RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 4816866 \ CV EXPL 16-6468 uitspraak: 2 juni 2017 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van [eiser] h.o.d.n. [handelsnaam], wonende te [plaatsnaam], eiser bij exploot van dagvaarding van 8 februari 2016, gemachtigde: mr. M.K. van den Berge te Den Haag, tegen 1de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Chemitec B.V., gevestigd te Moerdijk (gemeente Zevenbergen) en 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Youngco Invest B.V., gevestigd te Moerdijk (gemeente Zevenbergen), gedaagden, gemachtigde: mr. E.C.G. van Loon. en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Brinkman Agro B.V., gevestigd te 's-Gravenzande, derde in de zin van artikel 118 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), gemachtigde: mr. J.A.J. Hendriks. Partijen worden hierna aangeduid als “[handelsnaam]”, “Chemitec”, Youngco” en “Brinkman”. 1Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen. het exploot van dagvaarding van 8 februari 2016 aan Chemitec en Youngco, met producties; het exploot van dagvaarding ex artikel 118 Rv van 8 februari 2016 aan Brinkman, met producties; de akte van depot inhoudende een USB-stick met daarop twee geluidsfragmenten; de conclusie van antwoord van Brinkman; de conclusie van antwoord van Chemitec en Youngco, met producties; de conclusie van repliek, tevens wijziging van eis, met producties; de conclusie van dupliek van Brinkman; de conclusie van dupliek van Chemitec en Youngco, met producties; de akte uitlating producties van [handelsnaam]; de akte bij pleidooi van [handelsnaam], inhoudende producties 35 tot en met 50; de akte overlegging producties van Chemitec en Youngco, inhoudende producties 25 tot en met 28; de pleitnota van [handelsnaam]; de pleitnota van Chemitec en Youngco; het proces-verbaal van het op 22 december 2016 ten overstaan van de kantonrechter gehouden pleidooi. De kantonrechter heeft de uitspraak van het vonnis nader bepaald op heden. 2De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen het volgende vast. 2.1 Chemitec is actief in de branche voor chemische grondstoffen en industriële grondstoffen. Chemitec verhandelt het product Clarmarin 150 (hierna: Clarmarin), dat zij bij haar Duitse leverancier, te weten Evonik Industries AG (hierna: Evonik) inkoopt. 2.2 Het product Clarmarin is een al langer bestaand, milieuvriendelijk, liquide product met een reinigende en desinfecterende werking voor watergeefsystemen, dat vooral wordt gebruikt in de Nederlandse glastuinbouw. Het product voorkomt biofilm, een soort slijmlaag in watersystemen die als aanhecht- en dus broedplaats kan dienen voor allerlei ziektekiemen. 2.3 In Nederland is Chemitec niet de enige die handelt in dit product, maar zij is naast de enige andere aanbieder in het Noorden van het land (Metaki B.V.) wel de grootste aanbieder. Metaki richt zich op de aardappelteelt en Chemitec richtte zich op de glastuinbouwindustrie. Nederland is het enige EU-land waar het product Clarmarin een goedkeuring heeft verkregen voor het gebruik voor het doden van bacteriën. 2.4 Op 4 april 2014 heeft Chemitec een intentieverklaring met Brinkman, een onderneming met vestigingen in meer dan 30 landen, ten aanzien van de distributie van het product Clarmarin gesloten. Op basis van die intentieverklaring hebben zij in november 2014 een exclusieve distributieovereenkomst gesloten, waarbij Chemitec zich ertoe verbond om slechts aan Brinkman Clarmarin te leveren en dit product niet aan haar concurrenten te leveren. 2.5 Op 1 mei 2014 hebben [handelsnaam] en Chemitec een overeenkomst gesloten die getiteld is als “agentuurovereenkomst”. In deze overeenkomst staat voor zover van belang het volgende: In aanmerking nemende: - dat partijen zijn overeengekomen dat [handelsnaam] – voor een periode van bepaalde tijd van 10 jaar – zal gaan optreden als agent voor de door Chemitec in de handel gebrachte producten. Dit in de hoedanigheid van een agentschap wat [handelsnaam] voor eigen rekening uitoefent. - dat partijen de ter zake gemaakte afspraken wensen vast te leggen; VERKLAREN TE ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT: EXCLUSIVITEITSRECHTEN EN RAYON [handelsnaam] zal met ingang van 1 mei 2014 optreden als agent voor Chemitec producten uitsluitend bij nog niet kopende prospects en potentiële klanten in binnen en buitenland. 1a. op basis van exclusief*agentschap voor Clarmarin 150 1b. overige Chemitec producten op basis van uitsluitend verkopen bij nieuwe accounts in binnen- en buitenland 1c. het is [handelsnaam] toegestaan wederverkopers en dealers aan te stellen 1d. single afspraken voor Chemitec-projecten waar [handelsnaam] zijn sales expertise levert. 2. Chemitec verbindt zich jegens [handelsnaam] om tijdens de duur van deze overeenkomst door [handelsnaam] gerealiseerde verkopen de overeengekomen commissie af te dragen aan [handelsnaam]. Bij rechtstreekse aanvragen en/of herhaalopdrachten van door [handelsnaam] aangebrachte klanten niet anders dan door tussenkomst van [handelsnaam] haar producten te zullen verkopen. 3. De onderhavige overeenkomst heeft betrekking op de door Chemitec in de handelgebrachte producten voor ecologische gladheidbestrijding. 4. [handelsnaam] is niet bevoegd de rechten uit deze overeenkomst geheel of gedeeltelijk aan een derde over te dragen. * Op basis van behaalde Clarmarin 150 prognose: - omzet le jaar 100K - ieder volgend kalenderjaar vermeerdert met 100K tot bereik van 1mln (….) OMZET EN PROVISIE 1. Chemitec bepaald de verkoopprijzen, [handelsnaam] is gerechtigd in de afhandeling zelfstandig de afronding en deal te maken binnen de door Chemitec gestelde marge. 2. Commissie [handelsnaam] 30% all-in op de netto verkoopprijs exclusief de btw. 2a. maximale klantkorting 30%, in overleg te bepalen door [handelsnaam] 3. Uitbetaling van commissie aan [handelsnaam] zal door Chemitec worden voldaan < 5 werkdagen na ontvangst betaling betreffende accountfactuur. 4. [handelsnaam] ontvangt een kopiefactuur van de door hem ingebrachte accounts die worden belast met een factuur door Chemitec verzonden. BEDRIJFSUITOEFENING 1. [handelsnaam] oefent haar werkzaamheden voor eigen rekening uit. 2. Chemitec ondersteunt [handelsnaam] met technische expertise en stelt monsters en demomateriaal ter beschikking aan [handelsnaam] in verhouding tot het potentieel. 3. [handelsnaam] is verplicht de belangen van Chemitec bij voortduring naar beste weten en met gepaste ijver en te goeder trouw te behartigen. (….) DE OVEREENKOMST 1. De onderhavige overeenkomst is door partijen aangegaan voor een periode van bepaalde tijd van 10 jaar, ingaande op 1 mei 2014. Onverminderd het bepaalde in de overige leden van de overeenkomst zullen partijen maandelijks de ontwikkelingen en voortgang evalueren. 2.6 Op 29 juli 2014 ondertekenen [handelsnaam] en Chemitec een verlengingsovereenkomst, die loopt van 1 mei 2024 tot 1 mei 2034. 2.7 Op 8 april 2015 heeft [J.], manager van Chemitec, een e-mailbericht naar [handelsnaam] gestuurd, met onder meer de volgende inhoud: “Yes!!!!!!!!!!!!! Podium voor elkaar gekregen om het salesteam bij Royal Brinkman verder te trainen!!!” 2.8 Op 24 april 2015 heeft [handelsnaam] voor zover van belang het volgende e-mailbericht naar [J.] gestuurd: “In ons telefoongesprek van vanmiddag geef jij te kennen, dat jij Chemetic Europe B.V. overweegt de samenwerking te willen stoppen met Royal Brinkman als het gaat om Clarmarin 150. Dit vanwege tegenvallende resultaten waardoor Clarmarin 150 qua business als verliesgevend wordt beschouwd. (…..)” 2.9 Chemitec heeft op 28 april 2015 een brief naar [handelsnaam] gestuurd met de volgende inhoud: “Sinds 1 mei 2014 treedt u, althans daarbij handelend onder de naam EA Trading voor eigen rekening en risico op als handelsagent van Chemitec BV. (hierna; Chemitec). Helaas hebben wij moeten constateren dat u de doelstellingen uit de agentuurovereenkomst afgelopen jaar niet hebt gehaald. Om die reden deel ik u hierbij mede, dat de tussen u en Chemitec bestaande agentuurovereenkomst gesloten en ingegaan op 1 mei 2014, per heden wordt opgezegd tegen het einde van deze maand. Er zal een wettelijke opzegtermijn, ingevolge artikel 7:437 BW van 4 maanden in acht worden genomen, zodat de overeenkomst eindigt op 1 september 2015. Gedurende deze opzegtermijn bent u vrijgesteld van werkzaamheden. Vertrouwend u hiermee naar behoren te hebben geïnformeerd”. 2.10 Bij brief van 2 juni 2015 maakt (de gemachtigde van) [handelsnaam] bezwaar tegen de opzegging van Chemitec en maakt hij aanspraak op commissie voor de duur van de overeenkomst en wenst hij voortzetting van de werkzaamheden op korte termijn. 2.11 In het e-mailbericht van 8 juni 2015 staat voor zover van belang het volgende: “(…) Allereerst loopt mijn contract tot eind september en is DSM een account die [handelsnaam] voor Chemitec B.V. heeft verworven en niet Paul. Wederom houdt Chemitec zich niet aan het contract!! (…)” 2.12 De gemachtigde van Chemitec heeft bij brief van 12 juni 2015 op de brief van [handelsnaam] gereageerd waarbij [handelsnaam] aansprakelijk wordt gesteld voor de door haar gestelde schade als gevolg van het (onjuist) gebruik van het product. 2.13 Op 15 december 2015 wordt een laatste aangetekende aanmaning aan Chemitec verzonden, tevens ingebrekestelling tot nakoming van de contractuele verplichting van Chemitec om [handelsnaam] tijdig te voorzien van alle relevante documenten inzake de afzet van Clarmarin bij Brinkman, alsmede aansprakelijkstelling van Chemitec voor de schade uit hoofde van toerekenbare niet-nakoming van de agentuurovereenkomst door Chemitec. 3De gewijzigde vordering en de grondslag daarvan 3.1 [handelsnaam] heeft – na wijziging van eis – gevorderd bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen/oordelen Primair 1. een verklaring voor recht dat (de directie) van Chemitec de agentuurovereenkomst met [handelsnaam] van 1 mei 2014 toerekenbaar niet is nagekomen dan wel onregelmatig en/of onder voorgewende/valse voorwendselen heeft beëindigd en daarom schadeplichtig is; 2. dat Chemitec c.s. haar boeken openlegt en alle inkooporders en facturen produceert over de periode 1 mei 2015 tot en met de dag der openlegging met betrekking tot de producten Clarmarin 150 en lceMelz korrels bij de door [handelsnaam] aangebracht klanten (ANWB, Sligro, Newco Europe, Jumbo, Blokker, Halfords en Udea), zulks onder oplegging van een dwangsom van EUR 500,- per (gedeelte van een) dag voor elke dag na betekening van het ten deze te wijzen vonnis dat Chemitec niet aan de veroordeling tot openlegging voldoet; 3. dat Brinkman Agro B.V. haar boeken in relatie tot de afzet van het product Clarmarin 150 openlegt en alle inkooporders en inkomende/uitgaande facturen produceert over de periode 1 mei 2014 tot aan de dag van overlegging, met betrekking tot het product Clarmarin 150, zulks onder oplegging van een dwangsom van EUR 250,- per (gedeelte van een) dag voor elke dag na betekening van het ten deze te wijzen vonnis dat Brinkman niet aan de veroordeling tot openlegging voldoet; 4. dat hij/zij een deskundige benoemt om op basis van de onder 2 en 3 geproduceerde documenten een bedrag vast te stellen gemoeid met de omzet bij Chemitec en/ of Brinkman van Clarmarin 150 in de periode 1 mei 2014 tot aan de dag der openlegging, en 5. dat de kantonrechter Chemitec c.s. en Brinkman gebiedt volledige openheid van zaken alsmede medewerking te geven in het kader van het sub 4 gevorderde; 6. dat hij daarna de zaak naar de rol verwijst opdat een gemiddeld bedrag aan commissie (per maand) wordt vastgesteld en ten laste van Chemitec cs aan [handelsnaam] wordt toegekend op basis van de onder 2 t/m 5 verkregen documenten en relevante informatie, berekend aan de hand van 30% van de bruto verkoopprijs van de omgezette hoeveelheden Clarmarin over de aldaar genoemde periode, exclusief btw; 7. dat de gemiddelde commissie per maand voor lceMelz over de jaren 2013 en 2014 wordt vastgesteld op EUR 2.868,65 ex btw; 8. dat Chemitec of Youngco als verantwoordelijke directeur op basis van hoofdelijkheid een bedrag, te vermeerderen met btw en wettelijke rente, aan commissie/ beloning c.q. gederfde winst dan wel schadeloosstelling in de zin van de wet, op basis van het sub 4. gevorderde over de periode 1 mei 2014 tot en met 30 april 2024 binnen 14 kalenderdagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis overmaakt op het bankrekeningnummer van [handelsnaam] te [plaatsnaam]; 9. dat twaalf maal het aldus berekende gemiddeld bedrag aan maandcommissie ten titel van klantenvergoeding aan [handelsnaam] wordt toegekend, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag der dagvaarding, onder de bepaling dat een en ander binnen 7 kalenderdagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis wordt overgemaakt op het bankrekeningnummer van [handelsnaam] te [plaatsnaam], zulks onder verstrekking van een specificatie van de betaling; Subsidiair dat de kantonrechter bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad bepaalt/ oordeelt 1. een verklaring voor recht dat (de directie van) Chemitec de agentuurovereenkomst met [handelsnaam] van 1 mei 2014 toerekenbaar niet is nagekomen dan wel onregelmatig en/of onder voorgewende/valse voorwendselen heeft beëindigd en daarom schadeplichtig is; 2. dat een gemiddeld bedrag aan commissie (per maand) wordt vastgesteld ad EUR 2.760,12 ex btw voor Clarmarin én EUR 2.868,65 voor lceMelz, en ten laste van Chemitec en Youngco aan [handelsnaam] wordt toegekend zoals onder 3 hierna berekend; 3. dat Chemitec en Youngco als verantwoordelijke directeur op basis van hoofdelijkheid een bedrag aan gemiste commissie en of beloning dan wel schadeloos stelling in de zin van de wet, op basis van het sub 2. gevorderde over de periode 1 september 2015 tot en met 30 april 2024 ofwel 104 x (2.760,12 +2.868,65) = EUR 585.292,08 te vermeerderen met een bedrag ad EUR 11.040,48 aan vergoeding over de opzegtermijn ofwel in totaal EUR 596.432,56, te vermeerderen met 21% btw binnen 14 kalenderdagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis overmaakt op het bankrekeningnummer van [handelsnaam] te [plaatsnaam], zulks onder verstrekking van specificaties van de betalingen; 4. dat daarenboven twaalf maal het berekende gemiddeld bedrag aan maandcommissie ten titel van klantenvergoeding ofwel in totaal minimaal EUR 67.551,24 aan [handelsnaam] wordt toegekend, onder de bepaling dat Chemitec of Youngco als verantwoordelijke directeur, de één betalende de ander in zoverre gekweten, dit binnen 7 kalenderdagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis moeten hebben overgemaakt op het bankrekeningnummer van [handelsnaam] te [plaatsnaam], zulks onder verstrekking van een specificatie van de betaling; 5. een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen met ingang van de dag der dagvaarding; Meer subsidiair dat de kantonrechter bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: 1. voor recht verklaart dat (de directie van) Chemitec de agentuurovereenkomst met [handelsnaam] van 1 mei 2014 toerekenbaar niet is nagekomen dan wel onregelmatig en/of onder voorgewende/valse voorwendselen heeft opgezegd en daarom schadeplichtig is; 2. dat het bedrag van de schade(vergoeding) wordt betekend en vastgesteld in een schadestaatprocedure en dat de zaak daarnaar wordt verwezen teneinde voort te procederen; en voorts, primair, subsidiair en meer subsidiair dat de kantonrechter bepaalt A. dat Chemitec of Youngco als verantwoordelijke directeur op basis van hoofdelijkheid het contractueel verschuldigde bedrag aan vertragingsrente ad EUR 39,32 te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 18 juni 2015, binnen 14 kalenderdagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis overmaakt op het bankrekeningnummer van [handelsnaam] te [plaatsnaam]; dat Chemitec of Youngco als verantwoordelijke directeur op basis van hoofdelijkheid de buitengerechtelijke kosten ad EUR 970,50 binnen 14 kalenderdagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis, zo nodig te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de 14e dag na betekening, overmaakt op het bankrekeningnummer van [handelsnaam] te [plaatsnaam]; dat Chemitec wordt veroordeeld in de kosten van dit geding, die der eventuele deskundigen ter beoordeling van de opengelegde boeken geproduceerde documenten, eventuele nadere kosten in verband daarmee, en alle verschenen getuigen daaronder begrepen; zulks onder de bepaling dat indien de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten, in voorkomend geval (bij betekening) te verhogen, niet uiterlijk binnen 7 werkdagen na de datum van het vonnis zullen zijn bijgeschreven op de derdenrekening van de St. Beheer Derdengelden Haagse Kantoren (nr. NL71 RABO010.60.05.324), te Den Haag, ovv “proceskosten [handelsnaam]/Chemitec cs; Mr. Van den Berge”, daarover met ingang van de 8e werkdag na de datum van de betekening van het vonnis de wettelijke rente verschuldigd is. 3.2 Aan zijn vordering heeft [handelsnaam] naast bovengenoemde vaststaande feiten - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd. 3.2.1 ( De rechtsvoorganger van) [handelsnaam] heeft met Chemitec (en/of één van haar gelieerde ondernemingen) vanaf november 2013 diverse agentuurovereenkomsten gesloten, waaronder een voor bepaalde tijd, van 1 mei 2014 voor de duur van 10 jaar, met een verlengingsovereenkomst voor nog eens tien jaar. Met deze agentuurovereenkomst verbond [handelsnaam] zich om op te treden als agent voor Chemitec “uitsluitend bij nog niet kopende prospects en potentiële klanten in binnen- en buitenland’, onder meer op basis van een ‘exclusief agentschap voor het product Clarmarin 150’. Geen van beide overeenkomsten kent een tussentijdse opzeggingsmogelijkheid of een opzegtermijn. 3.2.2 [handelsnaam] heeft Brinkman als grote klant voor Chemitec binnengehaald en dit heeft uiteindelijk geleid tot een exclusieve distributieovereenkomst tussen Chemitec en Brinkman. De omzet van Clarmarin, via Brinkman, is op een gegeven moment tegengevallen omdat er een gerucht is ontstaan dat Clarmarin slijmvorming in de watersystemen onvoldoende tegengaat. Brinkman is een grondig onderzoek gestart en haar klanten gebruikten tijdelijk een ander middel. [handelsnaam] wordt, in strijd met de agentuurovereenkomst met [handelsnaam], niet op de hoogte gehouden van de aard en omvang van de problemen met Clarmarin. 3.2.3 Terwijl [handelsnaam] begin april 2015 allerlei promotionele activiteiten en acties bedenkt om de bekendheid van Clarmarin en dus de afzetmogelijkheden te vergroten, heeft Chemitec bij brief van 28 april 2015 de agentuurovereenkomst tussen partijen per 1 september 2015 opgezegd. In de brief staat dat de doelstellingen uit de agentuurovereenkomst niet gehaald zouden zijn en dat om die reden wordt opgezegd per 1 september 2015. Er wordt niets gezegd over problemen met Claramin of over een stopzetting van de samenwerking met Brinkman, terwijl Chemitec daarvoor dat had aangegeven. Uit de markt heeft [handelsnaam] vernomen dat Chemitec nog wel zaken met Brinkman doet en dat na oplossing van het probleem met Clarmarin, de leveringen van dat product aan (klanten van) Brinkman weer gewoon zijn aangetrokken. [handelsnaam] vermoedt dat Chemitec de verkoop ervan aan Brinkman liever rechtstreeks of via een andere leverancier wilde regelen, in elk geval zonder commissie aan [handelsnaam] te hoeven afstaan. 3.2.4 Chemitec heeft de agentuurovereenkomst tussen partijen opgezegd, terwijl tussentijdse opzegging niet is overeengekomen. Op grond van artikel 7:439 e.v. BW is Chemitec schadeplichtig. [handelsnaam] is ook agent voor het Chemitec-product IceMelz ecologische korrels voor gladheidsbestrijding. Hij deed dit weliswaar voor een zustermaatschappij van Chemite, CBP (eveneens dochter van Youngco), maar met het sluiten van het tienjarig (eerste) contract met Chemitec voor Clarmarin is het aanvankelijk 2-jarig contract met CBP bewust en op verzoek van [handelsnaam] en according van Chemitec, omgezet naar een contract tussen Chemitec en [handelsnaam] dat ook zag op de bemiddeling bij verkoop van IceMelz-korrels. Over de jaren 2013 en 2014 heeft [handelsnaam] een gemiddelde provisie van € 2.868,65 ex btw per maand in IceMelz. 3.2.5 [handelsnaam] heeft recht op beloning over de voorfase waarin hij zich bovenmatig maar tegen minimale beloning heeft ingespannen tot en met augustus 2015, op schadeloosstelling gelijk aan de beloning over de tijd dat de agentuurovereenkomst bij regelmatige beëindiging had behoren voort te duren en op klantenvergoeding. Voorts maakt [handelsnaam] aanspraak op misgelopen commissie. Voor de berekening van de daadwerkelijk verschuldigde commissie dient [handelsnaam] te weten wat Chemitec – al dan niet via Brinkman – daadwerkelijk met Clarmarin heeft omgezet sinds 1 mei 2014. Zowel Chemitec als Brinkman dienen daarvoor informatie aan [handelsnaam] te verschaffen. 3.2.6 Voorts maakt [handelsnaam] aanspraak op de rente van € 39,32, omdat Chemitec de factuur van 6 maart 2015 niet tijdig heeft betaald. Eveneens maakt [handelsnaam] aanspraak op de buitengerechtelijke kosten. 3.2.7 Youngco, de directie van Chemitec, valt in dit geval persoonlijk een ernstig verwijt te maken van de ontstane situatie. Youngco heeft namelijk de vennootschap vertegenwoordigd en heeft de verantwoordelijkheid genomen voor de beslissingen. Zij heeft bepaalde feiten verzwegen en onder voorgewende of valse voorwendselen de overeenkomst met [handelsnaam] voortijdig opgezegd en daarmee Chemitec schadeplichtig gemaakt. Youngco is daarmee mede aansprakelijk voor de veroorzaakte schade. 4Het verweer van Chemitec en Youngco 4.1 Chemitec en Youngco hebben de vordering betwist en hebben geconcludeerd dat [handelsnaam] daarin niet ontvankelijk moet worden verklaard, althans dat de vordering moet worden ontzegd, met veroordeling van [handelsnaam] in de kosten van de procedure, vermeerderd met de wettelijke rente alsmede in de nakosten. 4.2 Daartoe hebben zij – zakelijk en verkort weergegeven – het volgende aangevoerd. 4.2.1 Het is Youngco onduidelijk waarom zij door [handelsnaam] in deze procedure is betrokken. Youngco is de enige aandeelhouder en bevoegd bestuurder van Chemitec, maar zij is geen partij bij de overeenkomst tussen [handelsnaam] en Chemitec. Enige grondslag voor een vermeende vordering van [handelsnaam] op Youngco wordt op geen enkele manier door [handelsnaam] onderbouwd. De vordering jegens Youngco dient te worden afgewezen. Voor zover zij wel hoofdelijk aansprakelijk zou zijn, dan heeft het volgende verweer van Chemitec een op een te gelden voor Youngco. 4.2.2 De overeenkomst die Chemitec en [handelsnaam] op 1 mei 2014 hebben gesloten, kan niet worden gekwalificeerd als een agentuurovereenkomst als bedoeld in artikel 7:428 BW e.v. Wil er sprake zijn van een agentuurovereenkomst is immers vereist dat de agent namens de principaal bemiddelt in de totstandkoming van overeenkomsten tussen de principaal en de potentiële klant. In dit geval zou [handelsnaam] namens Chemitec potentiële afnemers van het product Clarmarin150 rechtstreeks moeten hebben benaderd en zou hij in opdracht en ten behoeve van Chemitec moeten hebben bemiddeld in de totstandkoming van een overeenkomst tussen deze (potentiële) afnemers en Chemitec. In werkelijkheid heeft een dergelijke bemiddeling van [handelsnaam] namens Chemitec nimmer plaatsgevonden. Er was nimmer sprake van een agentschap, er was geen sprake van structurele en seriematige bemiddeling door [handelsnaam] namens Chemitec in de totstandkoming van overeenkomsten tussen Chemitec en klanten. Brinkman nam de verkoop van het product voor haar eigen rekening. De rol van [handelsnaam] was slechts beperkt tot een ondersteunende rol bij de verkoop van het product Clarmarin. 4.2.3 Partijen zijn niet juridisch onderlegd, althans niet in die zin dat zij zich veelvuldig bezig houden met het opstellen van overeenkomsten. Bij het opstellen van de overeenkomst van 1 mei 2014 heeft geen van deze partijen zich laten bijstaan door een jurist of advocaat. Partijen hebben uit praktische overwegingen simpelweg een andere overeenkomst (die zij eerder hadden gesloten, althans door aan hen gelieerde partijen) als uitgangspunt genomen. Dit betekent echter niet dat zij de bedoeling hadden om ook in het onderhavige geval een agentuurovereenkomst te sluiten of dat zij om die reden een agentuurovereenkomst zouden hebben gesloten. Nu er geen sprake is van een agentuurovereenkomst tussen partijen, maar van een overeenkomst van opdracht is afdeling 4 van titel 7 van boek 7 BW niet van toepassing en zijn de vorderingen van [handelsnaam] tot schadevergoeding niet toewijsbaar. 4.2.4 De overeenkomst van 1 mei 2014 voorziet wel in een mogelijkheid tot tussentijdse beëindiging van de overeenkomst, zodat er geen sprake is van een onregelmatige opzegging door Chemitec. Het voortduren van de overeenkomst van 1 mei 2014 door partijen werd afhankelijk gemaakt van het behalen van een bepaalde omzet en van een evaluatie van de samenwerking. Partijen zijn immers overeengekomen dat zowel de ontwikkelingen als de voortgang van de overeenkomst door hen maandelijks zou worden geëvalueerd. Daarmee zijn partijen nadrukkelijk een tussentijdse opzeggingsmogelijkheid overeengekomen, in die zin dat de overeenkomst zou eindigen als de geprognotiseerde omzet niet werd gehaald, tenzij partijen op basis van deze (maandelijkse) evaluatie van de voortgang besloten de samenwerking voort te zetten. Zowel artikel 1 en 7 in de overeenkomst van 1 mei 2014 afzonderlijk, als de combinatie van die twee artikelen, maakt dat partijen hebben voorzien in een vorm van tussentijdse beëindiging van de overeenkomst. Hoewel partijen bij het aanpassen van de overeenkomst wel hebben nagedacht over het in stand houden van die mogelijkheid tot tussentijdse beëindiging, hebben zij geen afspraak gemaakt, over de duur van een opzegtermijn. Voor de opzegtermijn is gekeken naar de wettelijke termijn van 4 maanden, zoals bedoeld in artikel 7:437 BW. De overeenkomst is op 28 april 2015 rechtsgeldig opgezegd met inachtneming van voormelde wettelijke opzegtermijn en dus op 1 september 2015 geëindigd. 4.2.5 Indien en voor zover deze taalkundige betekenis van de bepalingen omtrent de mogelijkheid tot tussentijdse beëindiging van de overeenkomst niet in voldoende mate doorslaggevend zou zijn, wijst Chemitec er meer subsidiair op dat de hiervoor aangehaalde bepaling uitgelegd dient te worden aan de hand van de bedoeling van partijen, hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten en hun gedragingen. Dat partijen de mogelijkheid tot tussentijdse beëindiging hebben ingebouwd, is niet meer dan logisch. Voor beide partijen waren zowel het product Icemelz eco als het product Clarmarin ten tijde van het sluiten van de desbetreffende overeenkomst(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.