Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/731056-17 Datum uitspraak: 17 december 2018 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , raadsman mr. P. Groenhuis, advocaat te Breda. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 21, 23 en 26 november 2018. Het onderzoek is gesloten op 17 december 2018. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. A.I.M.M. Gudde heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest; opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis bij de uitspraak van het vonnis. 4Waardering van het bewijs 4.1. Bewijswaardering 4.1.1. Standpunt verdediging Aangevoerd is dat de verdachte niet meer dan zijdelings betrokken is geraakt bij de overdracht van wapens. Er zijn op een drietal momenten wapens overgedragen, te weten op 28 juni 2017, 6 juli 2017 en op 18 juli 2017. De verdachte heeft een hobbycafé bij zijn woning. De zoon van de verdachte heeft zijn vuurwapen in dat café op 28 juni 2017 verkocht aan [naam verbalisant] . De verdachte zag zichzelf daarmee geconfronteerd toen hij binnen kwam in het café. Op de andere twee dagen heeft medeverdachte [naam medeverdachte 1] vooraf wapens neergelegd bij het café om het te doen voorkomen alsof hij een belangrijke bemiddelaar is met gewichtige contacten in de onderwereld. De verdachte is slechts aanwezig geweest in zijn hobbycafé op het moment dat de vuurwapens werden overgedragen. Dat hij zich niet heeft gedistantieerd op die momenten levert geen bijdrage van voldoende gewicht op om een veroordeling op te kunnen baseren. De verdachte dient te worden vrijgesproken. 4.1.2. Beoordeling De rechtbank overweegt als volgt. Uit de verslaglegging van [naam verbalisant] in zijn processen-verbaal blijkt dat de verdachte wapens heeft verkocht aan [naam verbalisant] op 28 juni 2017, 6 juli 2017 en op 18 juli 2017. De verdediging heeft vraagtekens gezet bij de processen-verbaal van [naam verbalisant] en erop gewezen dat de verdachte en [naam verbalisant] elkaar niet verstonden. Medeverdachte [naam medeverdachte 1] is als tolk opgetreden. Hij is echter geen beëdigde en onpartijdige tolk. [naam medeverdachte 1] had er belang bij om zichzelf in een positief daglicht te stellen. De processen-verbaal van [naam verbalisant] zijn op de vertalingen van medeverdachte [naam medeverdachte 1] gebaseerd, waardoor zij geen betrouwbare weergave van de werkelijkheid zijn. Zij kunnen daardoor - aldus de verdediging - niet voor het bewijs worden gebruikt. Ten aanzien van de eerste overdracht geldt dat de zoon van de verdachte, [naam medeverdachte 2] , heeft verklaard dat het zijn eigen wapen was dat hij heeft verkocht, en dat hij alleen heeft gehandeld. De rechtbank overweegt dat uit de processen-verbaal van [naam verbalisant] blijkt dat de verdachte ten aanzien van de eerste overdracht heeft samengewerkt met zijn zoon. Uit het dossier kan worden afgeleid dat vader en zoon ook met verdachte [naam medeverdachte 1] hebben samengewerkt. De rechtbank gaat voorbij aan de verklaringen van [naam medeverdachte 2] als hij verklaart dat hij de CZ100 alleen heeft verkocht en de verklaring van de verdachte als hij verklaart dat hij slechts toevallig binnenliep in het café toen het vuurwapen werd verkocht. Beide verklaringen worden weersproken door de processen-verbaal van [naam verbalisant] en de rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid van de inhoud van die processen-verbaal te twijfelen. Daarbij merkt de rechtbank op dat dit relaas niet alleen stoelt op de vertaling van medeverdachte [naam medeverdachte 1] . [naam verbalisant] beschrijft ook handelingen van onder meer de verdachte die hij zelf waarneemt. Die handelingen passen in het relaas zoals dat is beschreven. Het is niet aannemelijk geworden dat verdachte [naam medeverdachte 1] zijn vertaling heeft verdraaid om zichzelf anders te presenteren. De processen-verbaal van [naam verbalisant] kunnen voor het bewijs worden gebruikt. De rechtbank is van oordeel dat evenmin aannemelijk is geworden dat medeverdachte [naam medeverdachte 1] de wapens die op 6 en 18 juli 2017 zijn overgedragen vooraf heeft neergelegd bij de verdachte met de bedoeling om [naam verbalisant] ervan te kunnen overtuigen dat hij gewichtige contacten in de onderwereld heeft. Uit het relaas van [naam verbalisant] blijkt dat hij de verdachte op de monitoren in de garage heeft zien komen aanrijden op 6 juli 2017, waarbij de verdachte iets uit de kofferbak van zijn auto pakte en kort daarna de bar binnenliep en een stoffen zak met daarin twee vuurwapens neerlegde. Deze waarneming valt niet te rijmen met de verklaring van de verdachte. Ook van belang in dat verband is dat de verdachte op 6 juli 2017, als [naam verbalisant] probeert iets van de prijs af te krijgen, zeer snel kan beschikken over extra munitie. De verdediging heeft bepleit dat uit het feit dat de verdachte uit zijn eigen zak oude briefjes van vijftig euro omwisselde voor nieuwe biljetten van vijftig euro kan worden afgeleid dat het aankoopbedrag niet voor de verdachte bestemd was, maar voor medeverdachte [naam medeverdachte 1] . De rechtbank volgt de verdachte niet hierin. Uit het relaas van [naam verbalisant] blijkt dat de verdachte – en hij alleen – zich bezig hield met de ontvangst van de betaling voor de verschillende wapenoverdrachten. Alle keren telde hij het geld. Uit niets blijkt dat hij de aankoopbedragen voor [naam medeverdachte 1] incasseerde. Het feit dat hij een bijzondere belangstelling toonde voor nieuwe briefjes van € 50,- en een aantal daarvan inwisselde voor oude briefjes maakt dit niet anders. Op basis van de processen-verbaal van [naam verbalisant] over de overdrachten die plaatsvonden op 6 en 18 juli 2017 stelt de rechtbank vast dat de verdachte die wapens heeft verkocht. Verdachte [naam medeverdachte 1] heeft daarbij samengewerkt met de verdachte. [naam medeverdachte 1] was namelijk steeds op de hoogte van de huidige voorraad van de verdachte en hij wist ook de verkoopprijs steeds aan [naam verbalisant] te melden. 4.1.3. Conclusie Bewezen is dat de verdachte zich in de ten laste gelegde periode schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging met anderen overdragen van vuurwapens en munitie. 4.2. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: hij op meer tijdstippen in de periode van 28 juni 2017 tot en met 18 juli 2017 te Sint Willebrord, tezamen en in vereniging met anderen, wapens van categorie III, te weten - een vuurwapen (centraalvuur pistool, merk Walther, model P38, kaliber 9
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.