Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/652091-16 Datum uitspraak: 17 augustus 2017 Verstek Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] , niet ingeschreven in de basisregistratie personen, zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 3 augustus 2017. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. M.A. van der Vlugt heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek van voorarrest; gevangenneming van de verdachte. 4Waardering van het bewijs Uit de bewijsmiddelen blijkt afdoende dat op 25 mei 2016 brand is ontstaan in kamer [kamernummer] van afdeling [naam afdeling] van Detentie Centrum Rotterdam toen de verdachte in die cel aanwezig was, dat de verdachte die cel alleen gebruikte en dat hij een aansteker had. De rechtbank acht ook bewezen dat de verdachte de brand opzettelijk heeft gesticht. Dit op basis van het volgende. Uit een onderzoeknotitie van de brandweer blijkt dat al het bedlinnen, de matras en gordijnen van het Detentie Centrum brandvertragend zijn behandeld. Daarin staat als conclusie dat de brand met zeer grote waarschijnlijkheid is veroorzaakt door het al dan niet opzettelijk bijbrengen van open vuur, en “Om de brandvertragende matras te laten ontbranden zal eerst de ontbrandbare omhulling moeten worden kapot gemaakt alvorens men de wel brandbare binnen vulling (schuim) kan aansteken.” Voorts heeft een getuige (detentietoezichthouder) verklaard dat hij de verdachte in de ISO heeft geplaatst en dat deze toen zei dat als hij daaruit zou komen, hij nogmaals brand zou stichten. In verband met de brand is de afdeling ontruimd, volgens de verklaring van de wachtcommandant omdat de rook een gevaar opleverde voor de overige aanwezigen. Twee-en-twintig personen zijn door de ambulance gezien, zeven zijn nader bekeken en twee zijn behandeld voor rookintoxicatie. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigt dit de conclusie dat door de brandstichting levensgevaar voor anderen te duchten was. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: hij op 25 mei 2016 te Rotterdam opzettelijk brand heeft gesticht in kamer [kamernummer] van de [naam afdeling] -vleugel van Detentiecentrum Rotterdam, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een aansteker in aanraking gebracht met een matras althans met een brandbare stof, ten gevolge waarvan brand is ontstaan en dat matras gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor op afdeling [naam afdeling] aanwezige goederen, en levensgevaar voor op afdeling [naam afdeling] aanwezige personen te duchten was. 5Strafbaarheid feit Het bewezen feit levert op: opzettelijk brand stichten terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en opzettelijk brand stichten terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar. 6Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7Motivering straf 7.1. Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 7.2. Feit waarop de straf is gebaseerd De verdachte heeft brand gesticht in zijn cel door zijn matras in de brand te steken. Die brand heeft tot een grote rookontwikkeling geleid. Vooral door de rookontwikkeling heeft men de gehele afdeling moeten ontruimen en zijn er mensen door medisch personeel behandeld voor rookvergiftiging. De verdachte heeft door de brandstichting gevaar veroorzaakt voor andere aanwezigen in het detentiecentrum. Tevens is er schade ontstaan aan (de goederen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.