Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/077245-18 Datum uitspraak: 18 oktober 2018 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te Curaçao (Nederlandse Antillen) op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , raadsman mr. C.J.B. Rijser, advocaat te Amsterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 4 oktober 2018. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. M. van den Berg heeft gevorderd: bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 3 (drie) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaar en de bijzondere voorwaarden zoals deze zijn geadviseerd door Reclassering Nederland in haar advies van 19 juli 2018. 4Waardering van het bewijs 4.1. Bewezenverklaring zonder nadere motivering Het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.2. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: 1.hij op 19 april 2018 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie II onder 4, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 lid 1 onder 3 van die wet, dat uiterlijk geleek op een ander voorwerp dan een wapen, namelijk op een sleutelhanger, merk onbekend, kaliber .22 lr en voor dat wapen geschikte munitie voorhanden heeft gehad; 2hij op 19 april 2018 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, gelet op artikel 3 lid 1 van die wet, te weten onderdelen en hulpstukken van een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van onderdelen en hulpstukken van een pistool, te weten een kast/frame met hamer en loop met kamer en slede met slagpininrichting en patroonmagazijn, zijnde onderdelen en hulpstukken van een gaspistool,merk/type Ekol Firat Magnum, kaliber 9 mm pak, welke onderdelen en hulpstukken specifiek bestemd zijn voor dat wapen en van wezenlijke aard zijn, voorhanden heeft gehad; 3hij op 19 april 2018 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3,1 gram van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 5Strafbaarheid feiten De bewezen feiten leveren op: 1. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie; 2. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III; 3. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar. 6Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7Motivering straf 7.1. Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 7.2. Feiten waarop de straf is gebaseerd De verdachte heeft onderdelen en hulpstukken van een gaspistool en een vuurwapen dat op een ander voorwerp, namelijk een sleutelhanger, leek, aanwezig gehad in zijn woning. Dit betrof een woning in een zorgcomplex waar de verdachte in het kader van begeleid wonen verbleef. Het ongecontroleerde bezit van wapens kan in het algemeen een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich brengen en een gevoel van onveiligheid in de maatschappij veroorzaken. Dit geldt des te meer nu de verdachte de wapens binnen een zorgcomplex bij zich droeg en op zijn kamer verborgen hield. Door te handelen zoals de verdachte heeft gedaan, heeft hij de verdachte bijgedragen aan een gevoel van onveiligheid in de maatschappij maar meer nog aan een gevoel van onveiligheid bij het personeel en de andere bewoners van het zorgcomplex. Voorts heeft de verdachte ongeveer 3 gram MDMA in zijn woning aanwezig gehad. Verdovende middelen zijn schadelijk voor de volksgezondheid, nu zij verslavend werken en regelmatig gebruik schadelijke lichamelijke en psychische gevolgen kan hebben. Daarnaast zorgt de handel in verdovende middelen ook vaak voor overlast door bijkomende criminele activiteiten. 7.3. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte 7.3.1. Strafblad De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 10 september 2018 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. 7.3.2. Rapportage Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 19 juli 2018. Dit rapport houdt het volgende in. De verdachte ervaart problemen op meerdere leefgebieden. Zo heeft de verdachte verklaard dat hij nog dagelijks cannabis gebruikt en daarnaast in de weekenden ook nog MDMA gebruikt. Sinds vijf jaar staat de verdachte onder bewind. De verdachte heeft geen werk en ontvangt een Wajong-uitkering. Uit eerdere rapportages komt naar voren dat de verdachte imponeert als zwakbegaafd, er mogelijk sprake is van een licht verstandelijke handicap en er mogelijk sprake is van een (antisociale) persoonlijkheidsstoornis. Reclassering Nederland adviseert dat aan de verdachte als bijzondere voorwaarden wordt opgelegd dat de verdachte zich moet melden bij Reclassering Nederland en dat hij zal meewerken aan door Reclassering Nederland geschikt geachte interventie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.