vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team Handel zaaknummer / rolnummer: C/10/527441 / KG ZA 17-538 Vonnis in verzet in kort geding van 6 juli 2017 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ACT COMMODITIES B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres, gedaagde in het verzet, advocaat mr. M.M. van Leeuwen te Rotterdam, tegen 1. de rechtspersoon naar vreemd recht YOUNGRAY CO. LTD., gevestigd te [land] , gedaagde sub 1, eiseres in het verzet, advocaat mr. M. Spanjaart te Rotterdam, 2. de rechtspersoon naar vreemd recht WEI GUAN ENVIRONMENTAL PROTECTION CO. LTD., gevestigd te [land] , gedaagde sub 2, niet verschenen, 3. de coöperatie COÖPERATIEVE RABOBANK U.A., gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde sub 3, niet verschenen. Partijen zullen hierna ACT, Youngray, WG en de Rabobank genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de inleidende dagvaardingen van ACT van 28 maart 2017; de producties 1 t/m 4 van ACT; de mondelinge behandeling op 29 maart 2017; de pleitnota van ACT; het verstekvonnis van 29 maart 2017 met zaak-/rolnummer C/10/523773 / KG ZA 17-319; de verzetdagvaarding van Youngray van 23 mei 2017; de producties 1 t/m 16 van Youngray; de producties 5 t/m 12 van ACT; de mondelinge behandeling op 22 juni 2017; de pleitnota van ACT; de pleitnota van Youngray. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Vanaf januari 2016 heeft ACT meerdere malen “Used Cooking Oil” (hierna: UCO) gekocht van WG. 2.2. Op 31 oktober 2016 zijn WG en ACT overeengekomen dat WG ongeveer 2.000 mt UCO (hierna: de lading) verkoopt en levert aan ACT, dat ACT daarvoor een vooruitbetaling doet van $ 90.675,48 en het resterende bedrag van $ 1.149.324,52 voldoet via een documentair accreditief (hierna: L/C). Vervolgens heeft ACT via de Rabobank drie L/C’s uitgesteld, waarin (op verzoek van WG) Youngray als begunstigde is vermeld. Bij twee van de L/C’s treedt Chang Hwa Commercial Bank Ltd. op als adviserende bank van Youngray, bij de derde L/C is dat [land] Cooperative Bank Ltd. 2.3. De UCO is verscheept naar [plaats] . ACT heeft de lading doorverkocht aan een derde genaamd Green Fuel Extramadura S.A. op wiens naam de cognossementen zijn uitgemaakt. De cognossementen en andere op de zending betrekking hebbende documenten (hierna tezamen te noemen: de documenten) zijn door (de bank van) Youngray geleverd aan de Rabobank. 2.4. Onder meer omdat WG bij eerdere koopovereenkomsten met ACT geringere volumes had geleverd dan was overeengekomen, terwijl ACT de volledige koopprijs had betaald, had ACT in maart 2017 een vordering op WG van meer dan $ 1.000.000,-. In maart 2017 zijn WG en ACT in overleg getreden over de wijze waarop WG dat bedrag zou betalen. Op 17 maart 2017 heeft WG een ‘letter of guarantee’ opgesteld met daarin de volgende verklaring: “On the purpose of clearing the outstanding payment, We, Wei Guan Environmental Protection Co., Ltd, on behalf of Youngary Co., Ltd., hereby confirm that we agree to deduct the full amount of invoices of [nummer] We shall guarantee that our banks ( [land] Cooperative Bank and Chang Hwa Bank) will send official SWIFT message to RABO Bank, stating above mentioned 3 L/C shall be settled “free of payment”. We shall pay ACT via bank transfer for the remaining amount of outstanding payment, i.e. USD 7,423.02” 2.5. Op 23 maart 2017 heeft de Rabobank via een swift-bericht [land] Cooperative Bank Ltd. verzocht om een bevestiging dat de documenten ‘free of payment’ kunnen worden geleverd aan ACT. Diezelfde dag heeft [land] Cooperative Bank Ltd. aan de Rabobank laten weten dat Youngray niet akkoord gaat met ‘free of payment’. 2.6. Bij e-mail van 24 maart 2017 is Youngray door ACT gewezen op de ‘letter of guarantee’ van WG. Diezelfde dag heeft Youngray per e-mail het volgende laten weten: “I am very shocked after I saw this letter of guarantee. Because the credit line is my company’s, to receive letter of credit is also my company, not Wei Guan. Wei Guan has no right to make any ‘one-sided’ promise, let alone this is under the circumstance that my company was not aware. This is invalid promise, we and bank would never agree to retiring the documents without payment. My company and my bank has to follow the normal payment rule of letter of credit, then we can complete this transaction. This is also what I emphasized repeatedly as the reason why your company has to pay fully to retire the documents.” 2.7. De voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft ACT op 24 maart 2017 verlof verleend voor het leggen van conservatoir derdenbeslag onder de Rabobank en conservatoir vreemdelingenbeslag op de documenten voor een vordering begroot op $ 1.270.000,-. ACT heeft dit beslag nog dezelfde dag doen leggen. 2.8. Bij dagvaardingen van 28 maart 2017 heeft ACT gedaagden in rechte betrokken en kort gezegd afgifte van de beslagen documenten gevorderd. In die zaak met zaak/rolnummer C/10/523773 / KG ZA 17-319 heeft de voorzieningenrechter te Rotterdam op 29 maart 2017 de volgende beslissing gegeven: “5 De voorzieningenrechter 5.1. verleent verstek tegen de Rabobank, WG en Youngray, 5.2. beveelt WG en Youngray ieder voor zich en gezamenlijk de beslagen documenten aan ACT te doen afgeven en daartoe al het nodige te doen, waaronder het geven van een ondubbelzinnige instructie aan de Rabobank om deze documenten aan ACT te overhandigen, binnen twee uren na mededeling dat het vonnis is betekend, 5.3. veroordeelt de Rabobank om te handelen conform de aldus te geven instructie van WG en/of Youngray, 5.4. bepaalt dat indien WG en/of Youngray niet binnen de hiervoor in 5.2 gestelde termijn aan die veroordeling voldoet, dit vonnis in de plaats treedt van de instructie aan de Rabobank en met dat doel en effect aan de Rabobank kan worden betekend, 5.5. veroordeelt WG en Youngray in de kosten het geding, tot op heden begroot op € 1.514,42, 5.6. verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.7. wijst het meer of anders gevorderde af.” 2.9. De Rabobank heeft, bij monde van haar advocaat, bij brief van 29 maart 2017, voorafgaand aan de zitting op 29 maart 2017, het volgende aan de voorzieningenrechter bericht: “… Rabobank staat buiten de contractuele relatie tussen ACT en gedaagden sub 1 en 2 … Ik verzoek om uw begrip dat Rabobank daarom niet ter zitting zal verschijnen. Wel geef ik hierna het standpunt van Rabobank weer, enkel vanuit haar (bancaire) perspectief. Rabobank zal (vrijwillig) voldoen aan een ondubbelzinnige instructie van WG en/of Youngray (al dan niet als gevolg van een door u te wijzen vonnis) om de in de dagvaarding genoemde documenten aan ACT te overhandigen. Een veroordeling daartoe, zoals in het petitum gevorderd, acht Rabobank dus niet nodig. Overigens zal Rabobank als gevolg van een dergelijke instructie ervan uitgaan dat ACT en WG/Youngray daarmee bevestigen dat betaling via verrekening heeft plaatsgevonden. Zij zal zich daarop ook beroepen jegens haar wederpartijen onder de documentaire kredieten, …” 2.10. Het vonnis van 29 maart 2017 is op 30 maart 2017 ten uitvoer gelegd. 3Het geschil 3.1. Bij inleidende dagvaarding heeft ACT gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, dat de voorzieningenrechter: - WG en Youngray ieder voor zich en gezamenlijk zal bevelen de beslagen documenten aan ACT te doen afgeven en daartoe al het nodige te doen, waaronder het geven van een ondubbelzinnige instructie aan de Rabobank om deze documenten aan ACT te overhandigen, binnen twee uren na mededeling dat het vonnis is betekend, op straffe van een dwangsom van € 100.000,- (of een ander in redelijkheid te bepalen bedrag) voor ieder uur dat WG en Youngray hiermee in gebreke blijven, met een maximum van € 3.000.000,-; - en voorts de Rabobank zal veroordelen om te handelen conform de aldus te geven instructie van WG en/of Youngray; - en voorts onder bepaling dat indien WG en/of Youngray niet binnen de gestelde termijn aan die veroordeling voldoet, het vonnis in de plaats treedt van de instructie aan de Rabobank en met dat doel en effect aan de Rabobank kan worden betekend, althans de raadsman van eiseressen zal machtigen een instructie aan deze bank namens WG en Youngray te verlenen; - althans het voorgaande zal toewijzen op de voorwaarde dat ACT deugdelijke zekerheid stelt voor een bedrag van de waarde van de door de beslagen documenten belichaamde goederen; - althans zodanige andere voorziening zal treffen als na de zitting juist voorkomt; - met veroordeling van WG en Youngray (maar niet de Rabobank) in de kosten van het geding. 3.2. ACT stelt daartoe het volgende. ACT heeft de koopsom van de lading voldaan middels verrekening met een door WG erkende vordering van ACT op WG. Met de ‘letter of guarantee’ van 17 maart 2017 heeft WG namens Youngray beloofd in te stemmen met afgifte van de documenten zonder verdere betaling door ACT. WG komt de koopovereenkomst nu niet na en verschuilt zich hierbij achter Youngray. Onder de omstandigheden van dit geval kan de conclusie worden getrokken dat WG en Youngray kunnen worden vereenzelvigd en dat Youngray daarom gebonden moet worden geacht aan de toezeggingen die WG namens haar heeft gedaan. 3.3. In het kader van de verzetprocedure doet ACT een beroep op de exceptio plurium litis consortium. Zij heeft aangevoerd dat Youngray niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzet, nu zij heeft nagelaten om de Rabobank en WG op te roepen voor de zitting. 3.4. Bij verzetdagvaarding heeft Youngray gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, het verstekvonnis van 29 maart 2017 (met zaak/rolnummer C/10/523773 / KG ZA 17-319) te vernietigen en de oorspronkelijke vorderingen van ACT af te wijzen, kosten rechtens. 3.5. Youngray stelt daartoe het volgende. Youngray en WG zijn twee verschillende bedrijven die niet met elkaar vereenzelvigd kunnen worden en niet aan elkaar gelieerd zijn, en dat weet ACT heel goed. Ook de heren Lin van beide bedrijven zijn geen familie van elkaar, het gebruik van het woord ‘brother’ is niet meer dan een, in [land 1] en [land] gebruikelijke, respectvolle aanspreektitel. WG heeft ook geen volmacht van Youngray om haar te vertegenwoordigen en ACT mocht daar ook niet op vertrouwen. Youngray en WG hebben een ‘cooperation agreement’ gesloten, op grond waarvan Youngray de transacties van WG voorfinanciert en hiervoor een commissie ontvangt. Tot zekerheid van terugbetaling dient WG in haar overeenkomsten met derden te bedingen dat Youngray als begunstigde op het documentair krediet zal worden vermeld. Als begunstigde onder de L/C verkrijgt Youngray een rechtstreekse, abstracte vordering op de bank van de koper, die losstaat van de onderliggende koopovereenkomst. Nu WG geen volmacht heeft om namens Youngray op te treden, is Youngray niet gebonden aan de inhoud van de ‘letter of guarantee’ van WG van 17 maart 2017. 3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. In de eerste plaats is in geschil de vraag of het feit dat Youngray de overige gedaagden niet heeft opgeroepen om te verschijnen in de verzetprocedure moet leiden tot niet-ontvankelijkheid. 4.2. In deze zaak zijn er drie gedaagden, van wie alleen Youngray in verzet is gekomen tegen het verstekvonnis. Op grond van artikel 147 lid 1 Rv wordt door het verzet de met de inleidende dagvaarding begonnen instantie heropend, ook voor de gedaagde partijen die geen verzet hebben ingesteld, waarbij het exploot van verzet als een conclusie van antwoord geldt. Zoals artikel 140 lid 3 Rv bepaalt voor het geval dat van meer gedaagden ten minste één van hen verschijnt en op de voet van artikel 111 lid 2 aanhef en onder j Rv in de inleidende dagvaarding dient te worden (en in het onderhavige geval ook
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.