vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel zaaknummer / rolnummer: C/10/511351 / KG ZA 16-1157 Schriftelijke uitwerking van 5 oktober 2016 van het eerder uitgesproken mondeling vonnis in kort geding van 5 oktober 2016 in de zaak van [eiseres] , wonende te Rotterdam, eiseres, advocaat mr. J.D. Bakker te 's-Gravenhage, tegen de naamloze vennootschap [gedaagde] , gevestigd te Amsterdam, mede kantoorhoudende te ’s-Gravenhage, gedaagde, advocaat mr. A.J.H. Peters te Rosmalen. Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 3 oktober 2016 producties 1 tot en met 3 van [eiseres] producties 1 tot en met 12 van [gedaagde] de mondelinge behandeling op 5 oktober 2016 te 11.00 uur de pleitnota van [eiseres] de pleitnota van [gedaagde] . 1.2. Mede in verband met de spoedeisendheid is ter zitting van 5 oktober 2016 mondeling vonnis gewezen. Het onderhavige vonnis is een schriftelijke uitwerking daarvan. 2De feiten 2.1. [eiseres] bewoont tezamen met haar 19-jarige, schoolgaande dochter de woning aan de [woning] (hierna: de woning). De woning behoort in eigendom toe aan [eiseres] . Het netto inkomen van [eiseres] bedroeg in de maand augustus 2016 € 1.890,74. [eiseres] is chronisch ziek en heeft in de afgelopen periode regelmatig voor langere of kortere tijd in het ziekenhuis gelegen. 2.2. Bij notariële akte van 29 augustus 2008 is door [eiseres] ten gunste van [gedaagde] het recht van hypotheek verleend op de woning (hierna: de hypotheek). De hypothecaire geldlening (nummer 700.024.314.000) is verstrekt voor een bedrag in hoofdsom oorspronkelijk groot € 170.000,00 en thans kennelijk € 159.000.00. Het termijnbedrag bedraagt € 806,67 per maand. [eiseres] ontvangt in beginsel een maandelijkse belastingteruggaaf van € 325,00 in verband met de hypotheekrenteaftrek. Deze wordt momenteel niet uitbetaald vanwege verrekening daarvan met een belastingschuld. 2.3. Op de rechtsverhouding tussen partijen zijn de Algemene Voorwaarden [gedaagde] van 22 december 1995, de Voorwaarden [gedaagde] van 15 oktober 2007 en de Algemene Bepalingen voor geldleningen van 15 oktober 2007 van toepassing. 2.4. De betalingsachterstand van [eiseres] bedroeg per september 2016 € 3.078,53. De termijn over de maand oktober 2016 heeft [eiseres] (nog) niet aan [gedaagde] voldaan en is in deze achterstand (nog) niet begrepen. [gedaagde] heeft vanwege betalingsachterstanden begin 2016 ten laste van [eiseres] loonbeslag doen leggen. 2.5. Van de voorgenomen openbare verkoop van de woning wegens betalingsachterstanden is [eiseres] bij exploot van 8 juli 2016 en eerder (in elk geval) ook bij brief van 22 juni 2016 van de notaris op de hoogte gesteld. De veiling is gepland tegen woensdag 5 oktober 2016 om 13:30 uur in het Vendu Notarishuis te Rotterdam. De bankrelatie tussen [eiseres] en [gedaagde] heeft [gedaagde] niet (formeel) (recent) opgezegd. 2.6. In opdracht van de gevolmachtigde van [gedaagde] , [bedrijf] heeft een geveltaxatie plaatsgevonden. 3Het geschil 3.1. [eiseres] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om: 1. primair: te bepalen dat de aangezegde executoriale verkoop geen doorgang mag vinden; subsidiair: te bepalen dat de aangezegde executoriale verkoop wordt opgeschort; 2. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure. 3.2. [gedaagde] voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Nu de voorgenomen executoriale verkoop van de in het arrondissement Rotterdam gelegen woning in Rotterdam zal plaatsvinden acht deze voorzieningenrechter zich bevoegd van het onderhavige geschil kennis te nemen. 4.2. Het spoedeisend belang van [eiseres] bij (alle onderdelen van) de vordering volgt reeds uit de omstandigheid dat de veiling van de woning is aangekondigd tegen vandaag, woensdag 5 oktober 2016 om 13:30 uur. [gedaagde] heeft het spoedeisend belang bovendien niet betwist. 4.3. Voor beantwoording van de vraag of de vordering van [eiseres] bij wijze van voorlopige voorziening kan worden toegewezen, zal de voorzieningenrechter dienen te beoordelen of [gedaagde] bij gebruikmaking van de haar ingevolge artikel 3:268 lid 1 BW toekomende bevoegdheid tot executie misbruik maakt van recht (3:13 BW). De voorzieningenrechter overweegt dienaangaande als volgt. 4.4. Van misbruik van recht kan (onder meer) sprake zijn als een bank een door een hypotheekschuldenaar voorgestelde redelijke betalingsregeling die, zoals algemeen in de praktijk aangenomen, leidt tot het inlopen van de ontstane betalingsachterstand binnen een - in beginsel - redelijke periode van 6 tot 18 maanden, weigert, terwijl de schuldenaar tevens voldoet aan de lopende betalingsverplichting jegens de bank. Gelet hierop dient in de rechtsverhouding tussen een hypotheekhouder en -nemer, dus ook in de verhouding tussen partijen, in de eerste plaats bezien te worden of en wat de afloscapaciteit van de hypotheekschuldenaar, in dit geval [eiseres] , is. 4.5. Uit de processtukken is niet gebleken dat [eiseres] aan [gedaagde] concrete betalingsvoorstellen heeft gedaan. Ook ter zitting heeft [eiseres] dit nagelaten, behoudens haar voorstel om het door [gedaagde] ten laste van haar gelegde loonbeslag, onder handhaving van de daarbij huidig gehanteerde, in haar visie onjuiste, beslagvrije voet, te laten rusten. In de visie van [eiseres] doet zij daarmee een redelijk betalingsvoorstel aan [gedaagde] . Naast de gebleken omstandigheid dat in het geval het loonbeslag ten laste van [eiseres] blijft rusten ter aflossing van de ontstane achterstanden daarmee nog niet ook is voldaan aan de lopende termijn(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.