← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2017:6213

Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10/993004-13 Datum uitspraak: 22 juni 2017 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , raadsman mr. A.H.J. Strak, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 8 juni

  1. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. A. Lodder heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van voorarrest. 4Waardering van het bewijs 4.
  2. Vrijspraak 4.1.
  3. Standpunt officier van justitie Aangevoerd is dat de verdachte samen met anderen onveraccijnsde sigaretten voorhanden heeft gehad. De verdachte wist van de aanwezigheid van de sigaretten in de container en de bijbehorende Bill of Lading waarop uitsluitend meloenen stonden vermeld. Verdachte heeft een wezenlijke rol gehad bij het vervoer van de container en de aflevering daarvan in de loods. De verdachte heeft de enveloppe met daarin de Bill of Lading aan medeverdachte [naam medeverdachte 1] overhandigd en deze samen met de medeverdachten [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 3] naar transportbedrijf [naam transportbedrijf] gebracht. Ook had de verdachte een telefoon tot zijn beschikking waarmee hij en de medeverdachte [naam medeverdachte 2] belden met contactpersonen in Engeland en vervoerde hij medeverdachten met de auto. 4.1.
  4. Beoordeling Zelfs indien ervan wordt uitgegaan dat de verdachte wetenschap had van het feit dat zich in de container onveraccijnsde sigaretten bevonden, kan op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting niet worden vastgesteld dat de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het ten laste gelegde feit. Er is geen wettig en overtuigend bewijs voor het (al dan niet in vereniging) voorhanden hebben van onveraccijnsde sigaretten op 16 juli 2013, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. 5Bijlage De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 6Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door: mr. M.C. Franken, voorzitter, en mrs. J. Snitker en S. Riege, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. van Puffelen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 juni
  5. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat Hij op of omstreeks 16 juli 2013, in elk geval op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 juli 2013 tot en met 16 juli 2013, te Rotterdam en/of Brielle, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk (een) accijnsgoed(eren), te weten 5.990.160 stuks, in elk geval een hoeveelheid, sigaretten zijnde (een) sigaret(ten) (een) accijnsgoed(eren) als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de accijns, voorhanden heeft gehad, zonder dat dat/die accijnsgoed(eren) overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing betrokken was/waren; zijnde de terminologie in deze tenlastelegging gebezigd in de zin van de Wet op de accijns art 5 lid 1 onder b Wet op de accijns art 97 Wet op de accijns

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.