RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 4193761 CV EXPL 15-24053 uitspraak: 5 februari 2016 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Stedin Netbeheer B.V., gevestigd te Rotterdam, eiseres, gemachtigde: mr. F.J. van Velsen, advocaat te Haarlem, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Klapwijk Rioolservice B.V., gevestigd te Nederlek, gedaagde, vertegenwoordigd door haar directeur W.P. Klapwijk. Partijen worden hierna aangeduid als “Stedin” en “Klapwijk”. 1Het verloop van de procedure 1.1 Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen: het exploot van dagvaarding van 8 mei 2015, met producties; de conclusie van antwoord van Klapwijk, met producties; het vonnis d.d. 14 juli 2015 waarbij een comparitie van partijen is bepaald; het proces-verbaal van de op 24 september 2015 gehouden comparitie van partijen; de conclusie van repliek, met producties; de akte van Stedin, met producties; de conclusie van dupliek. 1.2 De datum van de uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden. 2De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast. 2.1 Stedin is regionaal netbeheerder in de zin van de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998 in het oorspronkelijke verzorgingsgebied van Eneco. 2.2 Op 26 januari 2015 zijn binnen dat gebied op de locatie Van Utrechtweg, ter hoogte van nummer 29, te Krimpen aan den IJssel zogenoemde grondroerende werkzaamheden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van Klapwijk. Daarbij is schade toegebracht aan een gasleiding van Stedin. 3De stellingen van partijen 3.1 Stedin vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Klapwijk te veroordelen aan haar te betalen € 501,50 aan hoofdsom, € 2,03 aan verschenen rente en € 150,00 kosten terzake de vaststelling van schade, aansprakelijkheid en verhaal, tezamen € 653,53, vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening, alsmede in de proceskosten. 3.2 Aan haar vordering legt Stedin - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag dat Klapwijk schade heeft toegebracht aan een gasleiding op de onder 2.2 genoemde locatie. Die schade is kunnen ontstaan doordat Klapwijk voorafgaand aan de werkzaamheden onvoldoende uitvoering heeft gegeven aan de op haar rustende onderzoeksplicht en niet afdoende voorzorgsmaatregelen heeft genomen ter voorkoming van beschadiging van leidingen. Daarom worden op grond van onrechtmatige daad de herstelkosten van € 501,50 met rente gevorderd. Daarnaast heeft Stedin kosten gemaakt voor de vaststelling van de schade, aansprakelijkheid en verhaal. 3.3 Klapwijk betwist de vordering en voert daartoe - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - aan dat de schade aan de gasleiding haar niet kan worden aangerekend en dat zij niet heeft gehandeld in strijd met artikel 2 lid 3 sub b van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten. De gasleiding zou volgens de tekening van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (hierna: KLIC) op circa één meter afstand van het graaftracé rechtuit naar de openbare weg gaan. Later is echter gebleken dat de gasleiding onder een hoek het graaftracé kruiste. Zij hoefde er niet op bedacht te zijn dat de locatie van de gasleiding meer dan één meter afweek van de aanduiding op de KLIC-tekening, temeer daar voorafgaand aan de werkzaamheden proefsleuven zijn gegraven waarbij geen kabel of leiding is aangetroffen. Het is de verantwoordelijkheid van Stedin om te zorgen voor juiste tekeningen. 3.4 De stellingen van partijen worden voor zover nodig in het kader van de beoordeling van de vorderingen nader besproken. 4De beoordeling van de vordering 4.1 Vaststaat dat Klapwijk bij de uitvoering van graafwerkzaamheden een gasleiding van Stedin heeft beschadigd. Dit betreft een onrechtmatige daad. Stedin heeft hierdoor schade geleden, omdat met de reparatie van de leiding kosten gemoeid zijn geweest. De hoogte van het schadebedrag is niet in geschil. 4.2 Het geschil spitst zich toe tot de vraag of de onrechtmatige daad aan Klapwijk kan worden toegerekend. De kantonrechter overweegt hieromtrent als volgt. 4.3 In de (kader) Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (hierna: WION) is neergelegd wie welke verantwoordelijkheden heeft ter preventie van graafschade. In artikel 2 lid 2 WION is bepaald dat de grondroerder de graafwerkzaamheden op zorgvuldige wijze verricht. Uit lid 3 volgt dat de grondroerder ter uitvoering van lid 2 ten minste zorgt dat vóór aanvang van de graafwerkzaamheden een graafmelding is gedaan, dat onderzoek is verricht naar de precieze ligging van onderdelen van netten op de graaflocatie, en dat op de graaflocatie de van de Dienst ontvangen gebiedsinformatie aanwezig is. Op grond van artikel 10 lid 1, aanhef en onder a, WION verstrekt een beheerder de liggingsgegevens. Hierover worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld, zo volgt uit artikel 21 lid 1 WION. In artikel 5 lid 2 van het Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten (hierna: het Besluit) is bepaald dat de liggingsgegevens die deel uitmaken van de beheerdersinformatie, betrekking hebben op de horizontale ligging en zijn gebaseerd op de meest nauwkeurige metingen die voor de beheerder beschikbaar zijn, met dien verstande dat de metingen ten minste een nauwkeurigheid van een meter hebben. 4.4 Door betrokkenen in de graafketen is invulling gegeven aan het begrip “zorgvuldig graven” met de richtlijn: Graafschade voorkomen aan kabels en leidingen (Richtlijn zorgvuldig graafproces; CROW publicatie 250). Partijen verwijzen beiden naar deze richtlijn; Stedin ontleent er normen aan over hoe te handelen tijdens een graafproces en uit het verweer van Klapwijk wordt opgemaakt dat zij deze richtlijn zoveel mogelijk volgt. Mede daarom zal de kantonrechter de Richtlijn zorgvuldig graafproces raadplegen bij zijn beoordeling of Klapwijk de graafwerkzaamheden op zorgvuldige wijze heeft verricht. 4.5 Niet is in geschil dat de graafwerkzaamheden zijn gemeld en dat Klapwijk de werkzaamheden heeft verricht aan de hand van liggingsgegevens die aan haar zijn verstrekt (de KLIC-tekening). 4.6 Voormeld onderzoek naar de precieze ligging van onderdelen van netten op de graaflocatie, vergde in dit geval het graven van proefsleuven, omdat uit de KLIC-tekening blijkt dat in de nabijheid van de graaflocatie een gasleiding loopt. Dat Klapwijk, zoals zij aanvoert, proefsleuven heeft gegraven, staat niet vast, want Stedin heeft dat gemotiveerd weersproken, door overlegging van het storingsformulier gas dat is opgemaakt door de monteur die op de dag van het schadevoorval de schade heeft verholpen en waarop wordt vermeld dat niet is gecontroleerd door middel van proefsleuven en dat niet is gegraven volgens CROW publicatie
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.