Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10-770012-13 Datum uitspraak: 16 februari 2017 Verstek Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie in de zaak tegen de veroordeelde: [naam veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats veroordeelde] op [geboortedatum veroordeelde] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres veroordeelde] , [woonplaats veroordeelde] . ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 februari 2017 VOORAFGAANDE VEROORDELING Bij vonnis van deze rechtbank van 16 februari 2017 is de veroordeelde veroordeeld wegens het na te noemen strafbare feit. Van dat vonnis is een kopie als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis. VORDERING De vordering van de officier van justitie, mr. C.A.M. van der Maas, strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en tot het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel tot een maximum van € 24.000, -. De vordering van de officier van justitie is uitsluitend gebaseerd op artikel 36e lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Strafrecht. Zij betreft voordeel verkregen door middel van of uit de baten van het strafbare feit waarvoor de veroordeelde is veroordeeld. De officier van justitie heeft bij requisitoir haar vordering ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gewijzigd naar € 250, -. Zij wijst daartoe op de volgens haar geloofwaardige verklaring van de veroordeelde, die stelt dat hij niet meer dan € 250, - heeft mogen houden van het geld dat hij heeft opgenomen. STRAFBARE FEITEN WAAROP DE VOORDEELSBEREKENING IS GEBASEERD Blijkens het vonnis van 16 februari 2017 is de veroordeelde veroordeeld ter zake van: medeplegen van witwassen. In deze procedure wordt derhalve als vaststaand aangenomen dat bovenstaande door de veroordeelde is begaan. VASTSTELLING VAN HET WEDERRECHTELIJK VERKREGEN VOORDEEL Gebleken is dat de veroordeelde door middel van en uit de baten van het hiervoor vermelde strafbare feit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Dit voordeel dient te worden ontnomen. Gelet op de bekennende verklaring van de verdachte bij de politie, wordt het voordeel dat de veroordeelde wederrechtelijk heeft verkregen geschat op € 250, -. VASTSTELLING VAN HET TE BETALEN BEDRAG Bepaald zal worden dat het gehele bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel door de veroordeelde aan de staat moet worden betaald. Bij deze beslissing zijn de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde in aanmerking genomen. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN Deze beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING De rechtbank: - stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op € 250,- (zegge: tweehonderdvijftig euro); - legt aan de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat van € 250,- (zegge: tweehonderdvijftig euro). Dit vonnis is gewezen door: mr. J.H. Janssen, voorzitter, en mrs. E.G. Fels en M. Cupido, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. van Hemert, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 februari 2017. De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het proces-verbaal van politie nummer [proces-verbaalnummer] (pagina 28-40 van persoonsdossier [naam veroordeelde] ), inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.