beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/520384 / JE RK 17-379 datum uitspraak: 17 juli 2017 beschikking in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2008 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] . De rechtbank merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te Rotterdam, mr. M.P.G. Rietbergen, hierna te noemen de bijzondere curator, kantoorhoudende te Rotterdam, drs. C.M.A.A. NABER- VAN HALM, hierna te noemen de bijzondere curator, kantoorhoudende te Rotterdam, de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam. Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - de beschikking van deze rechtbank van 31 maart 2017 en de daarin genoemde stukken; - de rapportage van de bijzondere curatoren van 7 juli
- Op 17 juli 2017 heeft de rechtbank de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de moeder; - de bijzondere curatoren; - een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster 1] ; - een tweetal vertegenwoordigsters van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster 2] en mw. [naam vertegenwoordigster 3] . De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. [voornaam minderjarige] verblijft bij het MKT Oostvoorne. Bij beschikking van de kinderrechter van 6 januari 2012 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] uitgesproken. Sinds februari 2013 is [voornaam minderjarige] met een machtiging van de kinderrechter uit huis geplaatst. Deze maatregelen duren nog steeds voort. De GI heeft zich bij brief van 2 augustus 2016 bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden. Het verzoek De Raad heeft verzocht het gezag van de moeder te beëindigen en de GI tot voogd over [voornaam minderjarige] te benoemen. Ter zitting van 17 juli 2017 heeft de Raad het verzoek ingetrokken. De Raad sluit zich aan bij de conclusies en aanbevelingen die de bijzondere curatoren in hun rapport hebben gedaan. Het standpunt van de GI De GI geeft aan dat gekeken wordt of de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij het MKT Oostvoorne wellicht voor langere termijn kan gaan zijn. Het heeft echter de voorkeur om, zoals in het rapport van de bijzondere curatoren is geadviseerd, [voornaam minderjarige] in een pleeggezin te plaatsen. Tot op heden is er nog geen geschikt pleeggezin gevonden, de GI blijft hier mee bezig. Het standpunt van de bijzondere curatoren De bijzondere curatoren hebben in hun rapport aangegeven dat voorop dient te staan dat [voornaam minderjarige] de kans krijgt zich optimaal te ontwikkelen. Daarnaast dient belang gehecht te worden aan de behoefte van [voornaam minderjarige] en zijn moeder om samen te zijn. De bijzondere curatoren hebben vier opties benoemd betreffende mogelijk woonsituaties van [voornaam minderjarige] , waarbij de optie van een ervaren pleeggezin zonder kinderen of met oudere kinderen, passende therapie voor [voornaam minderjarige] , intensieve begeleiding van het pleeggezin, en een ieder-weekend-plus-vakantieregeling bij moeder, de voorkeur heeft. De bijzondere curatoren zijn uitdrukkelijk van mening dat gezagsbeëindiging van de moeder bijzonder nadelige gevolgen zal hebben, zowel voor de band tussen de moeder en [voornaam minderjarige] , als op de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Het standpunt van de moeder De moeder wil het liefst dat [voornaam minderjarige] bij haar wordt teruggeplaatst. Daarnaast geeft de moeder aan blij te zijn met het rapport van de bijzondere curatoren. De beoordeling Nu de Raad ter zitting van 17 juli 2017 het verzoek om het gezag van de moeder over [voornaam minderjarige] te beëindigen intrekt, kunnen de gronden daarvan niet meer worden onderzocht. Dit verzoek zal dan ook worden afgewezen. De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek van de Raad af; ontslaat de beide bijzondere curatoren, mr. M.P.G. Rietbergen en drs. C.M.A.A. Naber- van Halm, onder dankzegging voor de verrichte werkzaamheden, uit hun benoeming. Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Driel, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.E. van Damme als griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 juli
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.