Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/750245-15 Datum uitspraak: 1 september 2016 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres], raadsman mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 18 augustus
(1)jaar niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op twee jaar, na te melden voorwaarden overtreedt; stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht. Dit vonnis is gewezen door: mr. K.T. van Barneveld, voorzitter, en mrs. W.L. van der Bijl-de Jong en K.A. Baggerman, rechters, in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1. hij op of omstreeks 22 oktober 2015 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een (grote) hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, althans een hoeveelheid van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; art 2 ahf/ond A Opiumwet art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 10 lid 5 Opiumwet 2. hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2015 tot en met 28 oktober 2015 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, althans een hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen - een of meer ander(
- en)heeft getracht te bewegen om dat/die feit(
- en)te (doen) plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of - zich en/of (een) ander(
- en)gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(
- en)heeft getracht te verschaffen, en/of - voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s): - ( een) ontmoeting(
- en)met zijn mededader(
- s)gehad, en/of - telefonisch en/of via de email en/of via SMS contact onderhouden met zijn mededader(s), en/of - geld (ongeveer 10.000 euro) ontvangen, en/of - zijn toegangspas tot de APM-terminal en/of de ECT-Delta terminal beschikbaar gesteld, en/of - zich en/of zijn mededader(
- s)met voornoemde toegangspas (onbevoegd) de toegang verschaft tot het terrein van de APM- terminal en/of de ECT-Delta terminal, en/of - ( vervolgens) met een bestelauto het terrein van de APM-terminal en/of de ECT-Delta terminal opgereden, en/of - het zegel van container met nummer MEDU9000576 verbroken en/of de deuren van die container geopend, en/of - ( vervolgens) 17, althans één of meer, tassen met cocaïne, althans met een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, overgezet vanuit die container in voornoemde bestelauto, en/of - ( vervolgens) met die bestelauto een slagboom van het terrein kapot gereden en/of (aldus) die tassen met cocaïne, althans met een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, weggevoerd, en/of - een slijptol en/of een slijpschijven en/of lood en/of een accu pack en/of een antenne en/of een hulpstuk van een slijptol voorhanden gehad en/of gebruikt; art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 10 lid 4 Opiumwet art 10 lid 5 Opiumwet 3. hij op of omstreeks 28 oktober 2015 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk een slagboom (van een bedrijfsterrein gelegen aan de Europaweg 875), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan ECT Delta Terminal, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt. art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht