← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2017:10952

Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/145084-15 Datum uitspraak: 5 april 2017 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te Curaçao op [geboortedatum verdachte], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte], raadsman mr. R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht.

  1. Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 22 maart
  2. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
  3. Eis officier van justitie De officier van justitie mr. W.B.J. ten Have heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden met aftrek van voorarrest.
  4. Waardering van het bewijs 4.
  5. Bewezenverklaring zonder nadere motivering Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.
  6. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: hij op 18 juli 2015 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool van het merk Makarov, model PM, kaliber 7.65 m.m., en voor dat vuurwapen geschikte munitie in de zin van artikel 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III te weten 8 kogelpatronen, kaliber 7.65 m.m., voorhanden heeft gehad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
  7. Strafbaarheid feiten Het bewezen feit levert op: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van Categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.
  8. Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
  9. Motivering straf 7.
  10. Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 7.
  11. Feit waarop de straf is gebaseerd De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een geladen vuurwapen op de openbare weg. Vuurwapens leveren in de maatschappij een onaanvaardbaar risico op, omdat het bezit van een vuurwapen maar al te gemakkelijk leidt tot het gebruik ervan. Het afvuren van een vuurwapen kan ernstig lichamelijk letsel of de dood tot gevolg hebben. Alleen al het tonen van een vuurwapen leidt tot grote angst van degenen die ermee geconfronteerd worden. Het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie maakt daarom een ernstige inbreuk op de rechtsorde. In strafverzwarende zin rekent de rechtbank het de verdachte bovendien aan dat het vuurwapen geladen was. Het bezit van een gebruiksklaar wapen is onaanvaardbaar en dient zwaar bestraft te worden. 7.
  12. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte 7.3.
  13. Strafblad De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 16 februari 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. 7.3.
  14. Rapportage Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 27 december
  15. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport. 7.
  16. Conclusies van de rechtbank Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. De verdediging heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf achterwege te laten, gelet op de oudheid van de zaak en de ter terechtzitting aangevoerde persoonlijke omstandigheden. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van het feit ook thans nog niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Daarnaast zal de rechtbank in het voordeel van de verdachte rekening houden met het tijdsverloop in deze zaak die niet aan de verdachte is te wijten
  17. Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is op artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
  18. Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
  19. Beslissing De rechtbank: verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit; verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht. Dit vonnis is gewezen door: mr. N. Doorduijn, voorzitter, en mrs. C.M.A.T. van der Geest en K.J. van den Herik, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.W.A. Sonneveld-de Raad, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 april
  20. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 18 juli 2015 te Rotterdam (een) of meer wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool van het merk Makarov, model PM, kaliber 7.65 m.m., en/of (voor dat vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III te weten 8 kogelpatronen, kaliber 7.65 m.m., voorhanden heeft gehad.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.