Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/006023-04 Datum uitspraak: 24 november 2016 Verstek Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Irak) op [geboortedatum] , niet ingeschreven in de basisregistratie personen en zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 10 november 2016. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. D. Woei-A-Tsoi heeft gevorderd: bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden met aftrek van voorarrest. 4Waardering van het bewijs 4.1. Vrijspraak 4.1.1. Beoordeling Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting worden vastgesteld dat de verdachte, in het gezelschap van twee andere mannen, met zijn auto op 19 december 2003 in de buurt van de woning van aangeefster is geweest. Daarnaast biedt het dossier voldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat de mannen die uit de auto van de verdachte kwamen de woningoverval hebben gepleegd. Ook staat vast dat de verdachte een zakelijk conflict had met de echtgenoot van aangeefster en dat hij voorafgaand aan de overval meerdere malen bij de onderhavige woning was geweest. De verdachte is echter zelf niet in de woning te plaatsen. Hij past niet in het signalement dat de betrokkenen hebben gegeven van de overvallers. Bovendien heeft een van de getuigen verklaard de verdachte gedurende het tijdstip van de overval te hebben zien teruglopen naar zijn auto. Ook de verdachte ontkent ten tijde van de overval in de woning te zijn geweest. De vraag is vervolgens of de betrokkenheid van de verdachte is te kwalificeren als die van medepleger of medeplichtige bij de woningoverval. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe het volgende. De auto van de verdachte is op 24 januari 2004 doorzocht, derhalve 5 weken nadat de woningoverval had plaatsgevonden. Er zijn daarbij onder meer een vouwmes, 2 mutsen, een vuurwapen en enkele buitenlandse muntstukken aangetroffen. Het vuurwapen, dat was verpakt in een plastic zak en in de rechterachterdeur achter een beschermplaat lag, is niet door de getuigen herkend. Het zou volgens de getuigen bij de overval om een (deels) bruin vuurwapen zijn gegaan en het aangetroffen vuurwapen was zwart. De overige aangetroffen voorwerpen (vouwmes, mutsen en muntjes) zijn niet van dusdanig onderscheidende aard - te minder gezien het ruime tijdsverloop tussen de overval en het aantreffen van de voorwerpen in de auto - dat deze tot het bewijs kunnen dienen. Bovendien zijn deze voorwerpen - evenmin als het vuurwapen - niet op sporen onderzocht. Tot slot is er geen bewijs voorhanden waaruit blijkt dat de verdachte op de hoogte was van wat zich in de woning van de aangeefster heeft afgespeeld of dat de verdachte wist dat er een overval gepleegd zou gaan worden, zodat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte in samenwerking met anderen bij de overval was betrokken. De rechtbank is van oordeel dat op basis van het onderhavige dossier onvoldoende is komen vast te staan dat de verdachte opzet - ook niet in voorwaardelijke zin - had op de gepleegde woningoverval. Van medeplegen of medeplichtigheid van de verdachte bij deze overval is mitsdien geen sprake. 4.1.2. Conclusie Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt vrijgesproken. 5In beslag genomen voorwerpen 5.1. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen zwarte en blauwe muts en het mes verbeurd te verklaren. Voor het overige refereert de officier van justitie zich aan het oordeel van de rechtbank. 5.2. Beoordeling Het in beslag genomen pistool (volgnr. 22) zal worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet. Ten aanzien van de overige in beslag genomen goederen (volgnrs. 12, 13, 14, 16, 17, 18, 19, 20, 21 en 23) zal een last worden gegeven tot teruggave aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. Het mes (volgnr. 15) dient te worden teruggegeven aan de verdachte. 6Vordering benadeelde partij Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 1] ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 26.200,- aan materiële schade. 6.1. Standpunt officier van justitie De uit de kluis weggenomen contante bedragen, € 3.900,- en $ 4.300,-, kunnen worden toegewezen. Voor het overige is de onderbouwing onvoldoende en moet de benadeelde partij niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering. 6.2. Beoordeling De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan de verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden. Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil. 6.3. Conclusie De verdachte hoeft geen schadevergoeding te betalen aan de benadeelde partij. 7Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis. 8Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:- verklaart onttrokken aan het verkeer: pistool (volgnr. 22) - gelast de teruggave aan verdachte van: het mes (volgnr. 15) - gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van: de overige goederen (volgnrs. 12, 13, 14, 16, 17, 18, 19, 20, 21 en 23); verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil. Dit vonnis is gewezen door: mr. E.I. Mentink, voorzitter, en mr. I.W.M. Laurijssens en A.M.T.A. Verhagen, rechters, in tegenwoordigheid van L. Koppenaal, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 november 2016. De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging hij op of omstreeks 19 december 2003 te Gorinchem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen. A) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (een) geldbedrag(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.