Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/710215-16 Datum uitspraak: 8 maart 2017 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] , [geboorteland verdachte] op [geboortedatum verdachte] , niet ingeschreven in de basisregistratie personen, ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Grave, raadsman mr. G.R. Stolk, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 22 februari 2017. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. H.A. van Wijk heeft gevorderd: vrijspraak van het onder 1 primair (doodslag) ten laste gelegde; bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair (bedreiging), 2, 3 en 4 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest. 4Waardering van het bewijs 4.1. Vrijspraak zonder nadere motivering Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken. 4.2. Overige vrijspraken Anders dan door de officier van justitie gevorderd heeft de verdediging integraal vrijspraak bepleit voor alle feiten. feit 2 Zoals hierna zal blijken gaat de rechtbank ervan uit dat het in deze zaak ging om een ripdeal ter zake van cocaïne(opbrengsten). Daarom dienen ook de verklaringen van de slachtoffers behoedzaam te worden bezien. De rechtbank is met inachtneming hiervan van oordeel dat de verklaring van [naam slachtoffer 1] dat de verdachte uit was op de sleutels van de Seat niet tot uitgangspunt kan worden genomen. Die verklaring wordt ook niet ondersteund door andere bewijsmiddelen. Uit het dossier is niet gebleken dat deze sleutels bij de verdachte(n), of elders, zijn teruggevonden. Bovendien is geen aangifte gedaan van diefstal van sleutels. feit 4 De verdachte ontkent dat het valse geld dat is aangetroffen in de kast in de CV-ruimte van de woning waar hij verbleef van hem was. Een huisgenoot heeft echter verklaard dat de verdachte gebruik maakte van deze kast. Daarnaast zijn enkele documenten van de verdachte in deze zelfde kast aangetroffen. Ook is uit de uitgewerkte gesprekken tussen de verdachte en een medeverdachte gebleken dat de verdachte het over vals geld had. Uit het dossier valt echter niet af te leiden dat de verdachte dit valse geld ook daadwerkelijk wilde gebruiken. Gelet hierop is niet komen vast te staan dat de verdachte het oogmerk had om dit valse geld als echt en/of onvervalst uit te geven. Het onder 2 en 4 ten laste gelegde is dus niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt ook daarvan vrijgesproken. 4.3. Nadere bewijsoverwegingen Anders dan door de verdediging bepleit komt de rechtbank wel tot een bewezenverklaring van het feit onder 1 subsidiair en het feit 3. feit 1 subsidiair Uit het dossier is gebleken dat op 2 maart 2016 te Ridderkerk aan het [adres delict] een Seat Ibiza met de drie inzittenden, [naam slachtoffer 1] , [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] , werd klemgezet door een blauwe Opel Zafira met kenteken [kentekennummer 1] . Nadat de bijrijder uit de Opel Zafira stapte heeft deze volgens verschillende getuigen een wapen gericht op de inzittenden en meerdere schoten gelost. Nu deze getuigen wisselend verklaren over waarop is gericht tijdens het schieten, kan niet worden vastgesteld of er gericht op een of meer mannen uit de Seat is geschoten. Wel zijn er twee patroonhulzen op de straat en twee patroonhulzen in de Seat Ibiza aangetroffen. Uit forensisch onderzoek blijkt dat de vier aangetroffen hulzen hetzelfde kaliber hebben en dat het zeer waarschijnlijk is dat deze met eenzelfde pistool (vermoedelijk een Browning) zijn afgeschoten. Voorts is aan de passagierszijde van de Seat Ibiza een beschadiging gevonden passend bij het uiterlijk voorkomen van een doorschotbeschadiging. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat daadwerkelijk met een wapen is geschoten op de openbare weg. daderschap verdachte [naam verdachte] Het gaat in deze zaak met name om de vraag of vastgesteld kan worden of de verdachte als “de schutter” op 2 maart 2016 op het [adres delict] kan worden aangemerkt. Uit de verklaring van [naam slachtoffer 1] blijkt dat hij vóór het schietincident op 2 maart 2016 bij [naam 1] , wonende aan de [adres 1] te Rotterdam, [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] had opgehaald. Uit onderzoek is gebleken dat een mutatie voorkwam in het politiesysteem relaterend dat een meldster - naar later bleek [naam getuige 1] - een Opel Zafira met kenteken [kentekennummer 1] op 2 maart 2016 tussen 14.00 uur en 16.30 tot viermaal toe op opvallende wijze door de [adres 1] te Rotterdam had zien rijden. Nader onderzoek wees uit dat de bewuste Opel Zafira met kenteken [kentekennummer 1] op naam stond van [naam 2] . De zus van [naam 2] , [naam 3] , heeft verklaard dat de Opel Zafira weliswaar op naam van [naam 2] staat, maar dat deze van haar is en veelal werd gebruikt door [naam 4] , haar voormalig partner. De verdachte heeft verklaard dat hij inwonend is bij [naam 3] aan de [adres 2] te Rotterdam en dat hij [naam 4] iedere dag ziet. Getuige [naam getuige 1] heeft verklaard dat zij zag dat de bijrijder in de Opel Zafira een blauwkleurige handschoen aan had. Getuige [naam getuige 2] meldt dat zij op het [adres delict] een schutter met een blauwe latex handschoen heeft waargenomen. Tijdens de doorzoeking van de woning aan de [adres 2] , waar de verdachte verbleef, werden op verschillende plaatsen blauwe latex handschoenen aangetroffen. In de Opel Zafira werd in het handschoenenvakje aan de bijrijderszijde ook een soortgelijke blauwe latex handschoen aangetroffen. Volgens [naam 3] had zij deze daar niet neergelegd. Tevens werd in het portiervak van de Opel Zafira een zwarte wollen handschoen voor de linkerhand aangetroffen. Op straat bij het [adres delict] is achter de Seat Ibiza een soortgelijke zwarte wollen handschoen voor de rechterhand gevonden. Uit onderzoek door het NFI blijkt dat het DNA-mengprofiel van de bemonstering aan de binnenkant van deze handschoen overeenkomt met het DNA-hoofdprofiel van [naam 4] . Uit nader optisch onderzoek door het NFI bleek dat deze handschoenen zeer waarschijnlijk eerder een paar hebben gevormd. Bovendien heeft medeverdachte [naam 4] tegenover de verdachte tijdens een OVC gesprek verklaard dat hij een handschoen was kwijtgeraakt. Uit technisch onderzoek aan het in de Opel Zafira aangetroffen Tomtom navigatiesysteem blijkt ten aanzien van de hierop op 2 maart 2016 gekozen bestemmingen het volgende. Om 15.29 uur is de [adres 1] te Rotterdam ingevoerd. Op dat moment bevond het navigatiesysteem zich volgens de GPS-positie in de zeer nabije omgeving van de ingevoerde bestemming, tevens zijnde het adres van [naam 1] , waar [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] verbleven en waar zij werden opgehaald door verdachte [naam slachtoffer 1] . Dit past bij de eerdergenoemde verklaring van de getuige [naam getuige 1] . Om 15:43 uur en om 18.15 uur werd de bestemming [adres delict] te Ridderkerk ingesteld, terwijl het schietincident aan dat [adres delict] om 18.29 uur heeft plaatsgevonden. De ingevoerde bestemming betreft het adres van [naam 5] . Eén van de inzittenden van de Seat, [naam slachtoffer 3] , verklaarde dat de taxichauffeur [naam slachtoffer 1] hem en [naam slachtoffer 2] zou ophalen bij [naam 1] ( [naam 1] wonende aan de [adres 1] te Rotterdam) om hen vervolgens naar [naam 5] te brengen. Daarnaast is uit de historische verkeersgegevens van de telefoon van de verdachte gebleken dat dit telefoonnummer op 2 maart 2016 tweemaal contact heeft gehad met het telefoonnummer dat bij [naam 1] in gebruik is. Omstreeks 18:30 uur bevond het navigatiesysteem zich volgens de GPS-positie op de [adres 3] te Ridderkerk. Dit tijdstip is ongeveer 1 minuut na de schietpartij aan het [adres delict] en de [adres 3] is op korte afstand van het [adres delict] gelegen. Op dat tijdstip is het adres [adres 2] te Rotterdam ingevoerd als bestemming. Dit betreft het verblijfadres ( [adres 2] ) van de verdachte en van [naam 4] . Voorts is gebleken dat op 2 maart 2016 om 15.37 uur een Opel Zafira met kenteken [kentekennummer 1] een Vialis camera op de Laan op Zuid en om 15.53 uur een camera op de Erasmusbrug passeerde. In de tussenliggende tijd straalde de bij de verdachte in gebruik zijnde telefoon zendmasten aan gelegen op Rotterdam-Zuid. Om 18.18 uur registreerde een ARS camera op de oprit A16 nabij Oud IJsselmonde Rotterdam, richting Ridderkerk, een voertuig met kenteken [kentekennummer 2] . Bij deze registratie is kennelijk een fout opgetreden en gaat het hier vermoedelijk om de Opel Zafira met kenteken [kentekennummer 1] (de eigenaar van de auto met kenteken [kentekennummer 2] heeft verklaard dat hij die dag niet met zijn auto met voornoemd kenteken in Rotterdam is geweest. Het betreft ook een auto van een ander merk en type dan de Opel Zafira). Het schietincident heeft om 18.29 uur plaatsgevonden in Ridderkerk. Om 18.35 uur werd de Opel Zafira door een ARS camera geregistreerd op de oprit A15 bij Ridderkerk in de richting van Rotterdam. Om 19.03 en 19.04 uur maakten de telefoons van de verdachte en [naam 4] gebruik van de zendmast aan de [adres 4] te Rotterdam. Dit is nabij de verblijfplaats van de verdachte aan de [adres 2] te Rotterdam. Het voorgaande blijkt aansluiting te vinden bij de uitkomsten van het onderzoek van de Tomtomnavigatie. Op grond hiervan kan worden vastgesteld dat de Opel Zafira vanaf de [adres 1] te Rotterdam de Seat Ibiza is gevolgd naar het [adres delict] en dat de verdachte en de medeverdachte eveneens deze route hebben afgelegd. De rechtbank leidt hieruit af dat de verdachte op 2 maart 2016 inzittende moet zijn geweest van de Opel Zafira met het kenteken [kentekennummer 1] . Uit voornoemde stukken, in onderlinge samenhang bezien, volgt dat de verdachte de schietende bijrijder uit de Opel Zafira is geweest op 2 maart 2016. Dit oordeel wordt ondersteund door het OVC gesprek van verdachten [naam 4] en [naam verdachte] tijdens hun transport op 7 juni 2016. Er wordt gesproken over een handschoen die is gevonden met “mijn ding” (de rechtbank begrijpt: DNA) er op. Voorts wordt door de medeverdachte tegen de verdachte gezegd “Die blauwe niet, die waren van jou”. Daarnaast wordt onder meer besproken dat één van hen 'hem zou hebben uitgezet' en [naam 4] zegt dat hij 'het nooit meer doet' omdat dit 'zijn familie in gevaar brengt'. Hij zegt daarbij tegen de verdachte "Als jij je niet had uitgegeven als [naam 6] , de cowboy, was dit allemaal niet gebeurd." Uit de loop van het gesprek in samenhang met de objectieve bevindingen uit het dossier leidt de rechtbank af dat de verdachten hier spreken over hun betrokkenheid bij de schietpartij op het [adres delict] . Ook valt hieruit te concluderen dat de verdachte degene was die de schoten heeft gelost in de richting van de Seat Ibiza. Hierbij sluit weer aan dat het voorkomen van de verdachte past bij het door de [naam slachtoffer 3] gegeven signalement. Gelet op de waarnemingen van de getuigen en de slachtoffers, het technisch onderzoek waarbij 4 patroonhulzen zijn aangetroffen, alsmede de doorschotbeschadiging in de Seat Ibiza, stelt de rechtbank vast dat de verdachte een wapen heeft gericht op de inzittenden en vervolgens op de openbare weg meerdere schoten heeft gelost met een pistool in de richting van de auto. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging van de drie inzittenden van de Seat Ibiza met de dood. feit 3 Door verbalisanten is gezien dat de mannen uit de Seat Ibiza een of meer (al dan niet witte) tassen bij zich hadden, waaronder een Albert Heijn tas die stevig door één van hen werd vastgehouden. Door de politie is nader onderzoek gedaan om deze tassen te traceren. De politie heeft hiertoe de vluchtroute van [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 2] gevolgd, waarbij zij uitkwamen bij het perceel aan de [adres 3] te Ridderkerk. Achter dit perceel werd achter een gestalde caravan een blauwkleurige Albert Heijn tas inhoudende drie pakketten met vermoedelijk drugs aangetroffen. Uit nader onderzoek door het NFI bleek dit circa drie kilogram cocaïne te zijn. Alles tezamen brengt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte erop uit was om een hoeveelheid cocaïne en/of geld buit te maken. Kennelijk waren hij en zijn metgezel ervan op de hoogte dat de inzittenden van de Seat Ibiza daarvan op enig moment in het bezit zouden zijn. Het feit dat de verdachte op 2 maart 2016 voorafgaand aan het schietincident nog telefonisch contact gehad met [naam 1] sterkt de rechtbank in haar overtuiging dat het ging om een ripdeal. 4.4. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: 1. subsidiair. hij op of omstreeks 02 maart 2016 te Ridderkerk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.