vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team Handel zaaknummer / rolnummer: C/10/517291 / KG ZA 16-1484 Vonnis in kort geding van 7 februari 2017 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid IVORY & IVORY OUDERENMONDZORG B.V., gevestigd te Nieuwegein, eiseres in de hoofdzaak in conventie, tevens verweerster in de hoofdzaak in reconventie, verweerster in het incident, advocaat mr. L.S. van Dis te Utrecht, tegen 1 [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde sub 1 in de hoofdzaak in conventie, tevens eiseres in de hoofdzaak in reconventie, advocaat mr. K. Weijers te Rotterdam, en 2 [gedaagde 2] , wonende te [woonplaats gedaagde 2] , 3. [gedaagde 3], wonende te [woonplaats gedaagde 3] , 4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FRESH UNIEKE MONDZORG B.V., gevestigd te Alphen aan den Rijn, gedaagden sub 2, 3 en 4 in de hoofdzaak in conventie, eisers in het incident, advocaat mr. M.J. Sturm te Rotterdam. Partijen zullen hierna afzonderlijk Ivory, [gedaagde] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] respectievelijk Fresh genoemd worden. [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en Fresh zullen gezamenlijk worden aangeduid als Fresh c.s. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de exploten van dagvaarding van 23 december 2016, met 42 producties; de conclusie van antwoord tevens houdende reconventionele vordering ex artikel 843a Rv van [gedaagde] , met 9 producties; de conclusie van antwoord tevens houdende incidentele vordering ex artikel 843a Rv van [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en Fresh, met 11 producties; de aanvullende producties 43 tot en met 46 van Ivory; de mondelinge behandeling; de pleitnotities van Ivory; de pleitnotities van [gedaagde] ; de pleitnotities van [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en Fresh, met een incidentele vordering ex artikel 843a Rv. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Ivory is een onderdeel van een groep van vennootschappen die zich bezighoudt met tandheelkundige zorg (hierna: “de Groep”). Als zodanig richt Ivory zich op de tandheelkundige zorg voor ouderen binnen onder meer verzorgingsinstellingen. 2.2. Fresh is een vennootschap die op 24 november 2016 is opgericht. Blijkens het handelsregister heeft Fresh als activiteit de voorbereidingen tot het verrichten van activiteiten en het verlenen van (mobiele) diensten op het gebied van de tandheelkunde en mondzorg voor specifieke doelgroepen (zoals bijvoorbeeld bewoners van woonzorgcentra, GGZ-instellingen, TBS-klinieken en verslavingsinstellingen). 2.3. [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zijn de middellijke bestuurders van Fresh. 2.4. [gedaagde] is op 1 november 2011 in dienst getreden bij Ivory. Laatstelijk bekleedde zij de functie van manager. Artikel 17 van de arbeidsovereenkomst bevat een geheimhoudingsbeding dat als volgt luidt: “1. Het is de werknemer verboden zowel gedurende als na afloop van het dienstverband op enigerlei wijze aan derden mededeling te doen omtrent alle bijzonderheden betreffende of verband houdende met het bedrijf van werkgever of daarmee verband houdende inclusief diens relaties, ongeacht de wijze waarop de bijzonderheid omtrent het bedrijf van werkgever of diens relaties hem ter ore is gekomen. 2. Per overtreding van artikel 17 lid 1 van deze overeenkomst verbeurt werknemer ten gunste van werkgever een onmiddellijk opeisbare boete van € 250,= per overtreding en per dag waarop de overtreding voort duurt. Deze boete wordt opeisbaar zodra de overtreding plaats vindt en duurt voort zonder dat voorafgaande ingebrekestelling noodzakelijk is. Werkgever is gerechtigd bij overtreding van artikel 17 lid 1 met directe ingang de arbeidsovereenkomst te beëindigen.” 2.5. Op 28 september 2016 is [gedaagde] door Ivory op de hoogte gesteld van lopende onderhandelingen over de overname van de Groep door Dental Clinics. Omtrent deze onderhandelingen heeft [gedaagde] op die dag een aparte geheimhoudingsverklaring ondertekend. 2.6. Op 21 november 2016 heeft [gedaagde] de arbeidsovereenkomst tussen partijen opgezegd. 2.7. Vanwege vermoedens dat [gedaagde] gedurende haar dienstverband concurrerende activiteiten ontplooit en daarbij inbreuk maakt op het duurzaam bedrijfsdebiet van Ivory, heeft Ivory een nader onderzoek ingesteld en is [gedaagde] , hangende het onderzoek, op 1 december 2016 op non-actief gesteld. Bij brief van 16 december 2016 is [gedaagde] door Ivory op staande voet ontslagen. 2.8. Met ingang van januari 2017 is [gedaagde] in dienst getreden bij Fresh. 3Het geschil in de hoofdzaak in conventie 3.1. Ivory vordert – samengevat en na eiswijziging ter zitting – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: A. gedaagden te verbieden zakelijke betrekkingen aan te gaan of te onderhouden, al dan niet voor zichzelf dan wel in dienst van, ten behoeve van of op welke wijze van samenwerking dan ook, met klanten en prospects van Ivory, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom; B. te verbieden dat [gedaagde] een zakelijke relatie, waaronder begrepen maar niet beperkt tot een arbeidsovereenkomst, een overeenkomst van opdracht of een (personen)vennootschap, aangaat of onderhoudt met een van de overige gedaagden, dan wel met enige vennootschap of onderneming die aan hen gelieerd is, waaronder dient te worden begrepen het (middellijk) bezit van geplaatst aandelenkapitaal of (middellijk) bestuurderschap, of daarmee samenwerkt, gedurende één jaar na de datum van het te wijzen vonnis, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom; C. gedaagden te verbieden om een zakelijke relatie, waaronder begrepen maar niet beperkt tot een arbeidsovereenkomst, een overeenkomst van opdracht of een (personen)vennootschap, al dan niet middellijk, aan te gaan of te onderhouden met een persoon die minder dan een jaar geleden, te meten vanaf de datum van het te wijzen vonnis, nog in dienst was bij Ivory, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom; D. gedaagden te veroordelen alle informatie met betrekking tot de onderneming van Ivory, welke zij onder zich hebben, te kopiëren en te retourneren aan Ivory, en deze informatie te vernietigen op een zodanige wijze dat zij deze in de toekomst niet meer kunnen raadplegen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom; E. gedaagden te veroordelen de volgende informatie te verstrekken: - alle communicatie tussen [gedaagde] enerzijds en Fresh, [gedaagde 2] en/of [gedaagde 3] anderzijds in de periode van 1 juni 2016 tot en met heden; - alle communicatie van [gedaagde] , Fresh, [gedaagde 3] en/of [gedaagde 2] met klanten en/of prospects van Ivory, waaronder in ieder geval: Leger des Heils, Huis ter Leede, Zorggroep Almere, Vecht en IJssel, Woonzorgcentra Haaglanden en Bartholemeus, dan wel medewerkers of anderszins vertegenwoordigers van deze partijen in de periode van 1 juni 2016 tot en met heden; - alle communicatie van [gedaagde] , Fresh, [gedaagde 3] en [gedaagde 2] handelend over de hiervoor genoemde klanten en/of prospects, alsmede over Ivory in de periode van 1 juni 2016 tot en met heden; zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom; F. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een voorschot op de door haar verbeurde boetes ter zake het door haar geschonden geheimhoudingsbeding ad € 50.000,-; G. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, inclusief de nakosten. 3.2. Aan de vorderingen heeft Ivory het volgende ten grondslag gelegd. Door tijdens het dienstverband, met behulp van vertrouwelijke gegevens en know-how van Ivory, een concurrerende onderneming (Fresh) op te zetten en klanten, prospects en medewerkers van Ivory te bewegen om met haar over te stappen naar Fresh, heeft [gedaagde] op onrechtmatige wijze Ivory beconcurreerd. Daarbij heeft [gedaagde] in strijd met de op haar rustende geheimhoudingsverplichting volledig inzicht gegeven in de operationele en financiële bedrijfsvoering van Ivory aan Fresh, waardoor zij op grond van artikel 17 lid 2 van de arbeidsovereenkomst een boete heeft verbeurd. Ook Fresh c.s. hebben onrechtmatig jegens Ivory gehandeld, doordat zij willens en wetens hebben geprofiteerd van de onrechtmatige daad van [gedaagde] in de wetenschap dat Ivory hierdoor schade zou lijden. Ter onderbouwing van haar stellingen heeft Ivory verwezen naar de door haar overgelegde whatsapp-gesprekken en e-mail correspondentie die zij op de telefoon, zakelijke mail en hotmail van [gedaagde] heeft achterhaald. Teneinde haar duurzaam bedrijfsdebiet te beschermen tegen verdere onrechtmatige concurrentie door gedaagden, heeft Ivory een spoedeisend belang bij haar vorderingen. 3.3. [gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vorderingen en geconcludeerd tot afwijzing daarvan. Zij heeft betwist dat zij onrechtmatig heeft gehandeld jegens Ivory en dat zij het geheimhoudingsbeding heeft overtreden. Verzocht wordt de door Ivory overgelegde whatsapp-correspondentie en hotmail-correspondentie buiten beschouwing te laten, nu deze vanwege de zeer ernstige schending van de privacy van [gedaagde] door Ivory – middels het hacken van de account van [gedaagde] bij Facebook, Gmail en hotmail – op onrechtmatige wijze zijn verkregen. 3.4. Fresh c.s. hebben gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vorderingen en geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring dan wel ontzegging van Ivory in haar vorderingen, met veroordeling – uitvoerbaar bij voorraad – van Ivory in de kosten van het geding, te vermeerderen met nakosten en rente. Aangezien er geen sprake is van onrechtmatige concurrentie door [gedaagde] , kunnen Fresh c.s. niet onrechtmatig hebben gehandeld jegens Ivory. in reconventie 3.5. [gedaagde] vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Ivory te veroordelen om binnen 48 uur na dit vonnis: 1. [gedaagde] , al dan niet door afgifte van digitale kopieën (op een USB stick), vrijelijk inzage te verschaffen in: de volledige e-mailcorrespondentie die [gedaagde] vanuit haar zakelijke e-mailadres bij Ivory heeft gewisseld met [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] van Dental Clinics in de periode tussen 28 september 2016 en 1 december 2016; de volledige e-mailcorrespondentie die [gedaagde] vanuit haar zakelijke e-mailadres bij Ivory heeft gewisseld met [persoon 4] en [persoon 5] van Ivory in de periode tussen 28 september 2016 en 1 december 2016; de volledige e-mailcorrespondentie die [gedaagde] vanuit haar zakelijke e-mailadres bij Ivory heeft gewisseld met [persoon 6] van [bedrijf 1] management consulting in de periode tussen 28 september 2016 en 1 december 2016; alle volledige whatsapp-gesprekken zoals die op 1 december 2016 op haar mobiele telefoon waren opgeslagen; 2. [gedaagde] in het bezit te stellen van de door Ivory gewijzigde wachtwoorden van haar Facebook en Gmail account opdat deze weer voor haar toegankelijk worden; een en ander op verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag voor iedere dag dat Ivory in gebreke blijft aan dit vonnis te voldoen, met een maximum van € 250.000,-. 3.6. [gedaagde] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij de gevraagde stukken nodig heeft om zich in de redelijkerwijs te verwachten bodemprocedure op deugdelijke wijze te kunnen verweren tegen alle aantijging van Ivory. In het bijzonder wenst zij met de stukken onder 1a. t/m c. aan te tonen dat haar toekomst en die van het product mobiele ouderenzorg uiterst onzeker waren geworden bij Ivory. 3.7. Ivory heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vorderingen en geconcludeerd tot afwijzing daarvan. [gedaagde] heeft geen enkel rechtmatig belang bij de verlangde informatie en verkeert ook niet in bewijsnood. in conventie en in reconventie 3.8. Op de nadere stellingen van partijen zal, voor zover van belang, hierna worden ingegaan. 4Het geschil in het incident 4.1. Fresh c.s. vorderen – samengevat – bij provisioneel vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Ivory te veroordelen om aan Fresh c.s. een afschrift te verstrekken van: de volledige e-mailcorrespondentie die [gedaagde] vanuit haar zakelijke e-mailadres bij Ivory heeft gewisseld met [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] van Dental Clinics in de periode tussen 28 september 2016 en 1 december 2016; de volledige e-mailcorrespondentie die [gedaagde] vanuit haar zakelijke e-mailadres bij Ivory heeft gewisseld met [persoon 4] en [persoon 5] van Ivory in de periode tussen 28 september 2016 en 1 december 2016; de volledige e-mailcorrespondentie die [gedaagde] vanuit haar zakelijke e-mailadres bij Ivory heeft gewisseld met [persoon 6] van [bedrijf 1] management consulting in de periode tussen 28 september 2016 en 1 december 2016; e transactiedocumentatie met betrekking tot de overname door Dental Clinics, alle correspondentie die in het kader van deze transactie tussen Ivory is gewisseld waarbij gesproken is over de ouderenzorg en het due diligence rapport voor zover dit ziet op de ouderenmondzorg; een en ander met veroordeling van Ivory in de kosten van het incident. 4.2. Fresh c.s. hebben aan hun vordering ten grondslag gelegd dat zij de gevraagde stukken nodig hebben om het ongelijke speelveld ten aanzien van de bewijsmogelijkheden recht te trekken. Het verzoek houdt verband met het standpunt dat Dental Clinics niet de intentie heeft om de ouderenmondzorg voort te zetten. 4.3. Ivory heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vorderingen en geconcludeerd tot afwijzing daarvan. Fresh c.s. hebben geen enkel rechtmatig belang bij de verlangde informatie en verkeren ook niet in bewijsnood. Bovendien zijn zij geen partij (geweest) bij de rechtsbetrekking waarop de gevraagde stukken betrekking hebben en hebben zij geen recht op afgifte van de verlangde stukken. 4.4. Op de nadere stellingen van partijen zal, voor zover van belang, hierna worden ingegaan. 5De beoordeling in de hoofdzaak In conventie 5.1. De spoedeisendheid vloeit voort uit de aard van de zaak. 5.2. In het kader van het geschil over de vraag of [gedaagde] zich schuldig maakt dan wel heeft gemaakt aan onrechtmatige concurrentie jegens Ivory, heeft [gedaagde] allereerst aangevoerd dat de door Ivory overgelegde whatsapp-correspondentie en hotmail-correspondentie als onrechtmatig verkregen bewijs buiten beschouwing dienen te worden gelaten. 5.3. De vraag naar de rechtmatigheid van het bewijs is een voorvraag die moet worden beantwoord alvorens een antwoord kan worden gegeven op de vraag of het bewijs wel of niet tot de procedure kan worden toegelaten. Uit de rechtspraak volgt dat een inbreuk op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in beginsel een onrechtmatige daad oplevert, maar dat de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond aan een inbreuk het onrechtmatige karakter kan ontnemen. Of zulk een rechtvaardigingsgrond zich voordoet, kan slechts worden beoordeeld in het licht van de omstandigheden van het geval door tegen elkaar af te wegen enerzijds de ernst van de inbreuk op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en anderzijds de belangen die met de inbreuk makende handelingen redelijkerwijs kunnen worden gediend (HR 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9609). Uit de stukken komt naar voren dat bij Ivory voor het eerst het vermoeden rees dat [gedaagde] mogelijk concurrerend bezig was toen Ivory erachter kwam dat [gedaagde] een sollicitant die bij Ivory ‘on hold’ was gezet, had doorverwezen naar Fresh. Naar aanleiding daarvan heeft Ivory de zakelijke e-mail van [gedaagde] ingezien, waaruit onder meer bleek dat [gedaagde] op 4 oktober 2016 een aanzienlijke hoeveelheid documenten van Ivory naar haar hotmail-adres had gestuurd. Daarop is [gedaagde] op 1 december 2016 op non-actief gesteld en is haar zakelijke laptop en telefoon, die zij ook privé gebruikte, ingenomen door Ivory. Aangenomen wordt dat Ivory vervolgens via de ingenomen telefoon toegang heeft verkregen tot de thans overgelegde whatsapp- en hotmailcorrespondentie van [gedaagde] . Nu whatsapp en hotmail tot de privé-domein van [gedaagde] behoren, heeft Ivory door zich daarin toegang te verschaffen zonder instemming van [gedaagde] zonder meer inbreuk gemaakt op haar recht op privacy (artikel 8 EVRM). Deze inbreuk is dermate ernstig, te meer nu [gedaagde] als gevolg daarvan zelf geen toegang meer had tot haar whatsapp en hotmail, dat het belang van Ivory bij de inbreuk, namelijk het achterhalen hoe ver de concurrerende activiteiten van [gedaagde] reiken, onvoldoende is om de ernst van de inbreuk te rechtvaardigen. Er is dan ook sprake van onrechtmatig verkregen bewijs. 5.4. Vervolgens komt aan de orde de vraag of het bewijs al dan niet wordt toegelaten. Daarbij heeft te gelden dat, gelet op de vrije bewijsleer zoals neergelegd in artikel 152 Rv, ook in het geval van onrechtmatig verkregen bewijs niet als algemene regel geldt dat de rechter daarop geen acht mag slaan. In beginsel wegen het algemene maatschappelijke belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, alsmede het belang dat partijen erbij hebben hun stellingen in rechte aannemelijk te kunnen maken, zwaarder dan het belang van uitsluiting van bewijs. Slechts indien sprake is van bijkomende omstandigheden, is uitsluiting van dat bewijs gerechtvaardigd (HR 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:942). Het enkele feit dat Ivory inbreuk heeft gemaakt op de privacy van [gedaagde] , hoe ernstig ook, is onvoldoende om het overgelegde bewijs uit te sluiten. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden vereist. Die zijn gesteld noch gebleken. Dat leidt ertoe dat het onrechtmatig verkregen bewijs in de procedure wordt toegelaten als bewijsmiddel. 5.5. Voor de beoordeling of sprake is van onrechtmatige concurrentie, neemt de voorzieningenrechter tot uitgangspunt dat het een ex-werknemer, die in zijn handelen niet beperkt wordt door een relatie- of concurrentiebeding, zoals in casu het geval, in beginsel vrijstaat zijn voormalige werkgever te beconcurreren. Volgens vaste rechtspraak (sinds het arrest van HR 9 december 1955, NJ 1956, 157, Boogaard/Vesta) is van ongeoorloofde concurrentie in beginsel dan ook eerst sprake wanneer voldaan is aan drie vereisten, te weten
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.