Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/741360-16 Datum uitspraak: 28 februari 2017 Niet verschenen verdachte Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] , niet ingeschreven in de basisregistratie personen, volgens zijn opgave tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris verblijvend op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , (niet gemachtigd) raadsman mr. D.J. Moll, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 28 februari
- 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Bij de dagvaarding is de verdachte opgeroepen om op de terechtzitting van heden, 28 februari 2017, te verschijnen. 3Betekening dagvaarding Er bevinden zich twee dagvaardingen bij de stukken:
- De dagvaarding, vermeldende dat de verdachte niet als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland is.
- De dagvaarding, vermeldende dat de verdachte als adres heeft: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] . Dit betreft het adres dat de verdachte tijdens zijn verhoor door de rechter-commissaris op 5 september 2016 heeft opgegeven als zijn verblijfadres in Nederland. De onder 1 genoemde dagvaarding is, overeenkomstig artikel 588, eerste lid, aanhef en onder b ten derde Sv, betekend door uitreiking van het gerechtelijk schrijven bevattende die dagvaarding aan de griffier van deze rechtbank. Voorts is op de voet van artikel 588a Sv een afschrift van deze dagvaarding toegezonden aan het door de verdachte opgegeven adres aan de [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] . De onder 2 genoemde dagvaarding is niet uitgereikt. De Interdepartementale post- en koeriersdienst heeft op het adres aan de [adres verdachte] te [woonplaats verdachte] twee tevergeefse bezorgpogingen ondernomen. Een afhaalbericht is daarbij niet achtergelaten. Vanwege de door de verdachte opgegeven verblijfplaats had in dit geval de betekening van (het gerechtelijk schrijven bevattende) de dagvaarding moeten plaatsvinden op de wijze bepaald bij de artikelen 588, eerste lid, aanhef en onder b ten tweede en 588, derde lid Sv. Aan het bepaalde in artikel 588, derde lid Sv, meer in het bijzonder het in dat artikellid onder b bepaalde, is in dit geval niet voldaan, aangezien bij de twee tevergeefse bezorgpogingen door de IPKD op het adres aan de [adres verdachte] te [woonplaats verdachte] geen afhaalbericht is achtergelaten, terwijl evenmin is gebleken dat dit op een ander moment heeft plaats gevonden. De omstandigheid dat een afschrift van de onder 1 genoemde dagvaarding is toegezonden aan het door de verdachte opgegeven adres aan de [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , doet hieraan niet af. Dit brengt niet mee dat niet langer aan het vereiste van het achterlaten van een afhaalbericht hoeft te worden voldaan; het niet achterlaten van een afhaalbericht wordt niet gecompenseerd door de toezending van een afschrift van de dagvaarding per post naar het verblijfadres van de verdachte. De betekening van de dagvaarding heeft dus niet op de juiste wijze plaatsgevonden. Nu de verdachte niet op de terechtzitting van heden, 28 februari 2017, is verschenen, dient de dagvaarding daarom nietig te worden verklaard. De officier van justitie heeft daartoe ook gerekwireerd. 4Bijlage De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 5Beslissing De rechtbank verklaart de dagvaarding nietig. Dit vonnis is gewezen door: mr. M.K. Asscheman-Versluis, voorzitter, en mrs. N. Doorduijn en J.H.J. Verbaan, rechters, in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
- hij op of omstreeks [pleegdatum] te [pleegplaats] aan [naam slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een breuk van het scheepsvormig polsbotje, heeft toegebracht door met een stoel naar/op/tegen die [naam slachtoffer] te slaan en/of te gooien; art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht Subsidiair, voor zo ver het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks [pleegdatum] te [pleegplaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [naam slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een stoel naar/op/tegen die [naam slachtoffer] heeft geslagen en/of gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht meer subsidiair, voor zo ver het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks [pleegdatum] te [pleegplaats] [naam slachtoffer] heeft mishandeld door met een stoel naar/op/tegen die [naam slachtoffer] te slaan en/of te gooien; art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht
- hij op of omstreeks [pleegdatum] te [pleegplaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; art 310 Wetboek van Strafrecht