← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2018:1076

Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/960284-17 Datum uitspraak: 8 februari 2018 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , raadsvrouw mr. T. Fuchs, advocaat te Amsterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 25 januari

  1. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. Chr. Nij Bijvank heeft gevorderd: bewezenverklaring van het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uur met aftrek van voorarrest, waarvan 60 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering en een meldplicht. 4Waardering van het bewijs 4.
  2. Bewezenverklaring zonder nadere motivering Het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.
  3. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
  4. hij op of omstreeks 16 oktober 2017 te Utrecht, opzettelijk aanwezig heeft gehad, -21, XTC-tabletten/MDMA, bevattende 3,4-methyleendioxymethamfetamine, en -1,65 gram cocaïne, allen zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet
  5. hij op of omstreeks 16 oktober 2017 te Utrecht, opzettelijk aanwezig heeft gehad 65,2 gram, van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), een middel als bedoeld de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 5Strafbaarheid feiten De bewezen feiten leveren op: 1Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10, derde lid, van de Opiumwet; 2Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 11, tweede lid, van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar. 6Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7Motivering straf 7.
  6. Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden en de draagkracht van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 7.
  7. Feiten waarop de straf is gebaseerd De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in zijn woning aanwezig hebben van cocaïne, MDMA pillen en hennep. Het is algemeen bekend dat die verdovende middelen schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers van deze middelen. Bovendien bekostigen gebruikers hun drugsgebruik vaak door diefstal of ander crimineel gedrag, waardoor schade en overlast wordt toegebracht aan anderen. 7.
  8. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte 7.3.
  9. Strafblad De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 januari 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. 7.3.
  10. Rapportages Reclassering Nederland heeft een brief opgesteld, gedateerd 15 januari 2018, inhoudende een retourzending van de opdracht voor het opstellen van reclasseringsadvies. De verdachte heeft geen gehoor gegeven aan de uitnodigingen van de reclassering voor een gesprek. Gelet hierop heeft de reclassering geen advies kunnen uitbrengen. 7.
  11. Conclusies van de rechtbank Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. Gezien de ernst van de feiten zal de rechtbank een taakstraf van na te noemen duur opleggen. De rechtbank zoekt daarbij aansluiting bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS en komt daarom tot een lagere straf dan door de officier is gevorderd. De verdediging heeft bepleit met oplegging van een taakstraf te volstaan. De verdediging heeft daarbij opgemerkt dat de verdachte reeds in een vrijwillig kader wordt begeleid door het buurtteam, waaraan de verdachte zijn volledige medewerking verleent. Gelet hierop is een voorwaardelijk strafdeel met daaraan gekoppeld een proeftijd en begeleiding door de reclassering niet nodig. Subsidiair is een proeftijd van één jaar bepleit. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verdachte, naast de begeleiding vanuit het buurtteam, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden ook gebaat is bij (extra) ondersteuning en begeleiding door de reclassering. De rechtbank gaat ervan uit dat de reclassering bij de uitvoering van het toezicht in overleg zal treden met het buurtteam, om de noodzakelijke begeleiding op elkaar af te stemmen. De rechtbank zal daarom een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet in de hoeveelheid drugs die de verdachte voorhanden had, geen aanleiding een kortere proeftijd dan 2 jaar op te leggen. Het verweer wordt verworpen. 8In beslag genomen voorwerpen 8.
  12. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd de in beslaggenomen wapens en drugs, zoals opgenomen onder de punten
  13. tot en met
  14. op de beslaglijst, te onttrekken aan het verkeer. 8.
  15. Standpunt verdediging De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen. 8.
  16. Beoordeling De volgende in beslag genomen goederen zullen worden onttrokken aan het verkeer, nu het ongecontroleerde bezig daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang:
  17. STK Vuurwerk HEO11.01.01.002 LEFC917022-420418 Cobra
  18. 1.00 STK Vuurwerk HEO11.01.01.004 LEFC917022 420420 knalpatroon
  19. 1.00 STK Wapen HE.011.01.03.006 / LEFC917022 420426 knipmes groen
  20. 1.00 STK Drugs HE.011.01.04.001 XTC pillen roze oranje geel
  21. 1.00 STK Drugs HEO11.0l.04.002 Hasj zakjes
  22. 1.00 STK Drugs HEO11.01.04.003 wikkels met poeder
  23. 1.00 STK Drugs HEO11.01.04.004 pipet met verm verdovende middelen. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet. 10Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis. 11Beslissing De rechtbank: verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan; bepaalt dat van deze taakstraf een gedeelte, groot 40 (veertig) uren niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 (twee) jaar, na te melden voorwaarden overtreedt; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 36 (zesendertig) uren te verrichten taakstraf resteert; beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 18 dagen; stelt als algemene voorwaarden: de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken; de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden; de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; stelt als bijzondere voorwaarde:
  24. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt; geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:- verklaart onttrokken aan het verkeer:
  25. STK Vuurwerk HEO11.01.01.002 LEFC917022-420418 Cobra
  26. 1.00 STK Vuurwerk HEO11.01.01.004 LEFC917022 420420 knalpatroon
  27. 1.00 STK Wapen HE.011.01.03.006 / LEFC917022 420426 knipmes groen
  28. 1.00 STK Drugs HE.011.01.04.001 XTC pillen roze oranje geel
  29. 1.00 STK Drugs HEO11.0l.04.002 Hasj zakjes
  30. 1.00 STK Drugs HEO11.01.04.003 wikkels met poeder
  31. 1.00 STK Drugs HEO11.01.04.004 pipet met verdovende middelen. heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, dat bij eerdere beslissing is geschorst. Dit vonnis is gewezen door: mr. L. Feraaune, voorzitter, en mrs. J. van Dort en J. Fransen, rechters, in tegenwoordigheid van V.E. Scholtens, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 februari
  32. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
  33. Hij op of omstreeks 16 oktober 2017 te Utrecht, althans in Nederland opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, althans opzettelijk aanwezig gehad, -21, althans een of meer XTC-tabletten/MDMA, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3,4-methyleendioxymethamfetamine, althans MDMA, en/of -1,65 gram cocaïne, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne allen zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet art 2 ahf/ond C Opiumwet art 10 lid 3 Opiumwet
  34. Hij op of omstreeks 16 oktober 2017 te Utrecht, althans in Nederland, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig gehad 65,2 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram, van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hajiesj, een middel als bedoeld de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet art 3 ahf/ond C Opiumwet art 11 lid 2 Opiumwet

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.