Rechtbank Rotterdam Team Bestuursrecht 3 zaaknummer: ROT 17/2618 uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 mei 2017 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [naam] , te [woonplaats], verzoeker, gemachtigde: mr. P.W.J.C. van Peer, en het college van bestuur van de Open Universiteit, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 3 april 2017 (het bestreden besluit) is aan verzoeker medegedeeld dat hij niet is geslaagd voor het vak Integratiepracticum. Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld bij het College van beroep voor de examens van de Open Universiteit. Tevens heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen
- Indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
- Op grond van artikel 7:66, eerste lid, van de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW) oordeelt het College van beroep voor het hoger onderwijs over het beroep dat een betrokkene heeft ingesteld tegen een beslissing van een orgaan van een instelling voor hoger onderwijs die jegens hem op grond van deze wet en daarop gebaseerde regelingen is genomen. Tegen uitspraken van het College van beroep voor het hoger onderwijs staat geen hoger beroep open. Op grond van het tweede lid van artikel 7:66, van de WHW is hoofdstuk 8 van de Awb van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 8:1, 8:2, eerste lid, aanhef en onder a, en 8:
- Uit artikel 7:66, eerste en tweede lid, van de WHW volgt dat het bericht van 3 april 2017 geen besluit is waartegen mogelijk beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank. De voorzieningenrechter is kennelijk onbevoegd, zodat de voorzieningenrechter, gelet op artikel 8:83, derde lid, van de Awb, uitspraak kan doen zonder zitting.
- De regeling voor de beroepsprocedure bij het College van beroep voor de examens van de Open Universiteit voorziet in de mogelijkheid de voorzitter van dat College te verzoeken om een voorlopige voorziening in zaken waarin onverwijlde spoed dat vereist. De voorzieningenrechter zal het verzoek daarom doorzenden op grond van artikel 6:15 van de Awb.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter, - verklaart zich onbevoegd; - stuurt het verzoekschrift door aan de voorzitter van het College van beroep voor de examens van de Open Universiteit. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Flikweert, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.M.L.J. Spierings, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 mei
- griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.