Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10/770013-13 Datum uitspraak: 2 februari 2017 Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , Raadsman mr. T.S. Kessel, advocaat te Dordrecht. Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 2 februari
- Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Geldigheid dagvaarding Standpunt verdediging Aangevoerd is dat de dagvaarding nietig is, nu deze onjuist aan de verdachte betekend is. Beoordeling Niet is gebleken dat dagvaarding op de bij de wet voorgeschreven wijze aan verdachte is betekend en de verdachte is niet ter terechtzitting verschenen. Conclusie De dagvaarding is nietig. Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis. Beslissing De rechtbank: verklaart de dagvaarding nietig. Dit vonnis is gewezen door: mr. J.H. Janssen, voorzitter, en mrs. E.G. Fels en M. Cupido, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. van Hemert, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
- zij op of omstreeks 7 december 2012, te Dordrecht, althans in Nederland , tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, zich schuldig heeft gemaakt aan (schuld) witwassen, immers heeft/hebben zij verdachte en/of haar mededader(s), toen aldaar, van één of meer geldbedrag(en), te weten van 25.500 (zegge: vijfentwintigduizend vijfhonderd) euro, althans enig geldbedrag, a. de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(s), verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op bovengenoemd(e) geldbedrag(en) was/waren en/of wie bovengenoemde geldbedrag(en) voorhanden had(den) en/of terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s), wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat dat/die geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf b. voornoemde geldbedrag(en) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van bovengenoemde geldbedrag(en), gebruik gemaakt, terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s), wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat dat/die geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; artikelen 420 bis onder a en b jo 420 quater onder a en b jo 47 van het Wetboek van Strafrecht