Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/750249-13 Datum uitspraak: 12 september 2016 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Colombia) op [geboortedag] 1981, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 september 2016. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Ontvankelijkheid officier van justitie Aangevoerd is dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is de vervolging, omdat gebleken is dat de verdachte is overleden. Overlegd is een afschrift van een in het burgerlijk overlijdensregister van Colombia opgenomen overlijdensakte, gedateerd 3 mei 2016, en een Nederlandse vertaling daarvan. De ambtenaar, die de akte heeft opgemaakt, heeft hierin verklaard dat de verdachte op 1 mei 2016 is overleden. De officier van justitie heeft op de terechtzitting desgevraagd naar voren gebracht dat deze akte via de officiële kanalen, namelijk via de liaison officier, bij het openbaar ministerie is binnengekomen en dat de liaison officier deze akte ook via de officiële kanalen in Colombia heeft ontvangen. Tegen de achtergrond van de mededelingen kan op basis van het overlijdensbericht worden vastgesteld dat de verdachte is overleden. Op grond van het bepaalde in artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht, dat inhoudt dat het recht tot strafvordering vervalt door de dood van een verdachte, is de officier van justitie niet-ontvankelijk in de (verdere) vervolging van verdachte. Bijlage De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. Beslissing De rechtbank: verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging. Dit vonnis is gewezen door: mr. J.H. Janssen, voorzitter, en mrs. K. Bakker en K.T. van Barneveld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.K. van Zanten, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1. hij in of omstreeks de periode van 12 oktober 2013 tot en met 7 november 2013 te Rotterdam en/of Vlissingen en/of [plaats in Nederland] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, (hieronder mede te verstaan invoer als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet), ongeveer 1140 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (art. 2/A jo 10 Opiumwet jo art. 47 Wetboek van Strafrecht) art 2 ahf/ond A Opiumwet art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 10 lid 5 Opiumwet 2. hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2013 tot en met 7 november 2013 te Rotterdam en/of Vlissingen en/of [plaats in Nederland] en/of elders in Nederland en/of buiten Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 1140 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, - een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.