Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/660099-18 Parketnummer ter informatie bijgevoegde zaak: 10/652050-18 Datum uitspraak: 20 december 2018 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zuid-Oost, locatie Ter Peel, raadsvrouw mr. K.R. Koopman, advocaat te Zeist. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 6 december 2018. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. C.J.A. de Bruijn heeft gevorderd: bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 15 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek van voorarrest. 4Waardering van het bewijs 4.1. Inleiding In dit strafdossier heeft de officier van justitie een aantal strafbare feiten opgenomen. In de meeste zaken is sprake van een diefstal of een poging daartoe, waarbij het slachtoffer veelal zeer bejaarde mannen en vrouwen zijn. De officier van justitie verdenkt de verdachte en haar medeverdachte [naam medeverdachte] (in wiens strafzaak eveneens heden uitspraak wordt gedaan; hierna ook: de medeverdachte) ervan dat zij betrokken zijn bij een aantal van deze soortgelijke feiten. De rechtbank dient in deze strafzaak daarom twee vragen te beantwoorden: a. zijn deze strafbare feiten gepleegd door dezelfde dader(s)? b. is/zijn de verdachte(
(4)jaar; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1], wonende te Rotterdam, te betalen een bedrag van € 4.250,- (zegge: vierduizend tweehonderdenvijftig euro), bestaande uit € 3.750,- aan materiële schade en € 500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 december 2016 tot aan de dag der algehele voldoening; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.250,- (zegge: vierduizend tweehonderdenvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 december 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 4.250,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 52 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op; veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader, aldus dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2], wonende te Rotterdam, te betalen een bedrag van € 1.907,- (zegge: éénduizendnegenhonderdenzeven euro), bestaande uit € 907,- aan materiële schade en € 1.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 2 juli 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 2] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen € 1.907,- (hoofdsom, zegge: negentienhonderd en zeven euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 1.907,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 29 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door haar mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader, aldus dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 3] , via haar gemachtigde mevrouw [naam 4] werkzaam bij Achmea Rechtsbijstand te Apeldoorn, te betalen een bedrag van € 16.143,33 (zegge: zestienduizend éénhonderddrieenveertig euro en drieendertig cent), bestaande uit € 15.743,33 aan materiële schade en € 400,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 3] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 16.143,33 (zegge: zestienduizend éénhonderddrieenveertig euro en drieendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 24.105,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 115 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door haar mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 4], wonende te Krimpen aan den IJssel te betalen een bedrag van € 750,- (zegge: zevenhonderdenvijftig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 september 2014 tot aan de dag der algehele voldoening; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 750,- (zegge: zevenhonderdenvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 september 20114 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 750,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 15 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op. Dit vonnis is gewezen door: mr. J.J. Bade, voorzitter, en mrs. W.A.F. Damen en F.A. Groeneveld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Koreneef, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat te tekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1. (Parketnummer 660099-18 - Zaak [naam zaak 1] ) zij op of omstreeks 01 december 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres delict 1] heeft weggenomen een kluis (met daarin een bedrag van 5.000 euro of daaromtrent), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s); (art 310 Wetboek van Strafrecht) 2. (Parketnummer 660099-18 - Zaak [naam zaak 2] ) zij op of omstreeks 13 mei 2017 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan het [adres delict 2] heeft weggenomen een geldbedrag (80 euro of daaromtrent), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededaders; (art 310 Wetboek van Strafrecht) 3. (Parketnummer 660099-18 - Zaak [naam zaak 3] ) zij of omstreeks 02 juli 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres delict 3] , heeft weggenomen een rollator en/of een sprei en/of een kluis met inhoud (waaronder diploma's en/of verzekeringspapieren en/of oorbellen en/of oude munten), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s); (art 310 Wetboek van Strafrecht) 4. (Parketnummer 660099-18 - Zaak [naam zaak 4] ) zij op of omstreeks 03 juni 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres delict 4] heeft weggenomen één of meer geldbedrag(
- en)(totaal 8250,00 euro of daaromtrent) en/of een geldkistje en/of één of meer juwelen/siera(a)den, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), waarbij verdachte en/of haar mededader(
- s)zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht) 5. (Parketnummer: 662077-18) zij op of omstreeks 14 maart 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in/uit een woning gelegen aan de [adres delict 5] , een portefeuille en/of (daarin) geld (250 euro of daaromtrent), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(
- s)toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 5] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht) 6. (Parketnummer: 732037-18) zij op of omstreeks 20 januari 2018 te Axel, gemeente Terneuzen, een portemonnee, met daarin (onder meer) een rijbewijs en/of één of meer bankpas(sen), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 14] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; (art 310 Wetboek van Strafrecht) 7. (Parketnummer: 732037-18) zij op of omstreeks 20 januari 2018 te Axel, gemeente Terneuzen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening meermalen, althans éénmaal, (telkens) in/uit (een) geldautoma(a)t(
- en)heeft weggenomen één of meer geldbedrag(
- en)(totaal 1200 euro of daaromtrent), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 14] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan haar, verdachte, zulks nadat zij, verdachte, die/dat weg te nemen geldbedrag(
- en)onder haar bereik had gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door met behulp van een (gestolen) bankpas en de bijbehorende pincode, toebehorende aan die [naam slachtoffer 14] , zijnde een sleutel tot het gebruik waarvan zij, verdachte, niet gerechtigd was, (meermalen) geld uit die geldautoma(a)t(
- en)te halen; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht) 8. (Parketnummer 662052-18) zij op of omstreeks 15 mei 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres delict 6] heeft weggenomen twee, althans één of meer, gouden armband(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 6] (87 jaar), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededaders; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht) 9. (Parketnummer: 662052-18) zij op of omstreeks 15 mei 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres delict 7] heeft weggenomen twee, althans één of meer, gouden manchetkno(o)p(
- en)en/of 600 euro, althans een geldbedrag, en/of een gouden tientje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 7] (97 jaar), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededaders; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht) 10. (Parketnummer: 662052-18) zij op of omstreeks 22 mei 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres delict 8] heeft weggenomen vijf, althans één of meer tas(sen) en/of één of meer siera(a)d(
- en)en/of (een) geldbedrag(
- en)van 6000 euro en/of 250 Turkse liras, in elk geval enig goed/geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 8] en/of [naam slachtoffer 9] (95 jaar), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededaders; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht) 11. (Parketnummer: 662062-18) zij op of omstreeks 23 oktober 2014 te Breskens, gemeente Sluis, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres delict 9] heeft weggenomen een bankpas en/of 810 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 10] (88 jaar), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s); (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht) 12. (Parketnummer: 662062-18) zij op of omstreeks 23 oktober 2014 te Breskens, gemeente Sluis, althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam slachtoffer 11] (88 jaar) te bewegen tot de afgifte van een bankpas en/of een geldbedrag, in elk geval van enig goed, met vorenomschreven oogmerk –zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid met een of meer van haar mededader(s), althans alleen, zich heeft voorgedaan als arts/verpleegster en/of (vervolgens) onderzoekshandelingen heeft verricht en/of (vervolgens) die [naam slachtoffer 11] heeft medegedeeld dat hij voor de betreffende handelingen moest betalen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht) 13. (Parketnummer: 662062-18) zij op of omstreeks 23 oktober 2014 te Breskens, gemeente Sluis, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning weg te nemen geld en/of goederen van haar/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 12] (87 jaar), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), als volgt heeft gehandeld: hebbende zij, verdachte, zich voorgedaan als verpleegster en/of (vervolgens) in de badkamer de voeten van die [naam slachtoffer 12] gezalfd, terwijl haar mededader(
- s)één of meer kast(
- en)in de woon- en/of slaapkamer heeft/hebben geopend en/of de gordijnen in de woonkamer heeft/hebben gesloten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht) 14. (Parketnummer: 662062-18) zij op of omstreeks 12 september 2014 te Krimpen aan den IJssel met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening vanaf een bankrekening (door te pinnen) heeft weggenomen 1000 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 13] (63 jaar), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder haar bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas op naam van die [naam slachtoffer 13] (met bijbehorende pincode), in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan zij, verdachte, niet gerechtigd was; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht) 15. (Parketnummer: 662062-18) zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 tot en met 13 september 2014 te Krimpen aan den IJssel en/of te Nieuwerkerk aan den IJssel (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bankrekening (door te pinnen) weg te nemen één of meer geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 13] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij (telkens) de toegang tot die bankrekening te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(
- en)onder haar bereik te brengen door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas op naam van die [naam slachtoffer 13] (met bijbehorende pincode), in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan zij niet gerechtigd was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)