RECHTBANK Rotterdam Parketnummer: 10/750390-17 RK-nummer : 17/3822 Beslissing op het bezwaarschrift ex artikel 62a lid 4 Sv tegen het lichtingsbevel van de officier van justitie. De rechtbank te Rotterdam, raadkamer; Gezien het op 08 december 2017 ter griffie van deze rechtbank ingediende bezwaarschrift van de verdachte: genaamd : [naam verdachte] geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] wonende te : [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] thans verblijvende: PI De IJssel te Krimpen aan den IJssel, tegen het lichtingsbevel van de officier van justitie d.d. 08 december 2017, teneinde verdachte voor verhoor te laten lichten op 13 en 20 december 2017; Gezien de stukken; Gehoord de officier van Justitie; Gehoord de raadsman; Op grond van artikel 62, tweede lid, juncto artikel 76 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) zijn gedurende de voorlopige hechtenis maatregelen in het belang van het onderzoek mogelijk. Deze bestaan, behoudens de maatregelen genoemd in artikel 61a Sv, onder meer uit beperkingen met betrekking tot het ontvangen van bezoek, telefoonverkeer etc. (artikel 62, tweede lid, aanhef en onder a, Sv) en uit overbrenging naar een ziekenhuis, of andere instelling of verblijf in verband met medisch toezicht (artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, Sv). Blijkens de tekst van de wet en onderstreept in de Memorie van Toelichting bij de wijziging van artikel 62 Sv in 2001 is de opsomming in de wet niet limitatief (IK 1999—2000, 26 983, nr. 3, p. 11). Verder is met de invoering van de regeling in het Wetboek van Strafvordering bedoeld om de onder de artikelen 222 en 225 Invoeringswet Strafvordering ontstane praktijk te continueren (TK 1999— 2000, 26 983, nr. 3, p. 11). Tot die praktijk behoort het lichten van de verdachte om in het kader van een ander onderzoek te worden gehoord (T&C Sv, aant. 2 bij art. 62). Eén en ander brengt naar het oordeel van de raadkamer mee, dat onder maatregelen in het belang van het onderzoek als bedoeld in artikel 62, tweede lid, aanhef, Sv ook dient te worden gerekend, het lichten van de verdachte tegen zijn wil in kader van het onderzoek waarin hij voorlopig is gehecht. Of het lichten in het concrete geval is toegestaan hangt, anders dan de raadsman heeft gesteld, af of dit in het belang van het onderzoek is en of dit proportioneel en subsidiair is; anders gezegd, of de ernst van de verdenking dit rechtvaardigt en of het doel redelijkerwijs niet met een ander, minder ingrijpend middel kan worden bereikt. De ernst van de verdenking wordt bepaald door de verhouding tussen de mate van verdenking en de aard van het feit. Dat de verdachte, zoals de raadsman heeft gesteld, zich op zijn zwijgrecht zal beroepen, doet daar niet aan af. In deze zaak is op 20 november 2017 een bevel bewaring gegeven omdat ernstige bezwaren tegen de verdachte zijn gerezen dat hij (kort gezegd) een met name genoemde ander al dan niet met voorbedachten rade van het leven zou hebben beroofd, althans (zwaar) zou hebben mishandeld, de dood ten gevolg hebbend. Verder waren er ernstige bezwaren dat hij bij twee met name genoemde anderen pogingen tot moord c.q. doodslag zou hebben begaan, althans (zware) mishandeling zou hebben gepleegd. De slachtoffers betroffen steeds (hoog) bejaarden die met insuline zouden zijn ingespoten. Op 30 november 2017 is door de raadkamer van deze rechtbank een bevel gevangenhouding gegeven en een vordering tot wijziging van de feiten voorlopige hechtenis toegewezen (de 67-b vordering). Die laatste vordering, zo heeft de officier van justitie in raadkamer toegelicht, is een vordering waarbij aan de feiten voor voorlopige hechtenis worden toegevoegd vergelijkbare feiten ten aanzien van twee met name genoemde personen en ook een aantal onbepaalde personen, nu tijdens het onderzoek het vermoeden is gerezen dat de verdachte meer vergelijkbare feiten zou hebben gepleegd. Blijkens een aanvullend proces-verbaal van bevindingen dat de politie voor deze raadkamerzitting heeft opgemaakt ( [proces-verbaalnummer] ), worden thans vijftien zaken van niet medisch geïndiceerde toediening van potentieel dodelijke medicatie, waaronder in de meeste gevallen insuline, aan bejaarden onderzocht, de drie hierboven bedoelde zaken meegerekend. In zeven van die gevallen is het slachtoffer overleden. Gelet op bovenstaand wettelijk kader en op de feiten van deze zaak oordeelt de raadkamer als volgt. Het horen van de verdachte is zonder twijfel in het belang van het onderzoek naar alle feiten. Gelet op de toewijzing van de 67-b vordering dient de raadkamer ervan uit te gaan, dat er ernstige bezwaren zijn tegen de verdachte wat betreft de in die vordering genoemde feiten, die met levenslange gevangenisstraf zijn bedreigd en dus zeer ernstig zijn te noemen. De maatregel is, gelet op het feit dat de verdachte al van zijn vrijheid is beroofd, in zoverre niet extra belastend. Weliswaar bepaalt ook de Aanwijzing lichten van gedetineerden, TBS-gestelden en jeugdigen van 1januari 2013 (Stct. 2012, 268B2) dat een verhoor zo mogelijk in het huis van bewaring dient plaats te vinden, maar de officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat een verhoor in een speciale verhoorkamer dient plaats te vinden met het oog op audio-visuele registratie. Gelet op de ernst van de verdenking is dit laatste alleszins te billijken. Bovenstaande brengt mee dat lichting van de verdachte tegen zijn wil op 13 december 2017 en op 20 december 2017 niet onrechtmatig is en het bezwaarschrift ongegrond zal worden verklaard. Daaraan doet niet af, dat de verdachte steeds recht zal hebben op verhoorbijstand van zijn raadsman en zich steeds kan beroepen op zijn zwijgrecht. BESCHIKKENDE: Verklaart het bezwaarschrift ongegrond. Aldus gedaan in raadkamer op 12 december 2017 door de voorzitter mr. J.L.M. Boek, in tegenwoordigheid van de griffier H.M. Terpstra-Bos
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.