← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2018:1203

beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/540411 / JE RK 17-3970 datum uitspraak: 19 januari 2018 beschikking herstel van het ouderlijk gezag in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2009 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] . De rechtbank merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de Raad bekend adres, de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam. Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoek met bijlagen van de Raad van 1 december 2017, ingekomen bij de griffie op 4 december

  1. Op 19 januari 2018 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de moeder, - een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam 1] , - een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam 2] . De feiten Bij beschikking van 13 december 2012 is de moeder ontheven van het ouderlijk gezag over [naam minderjarige] en is de GI belast met de voogdij over [naam minderjarige] . Het verzoek De Raad heeft verzocht het gezag van de moeder te herstellen. De beoordeling De Raad heeft ter zitting zijn verzoek gehandhaafd. De Raad heeft onderzoek gedaan naar de opvoedsituatie van [naam minderjarige] . Hoewel uit het onderzoek wel zorgen naar voren kwamen, is de Raad van mening dat de moeder deze zorgen samen met de hulpverlening vanuit de ASVZ kan aanpakken. Aan de criteria voor het herstel van het ouderlijk gezag is voldaan en de Raad heeft vertrouwen dat de moeder de zorg voor [naam minderjarige] kan dragen. De GI heeft het verzoek van de Raad onderschreven. De GI heeft hierop aangevuld dat inmiddels met de moeder een signaleringsplan is opgesteld waarbij het netwerk van de moeder is betrokken om eventuele probleemsituaties te ondervangen. Ook de GI heeft aangegeven er vertrouwen in te hebben dat de moeder, samen met de ondersteuning vanuit de ASVZ, de verzorging en opvoeding van [naam minderjarige] kan dragen. De moeder heeft eveneens te kennen gegeven in te stemmen met het verzoek van de Raad. [naam minderjarige] is sinds 2013 teruggeplaatst en het gaat goed met hem. De moeder heeft voorts aangegeven veel steun te ervaren van de ASVZ en de voormalig pleegvader van [naam minderjarige] , met wie zij altijd contact op kan nemen en die zij altijd om hulp kan vragen. De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank kan op grond van artikel 1:277, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) in verbinding met artikel 1:278 BW, het gezag van een ouder, wiens gezag is beëindigd, herstellen indien: a. herstel in het gezag in het belang van de minderjarige is, en b. de ouder duurzaam de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige , bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW in staat is te dragen. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is het volgende gebleken. De moeder is op 13 december 2012 ontheven van het ouderlijk gezag over [naam minderjarige] . Door een wijziging in de situatie van het pleeggezin van [naam minderjarige] , waarover de rechtbank geen duidelijkheid heeft kunnen krijgen, is [naam minderjarige] in december 2013 weer teruggeplaatst bij de moeder. De moeder heeft sindsdien ondersteuning vanuit de GI en de ASVZ gekregen. Met deze ondersteuning is de moeder in staat gebleken de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [naam minderjarige] te dragen. Er zijn weliswaar zorgen, zoals uit het onderzoek van de Raad ook is gebleken, maar deze zorgen zijn niet van dien aard, dat de moeder thans niet in staat moet worden geacht met de ondersteuning vanuit de ASVZ en door de voormalig pleegvader de zorg voor [naam minderjarige] duurzaam voort te zetten. Sinds [naam minderjarige] weer bij zijn moeder woont, gaat het goed met hem en hij wil graag bij zijn moeder blijven wonen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat gelet op het voorgaande het herstel in het gezag ook in het belang van [naam minderjarige] is. De rechtbank is daarom van oordeel dat aan de criteria van artikel 1:277, eerste lid, onder a. en b. BW is voldaan en zal het verzoek tot herstel van het ouderlijk gezag van de moeder toewijzen. Ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat de voogdij van de GI over [naam minderjarige] ingevolge artikel 1:281, eerste lid, onder b, BW in verbinding met artikel 1:281, tweede lid, BW van rechtswege eindigt daags nadat deze beschikking is verstrekt of verzonden. De beslissing De rechtbank: herstelt het ouderlijk gezag van [naam moeder] , geboren op [geboortedatum moeder] op [geboorteplaats moeder] , [geboorteland moeder] , over [naam minderjarige] ; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. C.N. Melkert, voorzitter tevens kinderrechter, en mrs. M. van Kuilenburg en A.M.I. van der Does, kinderrechters, in tegenwoordigheid van V.E. Scholtens als griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 januari
  2. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.