RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 6485325 CV EXPL 17-40420 uitspraak 18 mei 2018 Vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser bij exploot van dagvaarding van 15 november 2017, gemachtigde: mr. A. Kouwenaar-de Coninck, tegen [gedaagde] , gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde, gemachtigde: mr. P. Willems. Partijen worden hierna aangeduid als " [eiser] " respectievelijk " [gedaagde] ". 1Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen: • het exploot van dagvaarding van 15 november 2017 met producties 1 t/m 13; • de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 9; • het tussenvonnis van 16 januari 2018; • de akte van [eiser] tot overlegging producties 14 t/m 20 en houdende een vermeerdering van eis; • de brief van [gedaagde] d.d. 21 maart 2018 met de producties 10 t/m 13; • de akte van [eiser] met productie 21; • het proces-verbaal van de op 27 maart 2018 gehouden comparitie van partijen. De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden. 2De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast. 2.
- [eiser] , geboren op [geboortedatum] 1960, van Poolse nationaliteit, is met ingang van 1 maart 2006 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij [gedaagde] in dienst getreden in de functie van inpakker op fulltime basis (38 uur per week) tegen een loon van € 330,00 netto per week. Op de arbeidsovereenkomst is de algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst voor het Bakkersbedrijf van toepassing (hierna te noemen "de cao”). 2.
- De werkzaamheden zijn gewoonlijk uitgevoerd in de vestiging te Capelle aan den IJssel. Tot 1 januari 2017 heeft [eiser] de beschikking gehad over een kamertje boven de bakkerij. 2.3 Op 27 februari 2017 heeft [eiser] zich ziek gemeld wegens ernstige rugklachten. 2.4 [gedaagde] heeft op enig moment na de ziekmelding de loonbetaling gestaakt waarna - nadat [eiser] met een vordering in kort geding had gedreigd - [gedaagde] alsnog tot betaling van loon is overgegaan. Bij die gelegenheid heeft [gedaagde] de ontbrekende loonspecificaties over de periode 2013 t/m 2017 overgelegd. Partijen hebben medio mei 2017 vruchteloos getracht hun geschil minnelijk te regelen. 2.5 Pas op 21 september 2017 is een probleemanalyse opgesteld. 2.6 Per 27 september 2017 heeft [gedaagde] de loonbetaling opgeschort omdat [eiser] zou weigeren passende arbeid te verrichten. 2.7 De arbeidsdeskundige van het UWV komt in zijn rapport van 16 oktober 2017 tot de conclusie dat de door de werkgever uitgevoerde re-integratie-inspanningen niet voldoende zijn. 2.8 De arbeidsdeskundige van het UWV komt in haar rapport van 9 maart 2018 tot de conclusie dat de door de werkgever uitgevoerde re-integratie-inspanningen niet voldoende zijn. Naar haar oordeel heeft de werkgever zonder deugdelijke grond het tweedespoortraject te laat opgestart. 3De vordering 3.1 [eiser] heeft na vermeerdering van eis gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: A. te verklaren voor recht dat [eiser] de functie van Banketbakker II vervult bij [gedaagde] ; B. [gedaagde] te veroordelen tot betaling binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] van € 58.992,55 netto aan achterstallig loon over de periode april 2013 tot en met oktober 2017, althans een in goede justitie te bepalen bedrag aan loon, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente over het loon en de wettelijke verhoging vanaf de datum van verzuim; C. [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [eiser] binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis, van het loon c.a. vanaf 1 november 2017 totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd; D. [gedaagde] te veroordelen om binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] deugdelijke salarisspecificaties over te leggen waarin de betalingen van sub A en B (kantonrechter: bedoeld zal zijn: B en C) zijn verwerkt, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van€ 100,00 per dag tot een maximum van€ 50.000,00; E. [gedaagde] te veroordelen om binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis, de pensioenpremies af te storten op de daarvoor bestemde bankrekening over de afgelopen vijf jaren en tot betaling van de wettelijke verhoging over de pensioenpremies, te vermeerderen met de wettelijke rente over de nog af te storten bedragen en de wettelijke verhoging daarover, onder overlegging van deugdelijke bewijsstukken, zulks op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] weigerachtig is om volledig aan dit vonnis te voldoen tot een maximum van € 50.000,00; F. [gedaagde] te veroordelen tot betaling binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis van de in redelijkheid gemaakte kosten ter begroting en onderbouwing van de vorderingen (berekening deskundige) ter hoogte van € 2.385,21 inclusief btw, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan die der algehele voldoening; G. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel buitengerechtelijke incassokosten, alsmede de wettelijke rente daarover vanaf de dag van opeisbaarheid tot die van de algehele voldoening; H. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de kosten van deze procedure, waaronder begrepen de beslagkosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan die van de algehele voldoening. 3.2 Aan zijn vordering heeft [eiser] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag gelegd dat hij hoofdzakelijk banketbakkerswerkzaamheden heeft verricht en incidenteel inpak- en productiewerk. De door [eiser] uitgevoerde werkzaamheden passen in het profiel van Banketbakker III (salarisschaal 5), maar [eiser] is bij deze vordering coulancehalve uitgegaan van een lager betaalde functie, te weten die van Banketbakker II salarisschaal
- 3.3 Tijdens zijn dienstverband heeft [eiser] naast de overeengekomen uren veel overuren gemaakt en veel uren extra werk verricht voorafgaande aan de feestdagen, zoals Pasen, Sinterklaas en Kerst. Gemiddelde werkweken van 50 uren vormden geen uitzondering. [eiser] draaide in de weekeinden en voorafgaande aan de feestdagen structurele werkdagen van 02:00 uur 's-nachts tot 17.00 uur. [eiser] heeft nimmer een functiebeschrijving ontvangen, noch een specificatie van zijn functieloon en salarisschaal, noch loonbriefjes waaruit de samenstelling van het loon, waaronder de toeslagen, blijkt. [eiser] heeft in een notitieblok zelf de door hem gewerkte uren bijgehouden. Aan de hand van de gegevens uit het notitieblok heeft de heer [persoon A] (Administratiekantoor [naam administratiekantoor] ) een berekening uitgevoerd van het achterstallig loon. Onduidelijk is of [gedaagde] wel volledig voldoet aan de pensioenafdracht waartoe zij ingevolge de cao verplicht is. Het is in ieder geval aannemelijk dat [gedaagde] te weinig heeft afgedragen omdat zij te weinig loon heeft betaald. 3.4 [eiser] heeft zich met ingang van 27 februari 2017 ziek gemeld. [eiser] is uitgevallen met ernstige klachten en beperkingen aan de rug en psychische klachten ten gevolge van de buitensporige omvang van het werk dat hem jarenlang door [gedaagde] is opgedragen. [gedaagde] heeft niet voldaan aan haar verplichting tot doorbetaling van het loon en heeft ten onrechte vanaf 26 september 2017 een loonstop doorgevoerd. [gedaagde] heeft [eiser] in strijd met de wet en de cao structureel te lang en te veel voor [gedaagde] laten werken. [eiser] sliep tot 2017 in een kamertje boven de bakkerij waarvoor hij een veel te hoge huur moest betalen. Er is sprake van ernstig misbruik, van veel te lange werktijden zonder pauzes hetgeen evident in strijd is met de arbeidstijdenwet. Tijdens vakantie of ziekte werd [eiser] niet doorbetaald en was dreiging met een kort geding nodig om betaling te verkrijgen. De heer [gedaagde] heeft zich jegens [eiser] stelselmatig onfatsoenlijk en intimiderend opgesteld hetgeen uiteindelijk geresulteerd heeft in psychische klachten van [eiser] waarvoor hij zich onder psychiatrische hulp heeft moeten stellen. [eiser] wil meewerken aan de re-integratie maar dan wel in het tweede spoor op basis van een juiste FML-lijst. Gelet op de ernst van het arbeidsconflict ziet [eiser] binnen de onderneming van [gedaagde] geen mogelijkheden te re-integreren. Terugkeer bij [gedaagde] zou de situatie alleen maar verergeren en herstel belemmeren. 3.5 [eiser] heeft kosten moeten maken om hetgeen [gedaagde] hem over de jaren heen verschuldigd is te laten berekenen en vaststellen (correcte specificaties ontbraken), bestaande uit de werkzaamheden verricht door de financieel deskundige, de heer [persoon A] . Op grond van artikel 6:96 BW is [gedaagde] aansprakelijk voor deze schade. De kosten bedragen € 2.385,21 inclusief btw. 4Het verweer [gedaagde] heeft de vordering van [eiser] op alle onderdelen gemotiveerd bestreden en geconcludeerd tot afwijzing hiervan met veroordeling van [eiser] in de kosten van dit geding. Samengevat komt het verweer van [gedaagde] op het volgende neer: • [eiser] is een productiemedewerker I met salarisschaal 2.; • indien [eiser] niettemin conform salarisschaal 4 beloond dient worden, dan zou dat leiden tot een loonaanspraak van maximaal € 14.646,71 bruto; • jaarlijks werkte [eiser] geen 52, maar gemiddeld slechts 39 weken; • weliswaar was het rond de feestdagen drukker dan normaal, maar dat resulteerde niet in structureel overwerk tot weken van 50 uur en werkdagen van 17 uur; • het overwerk werd op uitdrukkelijk verzoek van [eiser] contant uitbetaald; • [gedaagde] betwist de juistheid van de door [eiser] zelf bijgehouden gegevens; • [gedaagde] betwist de juistheid van de door [persoon A] opgestelde berekening. Op de afzonderlijke verweren van [gedaagde] zal bij de beoordeling van de desbetreffende vorderingen van [eiser] worden ingegaan. 5De beoordeling 5.
- Functie: inpakker/productiemedewerker of banketbakker? 5.1.1 [eiser] vordert betaling van € 58.992,55 netto ter zake onbetaald gelaten loon over de periode april 2013 tot en met oktober
- Deze berekening is gebaseerd op de aanname dat [eiser] ingedeeld moeten worden in de functiegroep productie, banketbakker II, en het daarbij behorende functieloon. Gezien de betwisting van deze aanname door [gedaagde] , zal dit eerst beoordeeld moeten worden. 5.1.2 Het functieprofiel opgenomen in de cao (functienummer P.03) vermeldt: kenmerken van de referentiefunctie De banketbakker II komt vooral voor in het ambachtelijke segment (banketbakker of patisserie), al dan niet deel uitmakend van een keten met een (de)centrale bakkerij. De banketbakker II is verantwoordelijk voor het vervaardigen van het vaste assortiment banketproducten volgens een scala van recepturen met specifieke productietechnieken. Hij/zij maakt gebruik van handmatige instrumenten en (geautomatiseerde) machinale hulpmiddelen en installaties. Hij/zij plant zijn/haar werkzaamheden en werkt volgens vaste recepten, waarbij hij/zij rekening houdt met afwijkende grondstoffen. Hij/zij beheerst zijn/haar fijne motoriek om tot in de kleinste details secuur te kunnen werken. Organisatie Direct leidinggevende: vakinhoudelijke leidinggevende. Geeft leiding aan: niet van toepassing. 5.1.3 [eiser] heeft op de comparitiezitting verklaard dat hij eigenlijk van meet af aan zelfstandig banketbakkerswerk heeft verricht behoudens de eerste twee weken. Gedurende de eerste twee weken werkte [eiser] als inpakker. [eiser] had geen opleiding voor de functie van banketbakker. [eiser] leerde het vak van zijn baas, de heer [gedaagde] senior, tijdens het werk. [eiser] heeft zelfstandig onder andere eierkoeken, pepernoten en later ook stroopwafels gebakken. [eiser] maakte het deeg zelfstandig klaar door de juiste hoeveelheden ingrediënten in een mixer te doen conform het aanwezige boekje met recepten. [eiser] maakte het deeg klaar, bediende de bakovens totdat de koekjes via een lopende band naar de inpakafdeling gingen. Het ging om een volcontinu bedrijfsproces waarover hij controle moest houden. Het werk werd staande gedaan. Aldus is - zakelijk weergegeven - ter comparitiezitting door [eiser] verklaard. 5.1.4 [gedaagde] heeft ter zitting de door [eiser] geschetste werkzaamheden en feitelijke gang van zaken niet weersproken. [gedaagde] kwalificeert echter deze door [eiser] omschreven werkzaamheden als ‘productiewerk’ dat door een productiemedewerker wordt uitgevoerd. ‘Als je de hele dag niets anders dan koeken maakt is dat productiewerk’, zo heeft [gedaagde] ter zitting verklaard. Volgens [gedaagde] maakt een banketbakker gebak dat dagelijks vers moet zijn (door [gedaagde] aangeduid als ‘nat gebak’). In lijn hiermee verklaart [gedaagde] dan ook dat slechts één banketbakker in de onderneming werkzaam is en dat de rest van het personeel uit. productiemedewerkers bestaat. Die zienswijze wordt door de kantonrechter van de hand gewezen. Het functieprofiel banketbakker II (hierboven geciteerd) en de daaraan verbonden resultaatgebieden, taken en resultaatindicatoren, corresponderen vrijwel volledig met de feitelijke werkzaamheden als die gesteld zijn door [eiser] en door [gedaagde] , voor zover niet erkend, dan toch tenminste onvoldoende gemotiveerd weersproken zijn. De conclusie is dat gezien de feitelijke werkzaamheden van [eiser] , hij aangemerkt moet worden als banketbakker II en dienovereenkomstig in loonschaal 4 beloond dient te worden. De gevorderde verklaring voor recht zal dan ook als gegrond toegewezen worden. 5.2 Vordering achterstallig loon 5.2.1 Het loon bestaat uit het functieloon en voor zover van toepassing, de toeslagen die in de cao zijn geregeld. Het functieloon wordt gevonden door het aantal uren dat de werknemer in dienst is te vermenigvuldigen met het toepasselijke functie-uurloon (art.1.
- cao). Ten aanzien van het toepasselijke functie-uurloon is hierboven beslist. In geschil is het aantal uren waarover loon verschuldigd is. [eiser] heeft zijn loonvordering doen berekenen aan de hand van de gegevens uit zijn notitieboekje. [gedaagde] heeft de juistheid van de door [eiser] zelf genoteerde tijden gemotiveerd betwist, zodat die gegevens vooralsnog niet vaststaan. 5.2.2 Omdat [eiser] rechtsgevolgen verbindt aan door hem gestelde, maar door [gedaagde] gemotiveerd weerspoken feiten, rust de bewijslast hiervan in beginsel op [eiser] . [eiser] brengt als schriftelijk bewijsmiddel het door hem ingevulde notitieboekje in het geding waarin door hem, naar zijn zeggen, dagelijks aantekening is gehouden van de gewerkte tijden. Een dergelijk door een partij zelf vervaardigd bewijsmiddel komt in de regel geen of weinig bewijskracht toe. 5.2.3 In dit geval behoorde het tot de verplichtingen van [gedaagde] als werkgever om een deugdelijke registratie van de werktijden bij te houden, waaruit kan worden afgeleid of, wanneer en hoelang er gewerkt is en hoeveel overwerk is verricht. Tevens diende [gedaagde] een registratie van de vakantiedagen bij te houden (artikel 6.3 cao). [gedaagde] was voorts verplicht om bij het uitbetalen van het loon (en dus niet jaren later zoals nu is gebeurd) een loonspecificatie te verstrekken. Hieruit dient de samenstelling van het loon te blijken, uitgesplitst in functieloon en de diverse toeslagen (artikel 6.2 cao). Vaststaat dat [gedaagde] in de nakoming van die verplichting ernstig tekortgeschoten is. [gedaagde] heeft zodoende het [eiser] feitelijk onmogelijk gemaakt om te controleren of hij in overeenstemming met de cao-bepalingen werd uitbetaald. De te verstrekken loonspecificaties leggen ook vast wanneer en hoeveel uur er is gewerkt in de desbetreffende periode, welk uurtarief is gehanteerd en welke toeslagen zijn uitbetaald (artikel 7:626 BW). Door structureel jarenlang geen (behoudens van 4 februari 2013 tot en met 15 december 2013 waaraan echter specifieke gegevens en toeslagen ontbraken) loonspecificaties te verstrekken heeft [gedaagde] [eiser] in zijn bewijspositie ernstig benadeeld. De billijkheid vereist dat [gedaagde] geen voordeel kan ontlenen aan haar eigen tekortkomingen. 5.2.4 Bovenstaande overwegingen leiden ertoe dat gegevens ontleend aan de eigen notities van [eiser] zodanige bewijskracht toekomen dat de daarop gebaseerde berekening van de omvang van de achterstand in loonbetalingen voorshands als juist wordt aangemerkt behoudens en voor zover [gedaagde] erin slaagt tegenbewijs te leveren. De kantonrechter is vrij in het waarderen van schriftelijke bewijsmiddelen waartoe het litigieuze notitieboekje te rekenen is. Het notitieboekje is ter comparitiezitting ter hand gesteld voor een beperkte visuele controle. De kantonrechter heeft geen aanwijzingen gezien die twijfel doen rijzen aan de authenticiteit of waarachtigheid van het desbetreffende notitieboekje. Vaststaat dat [gedaagde] regelmatig en jarenlang loon en/of overwerkvergoeding aan [eiser] in contanten heeft betaald. Van al die contante betalingen door [gedaagde] heeft [eiser] aantekening in het notitieboekje gehouden. Zodoende heeft [eiser] [gedaagde] van bewijs voorzien van betalingen waarvan bij betwisting de bewijslast op [gedaagde] zou rusten. Deze omstandigheid draagt in hoge mate bij aan de geloofwaardigheid van de gegevens in het notitieboekje. 5.2.5 Het door [gedaagde] te leveren tegenbewijs houdt in dat hij de voorshands als bewezen aangenomen gegevens uit het notitieboekje (zoals de data en werktijden) waarop de berekeningen van [persoon A] zijn gebaseerd, dient te ontzenuwen. Slaagt zij daarin niet, dan worden de door [eiser] in zijn boekje genoteerde tijden als uitgangspunt voor de berekening gebruikt. Daarmee is niet gezegd dat het rapport van [persoon A] ook op andere aspecten en onderdelen gevolgd moet worden. Geschilpunten blijven onder meer de bestreden opbouw en opname van vakantie-uren en de berekening van het loon tijdens ziekte. Over de verrekening van de huur voor de door [gedaagde] ter beschikking gestelde woonruimte zal hieronder worden beslist. 5.2.6 [gedaagde] voert aan dat op een eventueel nog door [gedaagde] aan [eiser] verschuldigd bedrag € 18.980,00 aan loon in natura in mindering strekt. Dit bedrag betreft volgens de toelichting van [gedaagde] de huur ad € 60,00 per week van een tot 1 januari 2017 door [gedaagde] ter beschikking gestelde woonruimte. Het gaat kennelijk om een klein kamertje boven de bakkerij waarvoor de Huurcommissie een huurprijsindicatie heeft afgegeven neerkomend op een maximaal redelijke huurprijs van€ 30,76 per maand (per 1 juli 2016). Verrekening van enig bedrag aan huur is uitgesloten omdat verrekening slechts toegestaan is als daaraan een schriftelijke huurovereenkomst ten grondslag ligt (artikel 7:632 lid 1 sub e BW). Gesteld noch gebleken is dat van een schriftelijke huurovereenkomst sprake is. [gedaagde] mag dus geen inhouding plegen op de loonbetaling ter zake van huur. 5.2.7 Indien het partijdebat - na bewijslevering ten aanzien van de urenregistratie - daartoe aanleiding geeft en [gedaagde] de berekeningen van [persoon A] (inhoudelijk) blijft bestrijden, kan dat voor de kantonrechter aanleiding zijn een (loontechnische) deskundige of accountant te benoemen. Dit zal dan plaatsvinden op kosten van [gedaagde] nu zij door een gebrekkige administratie en boekhouding daartoe aanleiding geeft. 5.2.8 Samenvattend wordt geoordeeld ten aanzien van de vordering ter zake achterstallig loon: - dat de loonberekening plaats dient te vinden op basis van de functie banketbakker II met een salarisschaal 4; - dat behoudens door [gedaagde] te leveren tegenbewijs, de door [eiser] aan [persoon A] verstrekte urenregistratie voor juist wordt gehouden en de berekeningen van [persoon A] in zoverre worden gevolgd; Na de eventuele bewijslevering zal ten aanzien van de nog resterende geschilpunten verder beslist worden. 5.3 De loondoorbetaling vanaf 1 november 2017 5.3.1 [eiser] is op 27 februari 2017 wegens fysieke en psychische klachten uitgevallen voor zijn werk. Nu [eiser] arbeidsongeschikt is wegens ziekte heeft hij in beginsel recht op doorbetaling van zijn loon conform de bepalingen van artikel 9.1 sub a van de cao, behoudens indien [eiser] passende arbeid weigert ( artikel 7:629 lid 3 sub c BW). Onder passende arbeid wordt verstaan alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd (artikel 7:658a lid 4 BW). 5.3.2 [gedaagde] heeft de loonbetaling gestaakt per 26 september 2017 met als reden dat [eiser] weigert passende arbeid te verrichten. [gedaagde] beroept zich hierbij op het oordeel van de bedrijfsarts die van oordeel is dat [eiser] ‘fysiek lichte werkzaamheden in een rustige omgeving zonder tijdsdruk’ aan kan en heeft [eiser] opgeroepen om op de werkplek te verschijnen om afspraken over de re-integratie te maken. [eiser] heeft slechts positief willen reageren op een re-integratie in het tweede spoor vanwege het gerezen arbeidsconflict. Tegen de achtergrond van het reeds bestaande ernstige arbeidsconflict - resulterend in de psychische klachten van [eiser] - kon en mocht [gedaagde] in redelijkheid niet van [eiser] verlangen dat hij de confrontatie in een tweegesprek met de heer [gedaagde] aanging en had zij moeten instemmen met het verzoek om het gesprek te laten plaatsvinden in aanwezigheid van de advocaten dan wel in het kader van mediation. De oproep om op het werk te verschijnen is, mede in het licht van de latere conclusies van de arbeidsdeskundigen die [eiser] volledig arbeidsongeschikt achten en van oordeel zijn dat niet [eiser] maar [gedaagde] onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft geleverd, onredelijk en de weigering daarvan biedt geen grond voor een opschorting van de loonbetaling. De vordering tot betaling van het loon vanaf 1 november 2017 wordt dan ook als gegrond toegewezen. De termijn waarbinnen betaald dient te worden zal worden vastgesteld op een week na betekening van dit vonnis. 5.4 De gevorderde afgifte van loonspecificaties [gedaagde] is op grond van artikel 7:626 BW en artikel 6.2 cao verplicht van elke loonbetaling een schriftelijke opgave te verstrekken van het loonbedrag, van de gespecificeerde bedragen waaruit dit is samengesteld en van de gespecificeerde bedragen die op het loon zijn ingehouden. De vordering tot verstrekking van. loonspecificaties van het nog te betalen achterstallig loon wordt dan ook als gegrond toegewezen. 5.5 De gevorderde afstorting van pensioenpremies over de afgelopen vijf jaren 5.1.
- De gehoudenheid tot betaling van pensioenpremies heeft [gedaagde] niet weersproken. [gedaagde] heeft als verweer aangevoerd dat zij ‘alle pensioenpremies altijd heeft afgestort’. [gedaagde] erkent overigens dat de hoogte van de afgedragen premie niet in alle gevallen juist is en dat deze in 2014 ten onrechte op nihil is gesteld. [gedaagde] heeft om die reden nieuwe aangiftes bij het Pensioenfonds laten indienen en zal de gecorrigeerde overzichten alsnog in het geding brengen. 5.1.
- De vordering is gegrond en leent zich voor toewijzing, zij het de kantonrechter vooralsnog geen aanleiding ziet om hieraan reeds nu de gevorderde verbeurte van dwangsommen te verbinden. [gedaagde] zal eerst de gelegenheid krijgen om binnen de afwikkeling van deze procedure de verlangde overzichten over te leggen, waaruit zal moeten blijken dat alle pensioenpremies over het juiste loon zijn afgedragen. Pas indien [gedaagde] daaraan niet voldoet, zal de aan de veroordeling ook de dwangsom verbonden worden. 5.6 De vordering tot betaling van de kosten van de heer [persoon A] ad € 2.385,21 De gebrekkige wijze waarop [gedaagde] aan haar verplichtingen heeft voldaan tot het verstrekken van loonspecificaties en het hanteren van een onjuist functieloon in de loonberekeningen, mede gezien de deskundigheid die is vereist bij het opstellen van dergelijke complexe loonaanspraken, leiden tot het oordeel dat de kosten van het Administratiekantoor [naam administratiekantoor] (de heer [persoon A] ) aan te merken zijn als kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid in de zin van artikel 6:96 lid 2 sub b BW. Zelfs indien [gedaagde] geheel dan wel gedeeltelijk slaagt in haar bewijsopdracht zijn deze kosten niet nodeloos gemaakt door [eiser] . Immers, door geen loonspecificaties te verstrekken en door vakantie en overuren- niet te registreren en overuren in contanten uit te betalen ontneemt [gedaagde] [eiser] elk controle- en bewijsmiddel en resteert [eiser] niets anders dan zich tot een deskundige te wenden om aan de hand van eigen gegevens een loonaanspraak te berekenen. Zou anders geoordeeld worden, dan zou een dergelijke praktijk ertoe kunnen leiden dat de werknemer vanwege de kosten van de deskundige afziet van het instellen van een vordering. Deze kosten zijn voorts redelijkerwijs (immers noodzakelijkerwijs) gemaakt en zijn ook gelet op het aantal gedeclareerde uren en het gehanteerde uurtarief als redelijk aan te merken. Deze vordering wordt als gegrond toegewezen. 5.7 De beoordeling van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten zal in dit stadium van de procedure worden aangehouden. 6De beslissing De kantonrechter, verklaart voor recht dat [eiser] de functie van Banketbakker II vervult bij [gedaagde] ; veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] binnen twee weken na betekening van dit vonnis, van het loon c.a. vanaf 1 november 2017, totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd; veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan [eiser] deugdelijke loonspecificaties over te leggen van de hierboven genoemde loonbetaling; veroordeelt [gedaagde] tot betaling vaan [eiser] van € 2.385,21 inclusief btw, wegens de kosten van de deskundige [persoon A] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan die der algehele voldoening; verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad; en alvorens verder te beslissen, laat [gedaagde] toe met alle middelen rechtens tegenbewijs te leveren van de voorshands bewezen geachte data en (over)werktijden waarop de berekeningen van [persoon A] zijn gebaseerd; verwijst deze zaak naar de rolzitting van dinsdag 3 juli 2018 te 14.00 uur om: [gedaagde] de gelegenheid te geven zich bij akte uit te laten omtrent het haar opgedragen tegenbewijs en om stukken die de bewijsopdracht betreffen in het geding te brengen. Indien [gedaagde] bewijs wenst bij te brengen door het horen van getuigen, dient zij opgave te doen van naam en woonplaats van de te horen getuigen; [gedaagde] de gelegenheid te geven bij akte de in het vooruitzicht gestelde (gecorrigeerde) pensioenpremieoverzichten in het geding te brengen. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. P. Vlaswinkel en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 693