vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel zaaknummer / rolnummer: C/10/492781 / HA ZA 16-44 Vonnis van 20 juli 2016 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres, advocaat mr. A.F.J.M. Mulders te Echt, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VVE MEDIA B.V., gevestigd te Rotterdam, gedaagde, advocaat mr. H. Reitsma te Amsterdam. Partijen zullen hierna [eiseres] en VVE Media genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 23 december 2015, met producties 1-10; de conclusie van antwoord, met producties 1-12; het tussenvonnis (brief) van 18 mei 2016, waarbij een comparitie van partijen is bevolen; de brief van 18 mei 2016 van de rechtbank met vraagpunten; de akte van [eiseres] , met productie 11; productie 12 van [eiseres] ; de akte van VVE Media; het proces-verbaal van de comparitie van 23 juni 2016. 1.2. Op de comparitie is bepaald dat vonnis zal worden gewezen. 2Het geschil 2.1. [eiseres] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: VVE Media te gebieden, binnen twee dagen na betekening van het vonnis, aan [eiseres] te verstrekken een afschrift of uittreksel van, althans inzage te verlenen in, alle bij haar bekende gegevens van de personen achter de gebruikers "Ikke" en/of "Vve admin", waaronder in ieder geval begrepen de naam, e-mailadres en/of ip-adres; dit op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500 per dag dat zij daarmee in gebreke blijft; met veroordeling van VVE Media in de kosten van de procedure, waaronder de nakosten. 2.2. VVE Media voert verweer tegen deze vorderingen en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring, althans tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling (uitvoerbaar bij voorraad) van [eiseres] in de proceskosten, althans tot compensatie daarvan. 3De beoordeling 3.1. Over de onderhavige kwestie heeft [eiseres] eerder een kort geding-procedure gevoerd tegen VVE Media, met verstrekking van dezelfde gegevens als inzet. Bij vonnis in kort geding van 13 oktober 2015 (kenmerk C/10/483913/KG ZA 15-969) zijn de vorderingen afgewezen. In het kort geding-vonnis zijn onder 2.1 tot en met 2.7 de feiten uiteengezet. Met instemming van partijen neemt de rechtbank deze vaststelling van de feiten tot uitgangspunt en verwijst zij daar naar. De kern wordt gevormd door de navolgende uitlatingen op de website www.nederlandvve.nl, die toen werd (en nu nog wordt) geëxploiteerd door VVE Media: " (…) [eiseres] zegt:21 mei 2015 om 15.36 zou graag meer info willen hebben. Bij onze VvE werkt een frauduleus bestuur samen met de beheerder. Wij, de leden, kunnen nergens terecht en zien ons genoodzaakt naar de rechter te stappen. heeft iemand advies? Beantwoorden: 1. Ikke zegt: 25 juni 2015 om 9.00 Over welke frauduleuze handelingen heeft u het mevrouw [eiseres] , toch niet over de ruim 3000,00 euro die u onterecht uit 'onze kas' heeft gehad? Beantwoorden: 2. VVE admin zegt: Beste mevrouw [eiseres] , Zoals u wellicht weet kiezen de leden het bestuur van de VVE. Als u te maken heeft met een bestuur dat fraudeert, dan kunnen de leden gezamenlijk het bestuur vervangen. Het is dus heel simpel om een frauderend bestuur te vervangen. Een gang naar de rechter is overbodig. Overigens doet de reactie er onder vermoeden dat u zelf ook een greep in de kas heeft gedaan, blijkbaar door een onterechte declaratie. In dat geval is het wijsheid uw mond te houden. Voor u voor de rechter gedaagd wordt door de overige leden van de VVE. (…) ". 3.2. [eiseres] legt aan haar vordering primair ten grondslag dat VVE Media op grond van artikel 843a Rv gehouden is haar de gevraagde gegevens te verstrekken. Zij stelt daarbij een rechtmatig belang te hebben, gelegen in de mogelijkheid de personen achter "Ikke" en "VvE admin" (hierna aan te duiden als: de derden) in rechte aan te spreken op de ongefundeerde beschuldigingen op de website, en aldus een verbod of schadevergoeding af te dwingen. [eiseres] acht de uitlatingen smadelijk en beledigend, en daarom onrechtmatig. Voldoende is dat de rechtbank aannemelijk acht dat de uitlatingen op zichzelf onrechtmatig kunnen zijn. Voor het overige dient een belangenafweging plaats te vinden, waarbij haar belang zwaar hoort te wegen, aldus nog steeds [eiseres] , die verwijst naar het arrest Lycos/Pessers (Hoge Raad 25 november 2005; ECLI:NL:HR:2005:AU4019). Ook aan de overige vereisten van artikel 843a Rv is volgens [eiseres] voldaan. Subsidiair legt [eiseres] aan haar vordering ten grondslag dat VVE Media jegens haar onrechtmatig handelt door de gevraagde gegevens niet te verstrekken. 3.3. VVE Media betwist dat aan de voorwaarden van artikel 843a Rv is voldaan en dat zij onrechtmatig handelt door de gevraagde gegevens niet te verstrekken. VVE Media benadrukt dat zij geen partij of belanghebbende is bij het geschil tussen [eiseres] en de derden. Volgens VVE Media heeft zij uitsluitend in de situatie van evident onrechtmatige uitlatingen een plicht tot afgifte van gegevens en geldt voor haar in alle andere gevallen op grond van artikel 8 Wet bescherming persoonsgegevens een verbod de persoonsgegevens van de website-gebruikers aan anderen te verstrekken. Dit verbod vormt een gewichtige reden in de zin van artikel 843a lid 4 Rv en speelt een rol bij de belangenafweging in het kader van de subsidiaire grondslag. VVE Media stelt dat zij geen inhoudelijk onderzoek hoeft te doen naar de achtergrond van de uitlatingen en dat zij een externe beslissing, van de rechtbank, wenst af te wachten. Als zij zich al zelf een oordeel zou moeten vormen, is volgens VVE Media geen sprake van evidente onrechtmatigheid. Verder betoogt VVE Media dat [eiseres] geen rechtens relevant belang heeft bij toewijzing van haar vordering. Bij de belangenafweging in het kader van de subsidiaire grondslag voert VVE Media aan dat de belangenafweging niet in het voordeel van [eiseres] uitvalt maar in het voordeel van de derden. Ook de belangen van VVE Media zelf mogen hierbij een rol spelen, aldus VVE Media. 3.4. Wat betreft artikel 843a Rv stelt de rechtbank het volgende voorop. De vordering betreft de persoonsgegevens van onbekende derden, met het doel hun anonimiteit op te heffen, en daarmee geen informatie die rechtstreeks dienstig kan zijn in het kader van (afwegingen omtrent) de stelplicht en bewijspositie, waarvoor artikel 843a Rv in eerste instantie is geschreven. Niettemin gaan beide partijen er van uit dat die bepaling hier op zichzelf wel toepassing zou kunnen vinden. Met de gedachte dat de persoonsgegevens op één lijn gesteld kunnen worden met andere voor een procedure benodigde informatie, volgt de rechtbank partijen hierin. Daarbij is ook het volgende in aanmerking genomen. Tussen partijen is niet in discussie dat zowel in het kader van artikel 843a Rv (zie lid 4, op grond waarvan een gewichtige reden aan verstrekking in de weg kan staan) als in het kader van de gestelde onrechtmatigheid van een weigering gegevens te vertrekken (zie het arrest Lycos/Pessers), een afweging van de betrokken belangen dient plaats te vinden. De rechtbank gaat er van uit dat de hier te maken belangenafweging voor beide grondslagen op dezelfde wijze dient plaats te vinden en dus niet tot een andere uitkomst kan leiden. Omdat in het arrest Lycos/Pessers de te maken belangenafweging bij verstrekking van gegevens door een provider (waarmee VVE Media als website-exploitant voor het onderhavige geschil op één lijn is te stellen, zo menen ook partijen) is gepreciseerd, zal de rechtbank dat arrest voor de inhoudelijke toetsing centraal stellen. 3.5. Aan het arrest Lycos/Pessers ontleent de rechtbank het volgende. Onder omstandigheden rust op VVE Media de rechtsplicht de onder haar berustende persoonsgegevens te verstrekken aan [eiseres] als derde. Hiervan zal met name sprake zijn als de volgende omstandigheden zich voordoen: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.