Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/741163-16 Parketnummer vordering TUL VV: 10-247442-11 Datum uitspraak: 19 juli 2017 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , overleden te Rotterdam op 3 mei 2017. Raadsman mr. G.A.J. Purperhart, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 juli 2017. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Ontvankelijkheid officier van justitie 3.1. Standpunt officier van justitie De officier van justitie mr. M. Luijpen heeft naar voren gebracht dat verdachte op 3 mei 2017 is overleden met als gevolg dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. 3.2. Beoordeling Nu op grond van artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht het recht tot strafvordering vervalt door de dood van de verdachte, zal de officier van justitie niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging. 3.3. Conclusie De officier van justitie is niet-ontvankelijk. 4Vordering benadeelde partij Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde] ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 2964,32 aan materiële schade en een vergoeding van € 2.500, - aan immateriële schade. 4.1. Beoordeling Gezien de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie, kan de rechtbank ook de benadeelde partij [naam benadeelde] niet ontvangen in zijn vordering. 5Bijlage De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 6Beslissing De rechtbank: verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging; verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering. Dit vonnis is gewezen door: mr. P. Putters, voorzitter, en mrs. W.J.M. Diekman en J. Bergen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1. hij op of omstreeks 08 april 2016 te Rotterdam op of aan de openbare weg, de [plaats delict] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.