← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2018:11094

Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10/742149-17 Datum uitspraak: 21 december 2018 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te Damascus, Syrië op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , raadsvrouw F.T.C. Dölle, advocaat te Amsterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 7 december

  1. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. C.M. Casteleijns heeft gevorderd: bewezenverklaring van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. 4Waardering van het bewijs 4.
  2. Vrijspraak 4.1.
  3. Inleiding Op 22 juli 2017 heeft voor de ingang van het Centraal Station van Rotterdam een pro-Palestina demonstratie plaats gevonden, waarbij de verdachte aanwezig was. Op beelden van die demonstratie is te horen dat op enig moment meermalen de leus “Khaybar Khaybar, ya yahud, Jaish Muhammad, sa yahud” is geroepen (hierna: de leus). Daarvan is door twee personen ieder afzonderlijk aangifte gedaan van belediging, bedreiging en het aanzetten tot haat. In de aangifte is vermeld dat de betekenis van de leus is “Joden, herinner je Khaybar, het leger van Mohammed keert weder”. Dit betreft een verwijzing naar de massamoord op de Joden in de slag bij Khaybar in het jaar 628 en moet worden opgevat als een oproep tot geweld tegen het Joodse volk, aldus aangevers. Nadat de politie onderzoek heeft gedaan naar de door een van de aangevers overgelegde beelden is de verdachte aangehouden. 4.1.
  4. Standpunt officier van justitie De leus die de verdachte samen met anderen heeft geroepen, kan worden aangemerkt als belediging van een bevolkingsgroep wegens ras en godsdienst en zet aan tot geweld tegen een bevolkingsgroep. Dit betekent dat de onder 1 en onder 2 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. 4.1.
  5. Beoordeling Op de terechtzitting zijn de beelden bekeken die van de demonstratie zijn gemaakt. Daaruit blijkt dat de leus is ingezet door een van de aanwezige demonstranten (buiten beeld). Daarna heeft de verdachte met anderen tweemaal de leus nageroepen. Vervolgens is te zien dat de verdachte een andere kreet inzet en actieve bewegingen maakt om de demonstranten mee te krijgen in het roepen van die andere kreet. Feit 1 (groepsbelediging) Hoewel de leus zeker als bedreigend kan worden aangemerkt, is de rechtbank van oordeel dat de leus - op zichzelf beschouwd en binnen de bredere context van de genoemde demonstratie - niet van dien aard is dat van belediging van een groep mensen als bedoeld in artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht kan worden gesproken. Feit 2 (aanzetten tot geweld dan wel haat) De verdachte heeft verklaard dat hij de betekenis van de leus niet kende en dat hij, zodra hij zich realiseerde dat de leus betrekking had op Joden (“yahud”), een andere kreet heeft ingezet om de menigte te doen stoppen met het roepen van de leus. Deze verklaring strookt met de getuigenverklaringen en ook met de beelden waarop te zien is dat de verdachte zich vrijwel direct na het naroepen van de leus actief heeft ingespannen tot het roepen van een andere kreet. Gelet op het voorgaande kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte heeft aangezet tot geweld dan wel tot haat als bedoeld in artikel 137d van het Wetboek van Strafrecht. Nu bij de verdachte het opzet ontbreekt, kan hij ook niet als medepleger worden aangemerkt. 4.1.
  6. Conclusie De verdachte zal gelet op het voorgaande worden vrijgesproken van het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde. 5Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen Als benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd: de Stichting Centrum voor Informatie en Documentatie Israël ter zake van de onder feit 1 en 2 ten laste gelegde feiten. [naam benadeelde] . De benadeelde partijen zullen in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan de verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden. In deze procedure worden over de gevorderde schadevergoedingen geen inhoudelijke beslissingen genomen. 6Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 7Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart de benadeelde partij de Stichting Centrum voor Informatie en Documentatie Israël niet-ontvankelijk in de vordering; verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering. Dit vonnis is gewezen door: mr. B.A. Cnossen, voorzitter, en mrs. A. Verweij en J.M.L. van Mulbregt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 december
  7. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
  8. hij op of omstreeks 22 juli 2017 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, zich in het openbaar, mondeling, bij geschrift en/of bij afbeelding opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden, wegens hun ras en/of godsdienst, door in het openbaar te roepen/zeggen: "Khaybar khaybar, ya yahud, Jaish Muhammad, sa yahud;
  9. hij op of omstreeks 22 juli 2017 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in het openbaar mondeling, bij geschrift en/of bij afbeelding heeft aangezet tot gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen, te weten Joden, wegens hun ras en/of godsdienst, door in het openbaar te roepen/zeggen: "Khaybar khaybar, ya yahud, Jaish Muhammad, sa yahud; Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 22 juli 2017 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in het openbaar mondeling, bij geschrift en/of bij afbeelding heeft aangezet tot haat tegen mensen, te weten Joden, wegens hun ras en/of godsdienst, door in het openbaar te roepen/zeggen: "Khaybar khaybar, ya yahud, Jaish Muhammad, sa yahud.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.