← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2018:1582

Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/682068-16 Datum uitspraak: 28 februari 2018 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [ verdachte ], geboren te [ ] op [ ], wonende aan [ ] te [ ], gemachtigd raadsman (maak een keuze)mr. J. de Haan, advocaat te Utrecht. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 14 februari

  1. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. N.Y. Rose heeft gevorderd: bewezenverklaring van het met een ander plegen van ontucht met iemand die zich als patiënt aan zijn hulp of zorg heeft toevertrouwd; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaar en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte niet werkzaam zal zijn in de gezondheidszorg en de maatschappelijke zorg; toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 4.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht en niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in het overige. 4Motivering vrijspraak Vast staat dat er in de ten laste gelegde periode meerdere malen seksuele handelingen zoals omschreven in de tenlastelegging hebben plaatsgevonden tussen aangeefster, de verdachte en medeverdachte E. (trioseks). Voor een bewezenverklaring dat de verdachte daarbij het strafbare feit van artikel 249 lid 1 jo lid 2 aanhef en onder sub 3º Wetboek van Strafrecht als medepleger of medeplichtige heeft gepleegd is evenwel vereist dat zij het opzet heeft gehad op het plegen van ontuchtige handelingen met iemand die zich als patiënt aan haar hulp of zorg heeft toevertrouwd, of die van haar medeverdachte. De rechtbank acht de aanwezigheid van dit opzet bij de verdachte niet wettig en overtuigend bewezen. Zij overweegt daartoe het volgende. De verdachte is zelf als cliënt in 1992 met een zorgvraag binnengekomen in het therapeutisch centrum [naam] en aldaar behandeld door onder meer E. Zij heeft in de loop van de jaren ook taken in [naam] toebedeeld gekregen, doch dat gebeurde ook bij andere cliënten, waaronder het slachtoffer. De verdachte is gedurende haar verblijf in [naam] in de ban geraakt van E en heeft met hem een seksuele relatie gekregen. In 2007 heeft het slachtoffer [naam]voor korte tijd verlaten. Nadat zij in 2008 was teruggekeerd in [naam] heeft zij een intense vriendschappelijke relatie met de verdachte gekregen. Zij zagen elkaar als hartsvriendinnen, zo blijkt uit hun beider verklaringen. Daarbij verkeerde de verdachte, evenals het slachtoffer, in een afhankelijke positie ten opzichte van E die het in [naam] voor het zeggen had. Er zijn geen aanwijzingen dat de verdachte het initiatief nam voor intimiteiten met het slachtoffer. Het heeft er daarentegen alle schijn van dat de verdachte onder invloed van E seksuele handelingen met en in het bijzijn van het slachtoffer heeft verricht. In die context bezien, en mede gelet op het feit dat het slachtoffer zich niet feitelijk verzette tegen deze seksuele handelingen zodat bij de verdachte de indruk kon ontstaan dat zij hieraan vrijwillig deelnam, kan de rechtbank niet uitsluiten dat de verdachte zich, toen de seksuele handelingen plaatsvonden, niet bewust was van het ontuchtige karakter van deze handelingen met misbruik van gezag. Dat tussen de verdachte, E en het slachtoffer meermalen zou zijn besproken dat het slachtoffer dit niet naar buiten mocht brengen, maakt dit niet anders. Nu niet is komen vast te staan wanneer dit is besproken, kan dit niet bijdragen aan het bewijs dat ten tijde van het plegen van de seksuele handelingen bij de verdachte het opzet op het plegen van ontucht aanwezig was. Evenmin kan de wetenschap bij de verdachte dat E eerder vervolgd was voor het plegen van ontucht met cliënten, bijdragen aan het bewijs dat er bij de verdachte sprake was van (voorwaardelijk) opzet op het plegen van ontucht, nu deze eerdere vervolging in een vrijspraak was geëindigd. Nu de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen acht dat er bij de verdachte sprake was van opzet op het plegen van ontucht, zoals ten laste is gelegd, dient vrijspraak te volgen. 5Vordering benadeelde partij Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd het slachtoffer ter zake van het ten laste gelegde. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 20.000,00 aan immateriële schade. De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat aan verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht evenmin toepassing heeft gevonden. Omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil. 6Bijlage De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 7Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden aan de zijde van verdachte begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door: mr. J. Snitker, voorzitter, en mrs. V.M. de Winkel en F.J.W.M. van Dooren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.C. Fraaij, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 februari
  2. De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat zij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 september 2008 tot en met 31 december 2012 te Ridderkerk en/of Barendrecht en/of Moordrecht en/of Maarssen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) terwijl zij en/of haar mededader (E) toen werkzaam was/waren in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft/hebben gepleegd met het slachtoffer, die zich als patiënt en/of cliënt aan haar, verdachtes, en/of haar mededader's hulp en/of zorg had toevertrouwd, immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader als therapeut en/of hulpverlener in haar/hun relatie met dat slachtoffer (meermalen) (telkens) ontuchtig - de schaamstreek en/of borst(en) van dat slachtoffer betast en/of - dat slachtoffer de penis van E laten betasten en/of aftrekken en/of likken en/of zoenen en/of - gezogen en/of gelikt in/aan de borst(en)/tepel(s)/vagina/tussen de schaamlippen van dat slachtoffer en/of - ( een) vinger(s) in de vagina van dat slachtoffer gebracht en/of gehouden en/of - een penis en/of tong in de mond van dat slachtoffer gebracht en/of gehouden; art 47 van het Wetboek van Strafrecht art 249 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: E op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 september 2008 tot en met 31 december 2012 te Ridderkerk en/of Barendrecht en/of Moordrecht en/of Maarssen en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) terwijl E, toen werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met dat slachtoffer, die zich als patiënt en/of cliënt aan de hulp en/of zorg van E had toevertrouwd, bestaande die ontucht hierin dat die E: - de schaamstreek en/of borst(en) van dat slachtoffer heeft betast en/of - dat slachtoffer zijn penis heeft laten betasten en/of aftrekken en/of likken en/of zoenen en/of - heeft gezogen en/of gelikt in/aan de borst(en)/tepel(s)/vagina/tussen de schaamlippen van dat slachtoffer en/of - een vinger in de vagina van dat slachtoffer heeft gebracht en/of gehouden en/of - een penis en/of tong in de mond van dat slachtoffer heeft gebracht en/of gehouden, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door (telkens) - dat slachtoffer ertoe aan te zetten ontucht te plegen met die E (door) tegen dat slachtoffer te zeggen dat: * het plegen van ontuchtige handelingen met E en H genezend zou zijn voor dat slachtoffer en/of * haar probleem zo groot was dat zelfs God er niet bij kon en/of seks met zijn drieën en bevrijdend bidden de oplossing zouden zijn en/of * de reacties dat slachtoffer had tijdens de ontuchtige handelingen kwamen door trauma's van vroeger en zouden leiden tot genezing en/of * seksualiteit voor haar, verdachte, genezend was geweest en het slachtoffer ook zou helpen en/of * E haar, verdachte, vanaf 1999 had gevraagd welk meisje zij, verdachte, E zou gunnen en zij, verdachte, telkens de naam van dat slachtoffer had genoemd en/of * grenzeloosheid en vrijheid en God hun genezing waren en/of (vervolgens) aan dat slachtoffer te vragen met haar, verdachte, en E naar (een) parenclub(s) te gaan, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - de penis van die E te betasten en/of in haar, verdachtes, mond en/of vagina te brengen en/of houden in de aanwezigheid van dat slachtoffer en/of - ( daarbij/vervolgens) de schaamstreek en/of vagina en/of borsten en/of tepels van dat slachtoffer te betasten en/of likken en/of zoenen en/of een vinger in de vagina van dat slachtoffer te brengen en/of houden terwijl die E de schaamstreek en/of vagina en/of borsten en/of tepels van dat slachtoffer betastte en/of likte en/of zoende en/of een vinger in de vagina van dat slachtoffer bracht en/of hield en/of voornoemde ontuchtige handelingen met dat slachtoffer verrichtte en/of - met E en dat slachtoffer naar (een) parenclub(s) te gaan en/of - toe te laten dat die E meermalen ontucht pleegde met dat slachtoffer en/of - niet in te grijpen daar waar onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk was en aldus voornoemd seksueel misbruik mogelijk te maken dan wel voort te laten duren. art 48 van het Wetboek van Strafrecht art 249 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.