← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2017:4286

Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/681240-16 Datum uitspraak: 10 januari 2017 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] , niet ingeschreven in de basisregistratie personen, preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie De Schie. raadsvrouw mr. F. el Makhtari, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 10 januari

  1. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. J.A. Castelein heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest. 4Waardering van het bewijs 4.
  2. Vrijspraak 4.1.
  3. Standpunt officier van justitie De medeverdachte [naam medeverdachte] spreekt consequent over ‘we’ in zijn bij de politie afgelegde verklaring. Tevens is het niet meer toevallig te noemen dat de verdachte en de medeverdachte elkaar tegen komen in Rotterdam, elkaar kennen uit Parijs, en vervolgens samen een taxi nemen met dezelfde eindbestemming, Antwerpen. De taxichauffeur heeft zowel de verdachte als de medeverdachte spullen uit de taxi zien gooien. De verdachte verklaart zelf wisselend als het gaat om de vraag of en wat hij uit de taxi zou hebben gegooid. Daarnaast beschikte de verdachte over drie telefoons, waarvan één telefoon van [naam] zou zijn. Deze telefoon bevat een opgeslagen telefoonnummer onder de naam [naam] , en dat is het nummer waarmee is gebeld met de taxichauffeur, nadat de verdachte en [naam] veelvuldig telefonisch contact hebben gehad. Een en ander in onderlinge samenhang bezien acht de officier van justitie de verklaring van de verdachte dat hij niets met het ten laste gelegde feit te maken heeft, ongeloofwaardig, en stelt hij zich op het standpunt dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. 4.1.
  4. Beoordeling De verdachte ontkent het ten laste gelegde. De medeverdachte verklaart dat hij de aangetroffen drugs in Rotterdam heeft opgehaald om naar Antwerpen te vervoeren, dat hij de drugs uit het raam van de taxi heeft gegooid, en dat de verdachte er niets mee te maken heeft. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat er serieuze aanwijzingen zijn voor betrokkenheid van de verdachte bij het ten laste gelegde feit. De omstandigheden dat de verdachte en de medeverdachte samen een taxi hebben gedeeld naar Antwerpen, nadat zij elkaar zijn tegen gekomen in Rotterdam, en er telefonisch contact tussen de verdachte en ene [naam] - met wiens telefoonnummer naar de taxichauffeur zou zijn gebeld - heeft plaatsgevonden, zijn echter onvoldoende om de rechtbank tot de overtuiging te brengen dat de verdachte de verweten gedraging heeft verricht. Uit de bewijsmiddelen blijkt bovendien niet dat de verdachte er van op de hoogte was dat de medeverdachte drugs bij zich had. 4.1.
  5. Conclusie Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. 5Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 6Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door: mr. A. Verweij, voorzitter, en mrs. P. Putters en E.M.D. Angela, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. van Hemert, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 06 oktober 2016 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, althans opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 998 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.