← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2016:7381

Rechtbank Rotterdam Team insolventie tussentijdse beëindiging insolventienummers: [nummer] uitspraakdatum: 24 augustus 2016 Bij vonnis van deze rechtbank van 26 januari 2015 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van: [naam 1] en [naam 2], [adres] [woonplaats] , schuldenaren, bewindvoerder: A. Noordzij. 1De procedure Mr. J.D. van Vlastuin heeft namens de stichting [naam ] (hierna: verzoekster), gevestigd te Delft, verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van schuldenaar te beëindigen. Mr. J.M. Veldman heeft namens schuldenaren voorafgaand aan de terechtzitting een verweerschrift aan de rechtbank doen toekomen. Verzoekster, bij monde van haar advocaat, mr. Van Vlastuin en de heer [naam 3] , en schuldenaren, bijgestaan door hun advocaat, mr. Veldman en de bewindvoerder zijn gehoord ter terechtzitting van 6 juli

  1. De uitspraak is bepaald op heden. 2De standpunten Als grond voor het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van schuldenaar is door verzoekster onder meer aangevoerd dat schuldenaar weer in staat is om zijn betalingen te hervatten. Schuldenaar heeft in de periode van 1 maart 2011 tot 2 juli 2012 gewerkt voor verzoekster. In deze periode heeft schuldenaar € 293.589,88 verduisterd. Schuldenaar is bij vonnis van de Rechtbank Rotterdam veroordeeld tot terugbetaling van € 286.823,
  2. Nu schuldenaar geen andere schuldeiseres heeft, wordt er slechts ten behoeve van verzoekster gereserveerd gedurende de schuldsaneringsregeling. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat deze reservering ook op eenvoudige wijze kan plaatsvinden door middel van een derdenbeslag onder het UWV op de uitkering van schuldenaar. De volledige inhouding zal dan beschikbaar zijn voor verzoekster, omdat daarop niet langer de kosten van de bewindvoerder op in mindering gebracht hoeven te worden. Schuldenaar is op die manier in staat om zijn betalingen aan verzoekster te hervatten. Ter terechtzitting hebben partijen een schikking bereikt. Schuldenares heeft in dat kader ter terechtzitting de rechtbank verzocht de toepassing van de schuldsaneringsregeling eveneens ten aanzien van haar te beëindigingen op grond van artikel 350, derde lid, onder b van de Faillissementswet (hierna: Fw). De behandeling van het verzoek tot tussentijdse beëindiging is pro forma aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen de schikking op te nemen in een vaststellingsovereenkomst. Bij faxbericht van 20 juli 2016 hebben beide partijen de rechtbank te kennen gegeven dat zij overeenstemming hebben bereikt omtrent de inhoud van de vaststellingsovereenkomst en dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van schuldenaren kan worden beëindigd op de grond dat zij in staat zijn om hun betalingen te hervatten. 3De beoordeling De rechtbank stelt vast dat schuldenaren in staat zijn hun betalingen te hervatten. De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder b Fw. De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. 4De beslissing De rechtbank: - beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling; - stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 2.755,
  3. Dit vonnis is gewezen door mr. V.M. de Winkel, mr. A. Lablans en mr. M. Aukema, rechters, en in aanwezigheid van mr. S. Verberne, griffier, in het openbaar uitgesproken op 24 augustus
  4. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.