Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/691152-17 Datum uitspraak: 5 januari 2018 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , verblijvende op datzelfde adres, raadsman mr. H.J. Naber, advocaat te Dordrecht. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 januari
- 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. P. Wijnands heeft gevorderd: bewezenverklaring van het tenlastegelegde, met dien verstande dat zich onvoldoende bewijs in het dossier bevindt ten aanzien van het aangetroffen wapen en de zich daarin bevindende munitie en de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 dagen, met aftrek van voorarrest. 4Waardering van het bewijs 4.
- Vrijspraak 4.1.
- Standpunt officier van justitie Door de officier van justitie is aangevoerd dat de verdachte weet heeft gehad van de munitie die bij hem in huis verborgen lag. 4.1.
- Beoordeling De munitie is weliswaar bij de verdachte in huis aangetroffen, maar hij heeft daarvoor bij de politie en ter terechtzitting een verklaring gegeven, inhoudende dat medeverdachte [naam medeverdachte] weleens in de betreffende kamer sliep en dat hij deze munitie daar heeft achtergelaten. De rechtbank is van oordeel dat deze lezing niet in voldoende mate kan worden weerlegd op basis van het dossier. De enkele verklaring van [naam medeverdachte] dat hij “eigenlijk” nooit bij [naam verdachte] thuis is geweest is daartoe onvoldoende. Dit mede gelet op het feit dat [naam medeverdachte] hieromtrent verder niet meer heeft willen verklaren en het bovendien om soortgelijke munitie gaat als de munitie die is aangetroffen in het vuurwapen dat [naam medeverdachte] bij zich had. De rechtbank acht daarmee niet bewezen dat er sprake is van de voor een bewezenverklaring van het voorhanden hebben vereiste wetenschap aan de zijde van de verdachte. 4.1.
- Conclusie Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. 5Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door: mr. A.A. Kalk, voorzitter, en mrs. R. Brand en W.J. Loorbach, rechters, in tegenwoordigheid van mr. drs. M.R. Moraal, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
- hij op of omstreeks 22 september 2017 en/of 23 september 2017 en/of 24 september 2017 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van een pistool van het merk/type Zastava 99, kaliber 9 millimeter, en/of (de daarbij behorende) munitie, te weten 12 kogelpatronen van het merk/type Sellier & Belliot 9 mm en/of 20 kogelpatronen van het merk/type Lellier en Bellot 9 mm, voorhanden heeft gehad