigd zijn aan de werknemer, daar waar dat voorheen niet het geval was. 5.3 De Overbruggingsregeling houdt, samengevat weergegeven, in, dat in geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden, een werkgever met 25 werknemers of minder bij de berekening van de transitievergoeding voor wat betreft de duur van de arbeidsovereenkomst de maanden die gelegen zijn vóór 1 mei 2013 buiten beschouwing kan laten. In de Ontslagregeling zijn omtrent de transitievergoeding in artikel 24, tweede lid, nadere regels gesteld, te weten: het netto resultaat van de onderneming van de werkgever over de drie boekjaren voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt of niet wordt voortgezet is kleiner geweest dan nul; de waarde van het eigen vermogen van de onderneming van de werkgever was negatief aan het einde van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt, of niet wordt voortgezet; en binnen de onderneming van de werkgever aan het einde van het boekjaar dat eindigt voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt of niet wordt voortgezet, is de waarde van de vlottende activa kleiner dan de schulden met een resterende looptijd van ten hoogste één jaar. 5.4 Zoals hiervoor in onderdeel 2.6 is vermeld, heeft het UWV de aanvraag van Jokofruit afgewezen omdat niet voldaan is aan voorwaarde c van artikel 24 van de Ontslagregeling. Jokofruit heeft bij het UWV (per abuis) als peiljaar 2014 opgegeven zodat het UWV de jaren 2012 tot en met 2014 heeft getoetst. Jokofruit heeft het UWV verzocht om de vergissing te mogen corrigeren, hetgeen volgens het UWV niet mogelijk was. Het UWV heeft Jokofruit naar de kantonrechter verwezen. Om die reden doet Jokofruit thans een beroep op de toepasselijkheid van de Overbruggingsregeling bij de kantonrechter. In onderhavige procedure voert Jokofruit als peiljaar 2015 aan nu de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] is opgezegd tegen 1 februari 2016. De kantonrechter zal gelet op de situatie beoordelen of de Overbruggingsregeling (thans wel) van toepassing is. Daarbij kan allereerst vastgesteld worden dat tussen partijen niet in geschil is dat aan de voorwaarden onder (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.